Sybren van der Velden Walda | landelijke politie In het eerste halfjaar van 2026 is een recordaantal van 7.200 incidenten met nepagenten gemeld bij de politie. De babbeltruc blijft in trek – de opbrengsten van oplichters kunnen hoog zijn. Maar de pakkans is ook groter geworden en er worden serieuze straffen uitgedeeld, vertelt de projectleider senioren en veiligheid van de politie.
Sybren van der Velden Walda.
Nieuwste wapenfeit in de strijd tegen nepagenten is een deze maand gestarte campagne in zo’n negenhonderd huisartsenpraktijken overal in het land. Op informatieschermen in de wachtkamers worden patiënten – vaak ouderen – voor de nepagenten gewaarschuwd. Want de babbeltruc blijft in trek, onder misdadigers. Ze bellen ouderen op en zeggen dat ze van de politie zijn. Mevrouw, een bende inbrekers heeft het op uw huis gemunt, dus zo meteen staat er een agent voor uw deur om kostbaarheden veilig te stellen, legt u ze alvast klaar? Na het eerste halfjaar van 2026 stond de teller op een recordaantal van 7.200 incidenten – een optelsom van aangiftes en meldingen van mislukte pogingen. Zo’n driekwart van de gebelde ouderen trapt er niet in en verbreekt de verbinding, vertelt projectleider senioren en veiligheid bij de landelijke politie Sybren van der Velden Walda (57) in een videogesprek. Een kwart van de ouderen gelooft de nepagenten dus nog altijd. En overhandigen vervolgens dankbaar hun sieraden en contant geld, oplopend tot tienduizenden euro’s.
„De buit die criminelen kunnen vergaren is groot. Dus voor hen blijft het aantrekkelijk. Al is de pakkans ook steeds groter. In de eerste zeven maanden van het jaar hebben we 496 verdachten aangehouden. Het hele vorige jaar waren dat er 613. We leveren het Openbaar Ministerie ook steeds meer dossiers aan, zodat verdachten worden vervolgd. En de straffen zijn fors. Maanden of jaren celstraf. Eén veroordeelde kreeg eind 2025 voor het oplichten van 25 slachtoffers zeven jaar cel.”
„Feit blijft dat deze slachtoffers behoren tot een generatie die goed is van vertrouwen. Ze zijn bijna zonder uitzondering zeventigplus, er zitten veel tachtigers bij, negentigers. Mensen opgegroeid in een tijd dat je de achterdeur nog openliet. Een generatie ook met ontzag voor gezag, dus ook voor de politie. Dat zit bij veel ouderen zo’n beetje in de genen.”
„Veel ouderen zijn goed op de hoogte, vinden hun weg op sociale media, enzovoort. Maar er is ook een deel van de senioren, ik denk vooral echt oudere senioren, bij wie de berichten over nepagenten niet altijd even goed binnenkomen of blijven hangen. En zelfs al hebben ze over de truc gehoord, uiteindelijk gaat een behoorlijk aantal tóch voor de bijl. Neem mijn moeder, 87. Als er íémand is die weet hoe de oplichters te werk gaan, dan is zij het. Ze volgt me op de radio en in de kranten en als ik een keer op televisie ben geweest zonder dat ze het weet dan wordt ze boos. En zelfs zíj is twee jaar geleden bijna het slachtoffer geworden van een babbeltruc. Bankhelpdeskfraude. De jongeman stond al aan haar deur om in haar bank-app te komen.”
„Ja. Want los van het weten of niet weten: vergeet nooit hoe de oplichters hun slachtoffers bewerken. Er zijn voorbeelden van slachtoffers die anderhalf uur aan de telefoon zijn gehouden. Ik beluister weleens tapgesprekken die wij in onze onderzoeken opnemen: de nepagenten weten vaak van alles over de ouderen in kwestie. Laten terloops de naam vallen van hun zoon of dochter: ‘We hebben al met Annemiek gesproken, meneer!’ En ze spelen in op dat ontzag voor gezag: ‘U weet toch, meneer, dat u de politie kunt vertrouwen? Hoe kan ik anders weten hoe uw dochter heet, op welk adres u woont?’ Ze gebruiken gegevens die zijn buitgemaakt bij hacks. En de ophaler aan de deur draagt een blauwe polo waar gele banen op zijn aangebracht en iets wat lijkt op een politielogo.”
Sybren van der Velden Walda.
In juli werd een jongen van dertien uit Spijkenisse aangehouden op verdenking van oplichting als nepagent. Hij zou voor zo’n 20.000 euro aan sieraden hebben buitgemaakt. De politie schreef op sociale media: „Het is zomervakantie. Je lag nog te slapen, maar wij klopten op je deur. Even later moest je met ons mee naar het politiebureau.”
Van der Velden Walda: „Mijn tekst de afgelopen anderhalf jaar was telkens: ‘Verdachten zijn soms nog maar vijftien jaar oud’. Dat record is dus verbroken. Er wordt geronseld onder jongeren vanuit de georganiseerde criminaliteit. Op straat, op pleintjes in grote steden, en online natuurlijk. Een soort advertenties op TikTok of Instagram. ‘Geld verdienen?’
„Een paar honderd euro. Vijfhonderd soms. Ik las in een verklaring zelfs over een nieuw paar gymschoenen. Dus ja: ze zijn enorm beïnvloedbaar.”
„Ja, dat komt veel voor. Ze zijn zo kwetsbaar dat ze zelf bijna slachtoffer zijn. We zijn daarom bezig met allerlei partners – gemeenten, jeugdhulpverleners, het OM, jeugdreclassering – om te voorkomen dat zulke kwetsbare jongelui daders worden. Want eenmaal aan de deur van die oudere is dat wél wat ze zijn. Daders. Al ben je vijftien, of dertien: het kan niet zo zijn dat je niet weet wat je aan doen bent, als je spulletjes ophaalt aan de deur bij een negentigjarige vrouw. En houden we zo’n verdachte aan, liefst op heterdaad, als mensen de verbinding verbreken en 112 bellen en wij in actie kunnen komen, dan rechercheren we door. Naar de bovenliggende lagen. Naar de bellers en de breinen achter de delicten. En dat lukt, er komen serieuze veroordelingen uit voort. Het is echt geprioriteerde criminaliteit.”