Home

1 op de 5 nieuwe scholen redt het niet, terwijl er steeds meer worden opgericht

Een nieuwe school oprichten, zoals de Renaissanceschool van Forum voor Democratie, is geen garantie voor succes. Bijna een op de vijf nieuwe scholen stopt of fuseert binnen enkele jaren, blijkt uit een data-analyse van NU.nl. Tegelijkertijd worden er steeds meer nieuwe scholen opgericht.

In een kwart eeuw openden vierhonderd nieuwe, door de overheid gefinancierde scholen, waarvan er 74 weer het loodje legden. Gemiddeld hadden ze honderd leerlingen en sloten ze na ongeveer vijf jaar. Meestal waren ze te klein of was de onderwijskwaliteit onvoldoende. "Is dat aantal erg? Ja", zegt hoogleraar onderwijsrecht Stefan Philipsen tegen NU.nl.

"Het is geen efficiënte inzet van belastinggeld. Een nieuwe school openen kost algauw honderdduizenden euro's. En het gaat om kinderen. Die maken vriendjes op school en volgen specifieke lesmethoden. Als hun school sluit, moeten ze naar andere scholen, nieuwe vriendjes maken en wennen aan nieuwe methoden. Mogelijk hebben ze deels een leerachterstand."

De PO-Raad, koepelorganisatie van zowel bestaande als nieuwe basisscholen, is genuanceerder. "Je kunt ook vaststellen dat voor 80 procent van de nieuwe scholen een doelgroep bestaat die groot genoeg is om de oprichting te rechtvaardigen."

"Ook kun je je afvragen of een school die fuseert 'het niet redt': als je goed onderwijs met een bepaalde visie beter kunt organiseren door te fuseren, dan is dat goed. En inderdaad: niet iedere school redt het. Wat daarbij vooral belangrijk is, is dat leerlingen en onderwijspersoneel er niet te veel onder lijden."

Zoals je in de grafiek hieronder ziet, verschilt het aantal nieuw opgerichte scholen sterk per richting. Ook de levensvatbaarheid varieert flink. Het gaat om (meestal basis)scholen die tussen 1997 en 2021 zijn opgericht. Nog nieuwere scholen laten we bewust buiten beschouwing: daarvan moet nog blijken of ze het redden.

Sinds 2021 is er een nieuwe wet: de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen. Die moest het schoolaanbod beter laten aansluiten bij de wensen van ouders. Vooral het oprichten van scholen met een nieuwe richting of een nieuw onderwijsconcept was in het oude systeem lastig. Het model om leerlingenaantallen te voorspellen werkte niet goed en de procedure bevoordeelde bestaande schoolsoorten.

Het was vaak gemakkelijker om de zoveelste protestants-christelijke school te starten dan bijvoorbeeld een boeddhistische school of een school met een bijzonder onderwijsconcept. En scholen die wel mochten openen, werden vooraf nauwelijks gecontroleerd op onderwijskwaliteit.

Door de nieuwe wet is het "significant makkelijker" om een school te stichten, vindt Philipsen. Zoals de grafiek hieronder laat zien, leidde dat de afgelopen vijf jaar tot een piek in het aantal nieuw opgerichte scholen:

Soms zijn 33 belangstellingsverklaringen van ouders van potentiële leerlingen al genoeg om aan te tonen dat er voldoende animo is voor een school, vervolgt Philipsen. Ook de nieuwe kwaliteitstoets vooraf biedt volgens hem geen garantie.

"Je moet in feite een plan overhandigen aan de onderwijsinspectie, maar je ziet dat initiatiefnemers hun plannen uitwisselen. Zo leren ze van elkaar, bijvoorbeeld de juiste terminologie. En ik weet niet welk plan de Renaissanceschool heeft voorgelegd en hoe de inspectie precies toetst. Maar dat jongens en meisjes er gescheiden onderwijs mogen gaan volgen, terwijl dat in strijd is met de Algemene wet gelijke behandeling, is toch hoogst opmerkelijk?"

De kwaliteitstoets is inderdaad "deels een papieren werkelijkheid, maar dwingt initiatiefnemers in elk geval om beter na te denken", zegt Ebbo Bulder. Hij werkt voor onderzoeks- en adviesbureau Oberon, dat de nieuwe wet de afgelopen jaren evalueerde. Op basis van die evaluatie kun je niet zeggen of het gemakkelijker is geworden om een school te stichten, vertelt hij.

De procedure is tegenwoordig een soort afvalrace met meerdere meetmomenten. "Iets minder dan de helft van de initiatiefnemers die een zogeheten preregistratie doen om een nieuwe school te starten, dient uiteindelijk een officiële aanvraag in." De anderen hebben zich bedacht, bijvoorbeeld tijdens het belangstellingsonderzoek.

"Vervolgens weigert het ministerie van Onderwijs ongeveer een kwart van de aanvragen, omdat er te weinig belangstelling is of omdat de verwachte onderwijskwaliteit te laag is." Een deel van de vrijwillige of gedwongen 'afhakers' had onder het oude systeem mogelijk wel een school opgericht.

De onderzochte scholen lieten in hun eerste schooljaar "overwegend voldoende onderwijskwaliteit zien", concludeerde Bulder in zijn evaluatie.

Huisvesting is wel een groot knelpunt: door ruimtegebrek huisvesten gemeenten bijna de helft van de nieuwe scholen in een ander postcodegebied dan waar het belangstellingsonderzoek is gedaan. Sommige scholen vrezen dat dit gevolgen heeft voor de groei van het leerlingenaantal. Ook is de startbekostiging voor de opstartfase veel te laag, blijkt uit ander onderzoek.

Of de nieuwe wet ervoor zorgt dat minder nieuwe scholen omvallen, kunnen we pas over een aantal jaar vaststellen. Na vier jaar moet een school de helft van het vereiste leerlingenaantal hebben en na acht jaar het volledige aantal. Anders draait het ministerie van Onderwijs de geldkraan dicht. Zeker twee scholen zijn alweer gesloten, al maakt een daarvan een doorstart.

"Als het aantal stoppende scholen onder de nieuwe wet gelijk blijft, moet de overheid terug naar de tekentafel", vindt Bulder. "Al betekent dat dan niet dat de hele procedure niet werkt. Doordat nieuwe scholen bijvoorbeeld tegenwoordig in hun eerste jaar worden bezocht door de inspectie, kan eerder worden ingegrepen. Als een school toch moet sluiten, hebben leerlingen hopelijk minder lang onderwijs van onvoldoende kwaliteit gehad."

Philipsen: "Ik geloof sterk in onderwijsvrijheid: laat duizend bloemen bloeien, elk op zijn eigen manier. De vraag is of de lat nu niet te laag ligt. Misschien moeten we zeggen: start eerst maar een school zonder bekostiging, bewijs maar dat dat lukt. Of: zorg eerst maar voor twee volle klassen. Je wil wel aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat zo'n school slaagt."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next