F1-Circuit Zandvoort maakt zich op voor het laatste Formule 1-weekend. Meer dan 300.000 fans van de Formule 1 moeten dit weekend eten, drinken en hun weg vinden naar het circuit. Maar de invloed van de racewagens is het hele jaar te merken. „De Grand Prix heeft Zandvoort op de Europese kaart gezet, wat zeg ik, op de wereldkaart.”
De rijk versierde Van Speijkstraat in Zandvoort, klaar voor de F1.
Zandvoort, donderdagochtend. Witte hekken, knipperende lichtborden en metalen loopbruggen drijven treinreizigers één kant op. Rechtdoor en dan naar rechts. Daar ligt het circuit van Zandvoort. En daar wordt komend weekend de F1 Dutch Grand Prix gereden. Het is de vijfde Nederlandse editie van de racewedstrijd, en de laatste. De drie ondernemers die de Grand Prix naar Nederland haalden en voor eigen rekening en risico organiseren, zeggen dat het steeds lastiger wordt hun investering vooraf – 75 miljoen euro – in één weekend terug te verdienen. De animo onder Nederlandse bezoekers en sponsors loopt terug, merken ze. En veel hangt af van de Nederlandse coureur Max Verstappen. Blijft hij rijden? Ja, bleek toevallig ook op donderdagochtend. Hij heeft voor drie jaar bijgetekend bij raceteam Red Bull. Maar blijft hij ook winnen? Volgens circuitdirecteur Robert van Overdijk stopt de Dutch Grand Prix op het hoogtepunt.
Sla je linksaf, dan loop je zo het dorpscentrum in. Zandvoort, dorp met 17.000 inwoners bereidt zich de laatste keer voor op de komst van 330.000 F1-fans. Horecaondernemers bouwen buitenbarren, poppodia worden neergezet, winkeliers rijgen zwart-witgeblokte vlaggetjes aan hun gevel. De Nederlandse Grand Prix is van meet af aan veel meer dan een autorace, het is een driedaags openluchtfestival, een sportevenement, kermis, carnaval ineen.
Het Raadhuisplein in Zandvoort. Er komen meer dan 300.000 fans naar het dorp aan de Noordzeekust.
Voor winkeliers is dit het slechtste weekend van het jaar, zegt Peter Tromp van de ondernemersvereniging Zandvoort (er zijn er zeven in het dorp). Hij was vijftig jaar eigenaar van Kaashuis Tromp. Hij kent één slager die zich heeft binnengewerkt op het circuit. „Hij heeft al driehonderd kilo vlees naar de rennerstallen gebracht, en dan moet de eerste race nog beginnen.” Maar, zegt hij, welke gek komt er nou dit weekend een blok kaas kopen? Betekent dat dat hij blij is dat de Dutch Grand Prix stopt? Zeker niet. „De Grand Prix heeft Zandvoort op de Europese kaart gezet, wat zeg ik, op de wereldkaart.”
Jongstleden november, drie Amerikanen in zijn winkel. Ze deden een vijfdaagse trip naar Amsterdam. „Zij naar de VVV. Ze konden naar de Zaanse Schans, naar Alkmaar, Leiden. Maar ze kozen Zandvoort, want dat hadden ze thuis in Amerika op televisie gezien. Ze zitten twintig minuutjes in de trein, maken een strandwandeling, lunchen riant in een van de 26 strandtenten, kopen voor driehonderd euro speciaal ontworpen F1-kleding bij herenmodezaak Vlug Menswear en nemen bij mij voor tweehonderd euro gevacumeerde kaas mee.”
Tegenstrijdige belangen zijn er altijd, zegt Tromp. Er is dorp versus strand. De uitbaters van strandtenten hebben minder profijt van de F1-feestvierders dan die in de winkelstraten. Horeca versus winkeliers. „Maar ik zeg: niet zeuren dat je deze week even niks te doen hebt, het gaat om het aanzien van het dorp als geheel.” En dorp versus circuit? „Gaat het goed met het circuit, dan gaat het goed met ons.”
En het circuit blijft bestaan, ook zonder Grand Prix. Driehonderddertig dagen mag er geracet worden. De verwachting is dat in 2027 de Formule-E wordt binnengehaald, met elektrische raceauto’s. De Nascar-races komen waarschijnlijk ook naar Zandvoort, een autosportklasse uit Amerika met racewagens die eruit zien als straatauto’s. Daar botst het circuit op de belangen van Karel van Broekhoven, voorzitter van Rust bij de Kust. „De NASCAR rijdt met V8-motoren, dat maakt nog meer herrie dan de F1.”
Rolkoffers ratelen door de Van Speijkstraat, een van de fanatiekst versierde straten van het dorp. Rijen oranje vlaggetjes wapperen tussen de huizen. Wim Krijnen slijpt in zijn garage kogels voor zijn antieke jachtgeweer. Hij heeft, zegt hij, andere hobby’s dan raceauto’s. Neemt niet weg dat hij het prachtig vindt, de reuring in zijn straat. En wie het niet prachtig vindt – hij wijst naar de huizen naast en boven hem – die vertrekt voor het weekend en verhuurt z’n huis zo voor duizend euro per nacht. „Iedereen pikt een flinke graan mee,” zegt hij. Waar ter wereld heb je nou een circuit, zegt hij, waar je heen kunt lópen?
De Van Speijkstraat in Zandvoort, waar racefans welkom zijn.
„We zijn een badplaats met een circuit,” zegt burgemeester David Moolenburgh. De F1 bracht economische winst naar de regio, zorgde voor verdubbeling van het spoor met twaalf keer per uur een trein in plaats van het boemeltje van voorheen. Het elektriciteitsnet is geüpgraded, er wordt gebouwd aan een vijfsterrenhotel met 160 kamers op het Badhuisplein, er zijn plannen voor een hotel op de duinrand met zicht op de zee aan de ene kant en op het circuit aan de andere. Maar wat hij als burgemeester van „onschatbare waarde” vindt, is de trots van de Zandvoorters op dit evenement.
Is hij dan ook niet rouwig om het eind van de F1? Nee. „Zandvoort heeft 120 evenementen per jaar. Van de Spartan Race (hindernisbaanloop) tot de KLM Open (golf) tot dj-optredens en concerten.” En daarbij: het grootste evenement voor Zandvoort is een zonnige dag. „Dan komen er ook 100 tot 130.000 man naar het dorp, meer dan op een F1-racedag.”