Home

Zorgvuldig bouwde Frida Kahlo een imago op, en werd daarmee een soort influencer avant la lettre – maar haar werk is zoveel meer dan dat

Frida Kahlo In de grote tentoonstelling over Frida Kahlo in Londen draait het om de spanning tussen Kahlo-het-icoon, en het veel rijkere, complexere verhaal van zowel haar leven als haar werk, dat haar juist tot een interessante kunstenaar maakt.

Stilleven (Ik behoor toe aan Samuel Fastlich), 1951.

Tentoonstelling

Frida: The Making of an Icon. T/m 3 januari 2027 te zien in Tate Modern in Londen.Info: tate.org.uk

Kan roem rechtvaardig zijn? Het heeft onmiskenbaar iets roerends, in Tate Modern: dat een kunstenaar die in haar leven zoveel tegenslag te verwerken kreeg, daarna zo beroemd is geworden. Frida Kahlo kreeg op zesjarige leeftijd polio – waarvan ze weliswaar genas, maar waardoor ze altijd moeilijk bleef lopen. Op haar achttiende kreeg ze een busongeluk dat haar halve lichaam verbrijzelde. Op haar dertigste verloor ze een ongeboren kind. Ergens tussendoor ging ze schilderen, aanvankelijk op haar ziekbed, en groeide zo vanuit Mexico, toch niet het epicentrum van de moderne kunst, uit tot een van de bekendste kunstenaars van de twintigste eeuw.

Maar hoe ontstond die roem precies?

Die vraag is de kern van de grote tentoonstelling die Tate Modern in Londen nu aan Kahlo wijdt – een goede vraag, maar met een ongemakkelijke kant. Want hoeveel exposities hebben we gehad over de vraag waarom Picasso beroemd is geworden, of Matisse of Donald Judd – alsof er iets verdachts is aan Kahlo’s bekendheid, alsof die alleen verklaard kan worden door iets dat niet door haar werk wordt gerechtvaardigd. Daar komt bij dat Tate de Kahlo-solo deze zomer inbedt in een drieluik met twee andere vrouwelijke kunstenaars, Tracey Emin (tot 31 augustus) en Ana Mendieta (tot 17 januari). Die combinatie is op zich een heel goed idee, de drie stuwen elkaar onmiskenbaar op (de samenstellers zijn er zelfs in geslaagd werk van zowel Emin als Mendieta in de Kahlo-show op te nemen), maar het is ook opmerkelijk dat de overeenkomst tussen de drie die sterk in het oog springt, is dat ze voor hun kunst zwaar hebben moeten lijden, zowel lichamelijk als psychisch. Zegt dat iets over de moeilijke positie van vrouwelijke kunstenaars in het algemeen? Of speelt hier een stereotype mee, waarvan je je kunt afvragen of vrouwelijke kunstenaars daar wel baat bij hebben?

Maar goed: Kahlo is zulke kwesties al láng ontstegen. Samen met Andy Warhol is ze een van de weinige twintigste-eeuwse kunstenaars bij wie de eigen verschijning het belangrijkste handelsmerk is van hun kunst (test: haalt u zich even een Kahlo-schilderij voor de geest waar ze niet zelf op staat). Kahlo maakte haar eigen leven een integraal onderdeel van haar oeuvre – ze schildert haar eigen fysieke ontwikkeling, haar persoonlijk leven, haar fysieke en geestelijke pijn, zelfs haar behandelend arts. Dat het héél verleidelijk is om haar daarmee tot een soort influencer avant la lettre uit te roepen bewijst Tate zelf. Na de tentoonstelling beland je automatisch in de giftshop, wat op zich niet bijzonder is bij een blockbuster van dit formaat, maar de werkelijk overweldigende hoeveelheid aan veelkleurige Frida-spullen die er te koop wordt aangeboden – toilettassen, haarclips, bewegende Frida-poppetjes (met kwastje in de hand), legpuzzels en een broche in de vorm van Kahlo’s (bloedende) hart – laat zien dat Tate is bezweken voor de verleiding Kahlo’s imago om commerciële redenen volkomen plat te slaan. 

Zonder titel, (Zelfportret met doornhalsketting en kolibrie), 1940.

Imagebuilding

Gelukkig geeft de tentoonstelling zelf, vooral het eerste deel, een veel genuanceerd en gelaagder beeld van Kahlo-het-icoon. Geen misverstand: Kahlo deed ongetwijfeld aan imagebuilding. Op haar 27ste bijvoorbeeld, besluit ze om zich te gaan kleden volgens een vast stramien: opgestoken haar, bloem erin, uitbundige halskettingen en een veelkleurige, enigszins ouderwetse jurk die verwijst naar haar Mexicaanse wortels – een verschijning als een logo. Maar de tentoonstelling laat ook zien dat het Kahlo daarbij niet alleen ging om het effect. De jurken zijn weliswaar een nostalgische verwijzing naar de negentiende-eeuwse Zapotec-cultuur, maar die cultuur had zijn stijl weer voor een deel ontleend aan Europese mode – waardoor Kahlo’s jurken zowel haar Mexicaanse achtergrond (van moederskant) als de Europese kant van haar vader tot uitdrukking brachten.

Die combinatie is tekenend: de tentoonstelling draait eigenlijk voortdurend om de spanning tussen Kahlo het icoon, en het veel rijkere, complexere verhaal van zowel haar leven als haar werk, dat haar juist tot een interessante kunstenaar maakt. Neem het feit dat ze zichzelf vaak afbeeldde als gekwetst, ziek of getormenteerd, maar tegelijk midden in het leven stond en bijna terloops een van de krachtigste oeuvres van de twintigste eeuw schiep. De manier waarop ze zichzelf en public presenteert als trouwe echtgenote van haar man, de schilder Diego Rivera, maar in haar werk ook haar biseksualiteit niet onder stoelen of banken steekt. De verwijzingen naar katholieke heiligen. De voortdurende spanning tussen de Mexicaanse en de Europese cultuur. Of neem het feit dat André Breton, paus van het surrealisme, bij een eerste ontmoeting meteen zo gefascineerd door haar was dat hij haar graag bij zijn beweging wilde inlijven. Carrièretechnisch had dat Kahlo veel kunnen brengen, maar ze weigerde. De surrealisme-vlag, zei ze, was te beperkend: haar schilderijen, hoe onwerkelijk soms ook, toonden niet haar dromen maar haar echte leven.

Frida Kahlo, ‘Las dos Fridas’ (De twee Frida’s), 1939.

Las Yeguas del Apocalipsis, ‘Las dos Fridas’ (De twee Frida’s), 1989.

Flauwe spelletjes

Juist omdat Kahlo’s kunstenaarschap zo rijk en complex en veelzijdig is, is het tweede deel van de Tate-tentoonstelling een teleurstelling. Hier worden vooral werken getoond van kunstenaars die door Kahlo zijn beïnvloed of haar eer bewijzen. Maar deze werken slagen er zelden in recht te doen aan Kahlo’s complexiteit. Er zitten best wat goede werken bij, van bijvoorbeeld Julio Galán of Carrie Mae Weems, maar verreweg de meeste deelnemers blijven in hun eerbetoon hangen bij Kahlo-het-logo – flauwe spelletjes met haar uiterlijk, met de bloem en de blik, die weinig zeggen over de inhoud van haar werk. Maar aan de andere kant: juist doordat dit deel zo onbevredigend is, begrijp je des te beter waar Kahlo’s aantrekkingskracht in zit. Onder die logo-achtige verschijning die we allemaal kennen, schuilt een rijk complex aan schijnbare tegenstrijdigheden, waar iedereen uit kan halen waardoor die zich voelt aangesproken. Maar grip op haar krijg je nooit – waardoor de Kahlo-fascinatie nog wel even kan doorgaan. Net als de roem.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next