Actrice en schrijver Nadja Hüpscher probeert met haar twee zonen (13 en 14) over alles te praten. Alleen gaat dat nooit zoals ze wil.
Zoon zit aan de keukentafel, moeder ruimt van alles op. Overal liggen sokken en etensresten. Ze stopt even bij hem en geeft hem kusjes.
Zoon: Mam stop met kussen, je hebt gister al genoeg gehad.
Moeder: Wil je nog een tosti?
Zoon: Ja. Met ham.
Moeder: ‘Alsjeblieft’ zeggen graag, anders maak ik helemaal niks.
Zoon: Alsjeblieft.
Moeder: Mag ik alsjeblieft nog een tosti met ham?
Zoon: Ja, graag.
Moeder: Ja, doei.
Zoon: Mag ik alsjeblieft nog een tosti met ham, lieve mama.
Moeder: Ja, maar natuurlijk schat. Ham heb ik net gekocht en witbrood zelfs. Mazzelkont. Het is toch gek dat ik het altijd leuk vind om jullie te voeden, ik wil altijd eten in jullie stoppen. Het is de natuur.
Zoon: Bijzonder. Is er nog ketchup?
Moeder: Het is heel natuurlijk. Zo mooi.
Zoon: Dat is omdat ik jouw kindje ben. Ik wil er nog wel twee. Als er nog genoeg ham is.
Moeder: Ja, jullie zijn mijn kindjes en ik wil dat jullie gezond zijn, dat jullie leven, dat gaat automatisch. Ik kan er wel om huilen.
Zoon: Mam, mag ik dan een tosti én een pizzabroodje van de Appie? En kan het zakgeld omhoog? Ik krijg nog steeds vijf euro. Echt al m’n vrienden krijgen meer. En als we op vakantie gaan wil ik liever gewoon een keer een huis huren met een zwembad en dan daar blijven. Kan dat?