Dit moet een uiterst voorzichtige column worden. Eén woord te veel en mijn werkgever wordt zwaar bestraft door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Die heeft diverse Nederlandse kranten, zoals NRC, de Volkskrant, De Telegraaf en het AD boetes van tienduizenden euro’s opgelegd voor hun te positieve artikelen over de medicijnen Ozempic, Wegovy en Mounjaro.
Waren we in Nederland maar zo streng in de bestrijding van de nog altijd springlevende kwakzalverij. Cees Renckens, kwakzalverbestrijder par excellence, becijferde zes jaar geleden bij zijn afscheid dat in de alternatieve geneeskunde jaarlijks een half miljard euro omgaat, deels vergoed door de zorgverzekeraars. Een half miljard voor handopleggers, piskijkers, anale ozontherapeuten-tegen-fistels en andere paranormale geneeskunstenaars.
Maar dit terzijde, zij het niet geheel terzijde.
Wat hebben de door de IGJ beboete kranten misdaan? Ze hebben te wervend geschreven over medicijnen die alleen op doktersrecept verkrijgbaar zijn. Dat mag niet van de Geneesmiddelenwet, ook niet als het, zoals in het geval van NRC, artikelen van de wetenschapsredactie betreft.
Tegen NRC zei een IGJ-woordvoerder: ,,Als het gaat om mediaberichtgeving kijken we naar het geheel – inhoud, context, beeld, geluid – het is geen afvinklijstje. Is het artikel erg wervend? Heb je na het lezen het gevoel: dit middel wil ik kopen of gebruiken?’’
Dit zadelt mij, en niet alleen mij, met een lastig probleem op. Ik wil al een poosje een column schrijven over een geneesmiddel dat ik op doktersrecept gekregen heb en dat mij van een reuze hinderlijk kwaaltje heeft afgeholpen: jeuk aan de onderbenen. Jeuk doet krabben, het is bekend, en daar kan veel narigheid van komen, vooral als het de hele dag doorgaat. Mijn huisarts schreef me zonder aarzeling een bepaalde crème voor – en al na enkele dagen: wég jeuk, helemaal wég. Ik leefde op. Ik hoefde tijdens een ernstig gesprek niet meer te denken: kon ik nu maar éven krabben.
Nu durf ik er zonder enig nader lezersonderzoek veel onder te verwedden dat er ook de nodige NRC-lezers zijn die dagelijks gekweld worden door jeuk. Ze praten er niet graag met anderen over, de NRC-lezer krabt liever in afzondering, achter zijn krant. Omdat hij (zij/hun!) in stilte lijden, zou ik graag verlichting brengen door hier de naam van dit nuttige geneesmiddel te noemen.
Helaas, dat mag niet vanwege die wet, waar de overheidsdienaren van de IGJ zich aan vastklampen als een drenkeling aan zijn vlot. Mijn werkgever zal een boete krijgen die hij vermoedelijk in mindering brengt op mijn honorarium, waardoor de jeuk misschien zelfs in verhevigde mate weer op mijn huid terugkeert. Alles zou vergeefs zijn geweest.
Wat te doen? Hoe de naam aan te duiden zonder hem te noemen? Ik heb besloten er een puzzeltje van te maken. De naam eindigt met het woordje crème. Daarvoor staat de naam van het middel, bestaande uit eenentwintig letters. Uit die letters zijn minstens zeven vrouwenvoornamen te vormen, een ervan is Maria.
Ongetwijfeld zullen sommige NRC-lezers, schrander en vrijmoedig als zij zijn, mij benaderen met hun oplossing, maar geheel in de strenge geest van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zal ik zulke reacties verontwaardigd afwijzen. Van een gezagsgetrouwe Nederlandse burger mag niet anders verwacht worden.