Trumps buitenlandbeleid Met zijn impulsieve buitenlandpolitiek zet president Trump de bondgenootschappen op het spel die van de Verenigde Staten een supermogendheid maakten. Vanuit Beijing en Moskou kijken de traditionele vijanden toe hoe Trumps zwalkende avonturisme strategische zwaktes blootlegt.
De Amerikaanse president Donald Trump arriveert op het vliegveld van de Turkse hoofdstad Ankara voor de NAVO-top in juli.
Naast de gebruikelijke verhalen over zoekgeraakte koffers kende deze zomer de saga van een zoekgemaakte president. Op 8 juli ging Donald Trump na afloop van de NAVO-top in Ankara aan boord van het presidentiële vliegtuig Air Force One, alleen maar om stiekem, via een cateringcontainer, op een ander toestel te stappen. Iran zou een aanslag beramen.
De filmische scène onderstreepte de kwetsbaarheid van de leider die zich zo graag profileert als taai en onbevreesd. Veelzeggend was ook wie mee mochten op de andere vlucht, die veiliger werd geacht. Terwijl journalisten en meegereisde kabinetsleden achterbleven op het officiële presidentiële toestel, volgden minister van Defensie Pete Hegseth en Trumps persoonlijke assistenten de president bij zijn geheime ontsnapping. Onder hen ook Natalie Harp, die vaak de berichten op sociale media schrijft waarmee Trump permanent het internationale gesprek beheerst en waarmee hij een persoonlijk, vaak emotioneel stempel drukt op het Amerikaanse buitenlandbeleid.
Vorig weekend haalde hij in één nachtelijk bericht decennia Amerikaans veiligheidsbeleid in Azië onderuit: hij droeg Hegseth op een militaire oefening met bondgenoot Zuid-Korea terug te schroeven. De uithaal was mede bedoeld als straf voor Seoel, dat Trump hulp had geweigerd toen hij zich in Iran vastdraaide in een uitzichtloze oorlog. Wie niet vóór Trump is, is tegen Trump.
Patriot-luchtafweerraketten op de Amerikaanse basis Camp Humphreys in Pyeongtaek, ten zuiden van de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul.
Eerder had de Amerikaanse president uitgehaald naar Europese bondgenoten die zijn hulpverzoek eveneens hadden afgewezen, omdat Trump niet met hen had overlegd, én omdat zijn oorlogsdoelen vaag, onrealistisch en daarmee gevaarlijk waren. Op de NAVO-top noemde hij Spanje vanwege die afwijzende houding een „verloren zaak” en de Spanjaarden „slechte mensen”.
Trumps weekend-post bevatte nóg een boodschap. Hij zocht toenadering tot de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un, met wie hij het naar eigen zeggen goed kan vinden. Kim heeft van pariastaat Noord-Korea een kernmacht gemaakt en een ongemakkelijkere ‘vriend’ is voor de VS moeilijk denkbaar. Noord-Korea is de aartsvijand van de Amerikaanse bondgenoot Zuid-Korea, en het land vecht actief mee in de Russische oorlog tegen Oekraïne. Ondertussen steunt Washington Oekraïne met inlichtingen en met wapens die door Europa worden betaald, terwijl Rusland Iran helpt in de oorlog tegen de VS.
In strijd met beleidsdocumenten en beloften aan de Amerikaanse kiezer bereikt Trumps bemoeienis alle uithoeken van de wereld. Hij zou zich terugtrekken op het Westelijk Halfrond, maar liet zich verstrikken in een hopeloze oorlog in het Midden-Oosten. Hij bestraft traditionele bondgenoten die niet aan de leiband lopen en heeft een zwak voor sterke leiders die democratie verachten. Hij vermengt Amerikaanse politiek met particulier gewin – hij kwam in Ankara aan in een vliegtuig dat hij van Qatar heeft gekregen.
In Trumps wereld lopen vrienden en vijanden dwars door elkaar. Hij trakteert die afwisselend op lof en dreigementen. Wil Oman een deal sluiten met Iran over de Straat van Hormuz die Trump niet bevalt? Dan post hij een kaart waarop de zeestraat Amerikaans grondgebied is en dreigt hij „the shit out of” Oman te bombarderen.
In al dit diplomatieke geweld ontbreekt Marco Rubio, minister van Buitenlandse Zaken én Nationaal Veiligheidsadviseur. Historici zullen later meer informatie vinden over Trumps schoonzoon Jared Kushner en vastgoedinvesteerder Steve Witkoff.
Trump, de impulsieve straatvechter, trekt voortdurend de aandacht, maar het lijkt erop dat hij de macht die de VS sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog geduldig hebben opgebouwd, in hoog tempo uitholt. Traditionele allianties worden herijkt, de Amerikaanse krijgsmacht, nog steeds formidabel, vertoont opeens tekenen van imperial overstretch. Tegenspelers China en Rusland zullen de gebeurtenissen met genoegen aanschouwen.
Trumps ruwe omgang met bondgenoten schaadt de allianties waarmee de Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog hun wereldhegemonie opbouwden. Met een omvangrijk netwerk van militaire bases in Europa, Japan en Zuid-Korea – en later het Midden-Oosten – gaven de Amerikanen niet alleen veiligheidsgaranties aan hun partners, de militaire aanwezigheid stelde ze in staat hun belangen te beschermen in geopolitiek cruciale regio’s.
Dat wereldwijde vlechtwerk van bondgenootschappen geeft de Amerikanen niet alleen een voorsprong in de machtsbalans met hun belangrijkste uitdager, China, dat zo’n militair netwerk ontbeert. Washington profiteerde ook enorm van de vrijhandel en de bewegingsvrijheid die het als supermacht afdwong. De allianties waren geen altruïsme, maar eigenbelang.
Trump vindt die arrangementen uit de tijd, te duur en te eenzijdig: de bondgenoten draaien de rijke VS een poot uit. Dus wil hij heronderhandelen – dreigend dat de VS hun bondgenoten de rug zullen toekeren. De NAVO-partners kregen deze zomer een vragenlijst uit Washington waarop ze mogen aangeven in hoeverre ze Trumps buitenlandse beleid steunen. Het moment waarop deze loyaliteitsenquête op de deurmat plofte was pikant: komend najaar bepaalt Washington hoeveel bases in Europa worden gesloten en hoeveel militairen er gestationeerd blijven. De nieuwe Amerikaanse force posture zou zomaar kunnen samenhangen met de mate van inschikkelijkheid van elke bondgenoot.
Maar hoe loyaal zijn de VS nog aan Europa? Is hun veiligheidsgarantie nog wel iets waard als een president telkens de confrontatie zoekt?
De NAVO-leiders komen tijdens de top in Ankara bijeen voor het maken van een groepsfoto.
Pessimisten onderstrepen dat onderling vertrouwen de basis van een bondgenootschap vormt en de allantie zijn functie verliest als dat vertrouwen wegkwijnt. Optimisten erkennen de onderlinge spanningen, maar denken dat de gezamenlijke belangen uiteindelijk doorslaggevend zijn. Allianties, stellen zij, gingen eerder door zwaar weer, en veel tumult komt voort uit ‘presidentiële politiek’ die na verkiezingen weer kan wijzigen. Zij vinden de overlijdensberichten voorbarig.
De verhoudingen tussen de Amerikanen en hun bondgenoten veranderen intussen wel. In Europa schieten de defensie-uitgaven door het dak, waardoor de NAVO als vanzelf een sterker Europees karakter krijgt. In sommige Aziatische landen gaat de traditionele afkeer van bewapening en nucleaire wapens overboord. Japan en Zuid-Korea zochten deze week in een eerste reactie op Trumps bericht steun bij elkaar. Eerder al maakten Japan en de Filipijnen afspraken over militaire samenwerking en besloten India en Vietnam gezamenlijk wapens te maken.
De zwaarste test voor de Amerikaanse macht speelt zich af in het Midden-Oosten – en het ziet er niet goed uit. Ondanks een kolossale inzet van de modernste wapens, krijgen de Amerikanen Iran er niet onder en een acceptabele uitweg uit een oorlog die niet nodig was, ontbreekt. Intussen lopen de kosten op.
Pas nu wordt duidelijk hoe groot de impact van de oorlog is geweest op de Amerikaanse wapenvoorraden, die kritieke niveaus zouden hebben bereikt. Niet alleen offensieve wapens als Tomahawk-kruisvluchtwapens, ook luchtafweerraketten als Patriot en Thaad, de laatste verdedigingslinie tegen ballistische raketten. Die voorraden zouden pas rond 2030 op het niveau zijn van vóór de Iran-oorlog.
De wapendepots zijn volgens Reuters zó uitgeput dat Trump eind juli gedwongen was een nieuwe aanval op Iran af te blazen. Het verleidde de Amerikaanse oorlogshistoricus Phillips O’Brien op X tot de verzuchting dat Trump de VS „sneller heeft gedemilitariseerd” dan wie dan ook in de Amerikaanse geschiedenis. „Een overtuigd pacifist zou moeite hebben gehad wapens nóg sneller weg te smijten.”
Recente horrorverhalen vanuit de Amerikaanse marine versterken dat beeld. Het vliegdekschip USS Abraham Lincoln vertoont na negen maanden op zee zoveel gebreken en mentale problemen onder de bemanning dat het naar huis is gestuurd – zonder het stempel mission accomplished. De varende luchtmachtbasis wordt vervangen door de ‘Washington’, die daarvoor uit Aziatische wateren wordt gehaald. Dat betekent dat de VS geen enkel vliegdekschip meer hebben in de westelijke Pacific – door Washington gezien als het strijdtoneel van de toekomst. Analisten noemen dat „uitzonderlijk zeldzaam”.
Protest tegen de VS bij de Amerikaanse ambassade in Seoul (links) en in bij de luchtmachtbasis in het Engelse Fairford.
Ondertussen helpen de Russen – en vermoedelijk ook de Chinezen – Iran met zijn militaire wederopbouw, die zich volgens Israël verbazingwekkend snel voltrekt. En lijkt het er steeds meer op dat niet Washington, maar Teheran bepaalt wanneer de oorlog eindigt. Dat is het beeld dat heerst: onder de streep levert Trumps „kortetermijn-excursie” de Amerikanen vooral problemen op die voor de oorlog niet bestonden. Wapentekorten, een Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz en diep wantrouwen tussen de VS en hun bondgenoten in het Midden-Oosten, Europa en Azië.
Het vergt weinig fantasie te veronderstellen dat Xi Jinping of Vladimir Poetin de beleidskeuzes van Trump en zijn zwalkende avonturisme tevreden gadeslaan. Achteroverleunend ziet Xi hoe de Amerikanen zichzelf militair verzwakken en stappen zetten om beproefde bondgenootschappen op te blazen. Daarnaast bood Operation Epic Fury in Iran de Chinezen een uniek inzicht in de modernste Amerikaanse wapensystemen, hun tactische keuzes en de diepte van hun wapenvoorraden. Het brengt strategische zwaktes aan het licht die in de verste verte niet meer passen bij de supermogendheid die de Verenigde Staten eens waren. In de langdurige machtsstrijd tussen de VS en China maakt Trump het Beijing nu wel heel gemakkelijk.