Vrouwengeschiedenis Sanne Thierens vertelt het verhaal van de bezetting van de abortuskliniek Bloemenhove in 1976 na met veel flair en vaart. Zo komt de geschiedenis echt tot leven, maar voor nuance blijft weinig ruimte over.
In een van de behandelkamers van de kliniek Bloemenhove praten de leden van diverse actie-groepen met de voorzitster van het Stichtingsbestuur van de Bloemenhove kliniek, Anneke Goudsmit (uiterst rechts).
Als mens kun je bij het opstaan onmogelijk weten of een dag levensbepalend zal zijn. Maar op een meidag in 1976, zijn Marjan Sax en Hillie Molenaar zich ervan bewust dat er vandaag geschiedenis wordt geschreven. De feministen maken zich op voor een van de grootste gebeurtenissen uit hun activistische carrière. Het tweetal heeft net vernomen dat de abortuskliniek Bloemenhove, in Heemstede, wordt gesloten. Ze hebben een loei van een camera ingepakt, want, weten deze voormalige Dolle Mina’s, beeld is alles.
Sanne Thierens: De bezetting. De strijd om abortuskliniek Bloemenhove en baas in eigen buik. Nijgh & Van Ditmar, 368 blz. € 26,99
Een paar dagen daarvoor doet de Duitse Gerlinde Sziele aangifte wegens medische onzorgvuldigheid tegen diezelfde kliniek. De 26-jarige winkelier uit Duitsland heeft zich daar pas laten helpen bij de zwangerschapsafbreking van haar ongeboren kind. Met de behandeling is ze tevreden. Totdat ze, twee dagen later, een miskraam krijgt. Een zeer ongelukkig ongeval, verklaart haar arts. Sziele was vermoedelijk zwanger van een tweeling.
Deze twee gebeurtenissen vormen het beginpunt van De bezetting (2026) van Sanne Thierens dat, met ijver, de geschiedenis rond de bezetting van de abortuskliniek Bloemenhove tot leven wekt.
Thierens (1989) promoveerde op de musicals van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink. Daarnaast schrijft ze theaterteksten, geeft ze les en publiceerde ze in 2021 haar eerste boek Mjoeziekul. Haar nieuwe werk, hoewel non-fictie, is bedoeld als filmische geschiedenis, zoals de achterflap verraadt. Pal naast de volgende aanbeveling: „Een aanrader voor elk mens met een baarmoeder en misschien nog wel het meest voor alle mensen zonder baarmoeder.” Dat is een simpel rekensommetje – iedereen dus.
De plot, die niet chronologisch wordt opgetekend, gaat als volgt. Op de nacht van 18 mei wordt door minister van Justitie Dries van Agt het bevel gegeven om de abortuskliniek in Heemstede te sluiten. De aanleiding is de aangifte van de eerder genoemde Gerlinde Sziele. De minister van Justitie ziet daarmee zijn kans schoon. Al jaren probeert hij de abortuskliniek, die zwangerschappen tot twaalf weken afbreekt, te sluiten. Sziele is zijn paard van Troje, eindelijk kan hij overgaan tot actie.
Al snel stuift een leger aan vrouwen richting de kliniek om deze te bezetten. Ook radio-en televisieploegen verzamelen zich in Heemstede. De Bloemenhove wordt landelijk nieuws. Ter plaatse is de sfeer goeddeels vrolijk. Zomerjurkjes, leuzen, kinderwagens en zelfs meegebrachte huisdieren sieren de tuin. Mannen rollen hun mouwen op vanwege de hitte. Een patatkraam vestigt zich naast de kliniek, tot grote blijdschap van de bezetters. Toch zijn de demonstranten op hun hoede. Een politie-inval is niet uitgesloten en komt af en toe angstvallig dichtbij. De behandelapparatuur wordt alvast in veiligheid gebracht, voor het geval het zwartste scenario uitkomt.
Intussen wordt er in de Kamer fel gediscussieerd. Progressieve partijen als de PvdA zijn al lang van mening dat er een degelijke wet rond abortus moet komen. De vrouw van premier Joop den Uyl, Liesbeth, is zelf aanwezig in de kliniek. Het feit dat Bloemenhove nog steeds bestaat, verraadt de uitkomst van de bezetting, die uiteindelijk twee weken duurt en op 2 juni wordt opgeheven.
Langs de as van deze verhaallijn beschrijft Thierens de geschiedenis van abortus vanaf de Zedelijkheidswet in 1911, samen met de komst van vrouwenbewegingen zoals de Dolle Mina’s en Wij vrouwen eisen. Met stakingen, demonstraties, leuzen, ludieke acties die uiteindelijk leiden tot de abortuswet, die in 1981 wordt aangenomen en pas in 1984 volledig is ingevoerd.
Filmisch? Absoluut. In de eerste hoofdstukken worden de personages zo rijkelijk geschetst dat je ze bijna kunt ruiken. Zo heb je de arts Joeri van den Berg, die zich eerst inzet om heimelijk zwangerschappen af te breken (‘met het zweet gutsend over zijn rug’) en later terechtkomt bij de Bloemenhovekliniek. Of de ‘kleine, bruinharige gestalte’ Anneke Goudsmit van D66, een publiekslieveling in de Tweede Kamer.
Ook de feministen worden bijna hagiografisch in kaart gebracht. Bijvoorbeeld de eerder genoemde Hillie Molenaar en Marjan Sax, maar ook Anja Meulenbelt en Selma Leydesdorff, die slim genoeg was om de groep ‘Versierde Kutten’ om te dopen tot Dolle Mina. Vanaf de pagina’s proef je het ontzag dat Thierens moet voelen voor deze kopstukken. Ferm tegenover hen staat Dries van Agt. De oud-premier, die overleed in 2024, ontpopt zich als geweldige schurk binnen het verhaal. Daarin staat hij niet alleen. Pater Jan Koopman, met zijn lange en spookachtige verschijning, vormt een waardige kompaan in zijn morele strijd. De geestelijke verwees ooit naar een kliniek als ‘het Auschwitz van de abortus provocatus’.
Hoe beeldend ook, af en toe bekruipt de gedachte dat dit verhaal beter zou werken in een andere vorm. Een, jawel, Netflix-serie bijvoorbeeld. Dat heeft vooral te maken met de sensationele ondertoon. Het boek richt zich voornamelijk op de heldhaftige Jeanne d’Arcs, het verslaan van die houterige Dries, de doorrookte politici met gezwollen taalgebruik, de wet die er ein-de-lijk kwam. Zodanig, dat je door al die nostalgische daadkracht bijna vergeet dat abortus vaak zeer ingrijpend is.
Dat komt misschien ook doordat de patiënten zelf nauwelijks aan het woord komen. Ergens ironisch voor een boek dat zich richt op vrouwelijk zelfbeschikkingsrecht. Het voelt als een gemiste kans om juist hen als lijdend voorwerp in te zetten, want alleen zij leggen bloot hoe diffuus een abortus kan zijn. Dat levert misschien minder politiek theater, maar wel een gevoelsrijker boek op.
Denk bijvoorbeeld aan het meanderende essayistische werk van Meredith Greer, Bedenktijd (2023), of het pas voor de Europese Public Discourse Award genomineerde essay van Scandinavië-correspondent Anne Grietje Franssen, dat in deze krant verscheen, waarin ze schrijft: „Dit is geen verlies. Jij verloor niet, maar deed afstand van.” Of aan de luisterrijke poëzie van de New Yorkse dichter Diana di Prima, die over haar geaborteerde foetus schrijft: „Heb je genoeg truien, valt de winter zwaar?”
In De bezetting is duidelijk gekozen voor de jubeltoon. Als er iets te winnen valt, is een tweedeling tussen goed en kwaad wel zo praktisch. Dat is, in het licht van de huidige debat omtrent abortus, en de staat van onze Amerikaanse zusters, ook goed te begrijpen. Daarmee is dit boek een zeer geschikt naslagwerk voor iedereen ‘met of zonder baarmoeder’. Maar als je kiest voor de epiek, zou een soundtrack ook niet misstaan. Regisseurs, grijp uw kans.