Creativiteit Bedrijven moeten kunstenaars meer laten meedenken over hun complexe vraagstukken. Want voor radicaal vernieuwende ideeën moet je bij een kunstenaar zijn, betoogt Birgit Donker.
Screenshot uit de documentaire De Wereld van Carlijn, van Ariane Greep
Iedereen kent ze wel, de taaie maatschappelijke problemen die maar niet worden opgelost. Armoede, klimaatverandering, woningnood. Ook bedrijven kennen dergelijke lastige kwesties als personeelsgebrek, verduurzaming en digitale transformatie. Juist in deze tijd van AI, die leidt tot minder diversiteit in wat wordt bedacht, is er grote behoefte aan echt originele ideeën voor complexe vraagstukken. En daarvoor moet je bij kunstenaars zijn. Hun verbeeldingskracht levert verrassende inzichten op.
Het was me eerder nog niet zo opgevallen, maar het afgelopen halfjaar werkte ik voor kunstplatform engage Rotterdam dat de verbeeldingskracht van kunstenaars vaker wil inzetten in de samenleving. Daar zag ik dat de rol van kunstenaars als ‘meedenker’ groeit, bijvoorbeeld bij ziekenhuizen en andere non-profitorganisaties, maar dat het bedrijfsleven nog achterblijft. Terwijl er zo veel is te winnen.
Birgit Donker is oud-directeur van het Nederlands Fotomuseum en werkte onder andere voor engage Rotterdam.
Een goed voorbeeld is het project All Cops Are, dat Yuri Veerman ontwikkelde met de politie. Hij laat toevallige voorbijgangers agenten ‘profileren’; ze vertellen wat hen opvalt aan agenten in burger en in uniform. (”Wat me opvalt zijn de tatoeages, die verraden hem.”) Aan de hand van hun observaties komt het gesprek op gang over de complexe relatie tussen politie en samenleving.
Een ander voorbeeld is de Rabobank, die kunstenaars laat reflecteren op maatschappelijke thema’s. Zo maakte Carlijn Kingma een grote, gedetailleerde tekening van een bouwsel dat het financiële systeem voorstelt. Haar Het waterwerk van ons geld hing in de bank en was aanleiding voor gesprekken over het geldsysteem. Kingma werd aanvankelijk door haar gesprekspartners onderschat, maar gaandeweg kwamen ze erachter dat zij toegang had tot een veel groter deel van de bank dan hun eigen afgebakende specialisme.
De Rijksoverheid zoekt op dit moment voor vier ministeries creatieve makers ”om samen met vier ambtenaren hardnekkige patronen te onderzoeken en los te wrikken”. Drie maanden lang werken ze met een ambtenaar die middenin een ”hardnekkig patroon” zit om te kijken hoe dit zichtbaar kan worden gemaakt en worden doorbroken.
Bouwbedrijf Heijmans werkt samen met Joep van Lieshout rond zijn tentoonstelling Sanitas Futurum. Van Lieshout verbeeldt hoe de toekomstige gezondheidszorg eruit zou kunnen zien, met objecten als een operatiekamer waar exact een patiënt en een arts in passen en een muziekcapsule waar patiënten in kunnen liggen aan een infuus, begeleid door muziek van hun eigen voorkeur. Hij wil het denken over gezondheidszorg uit de vastgeroeste kaders loswrikken. Begin volgend jaar komt de expositie naar het hoofdkantoor van Heijmans in Rosmalen, om vertrekpunt te worden voor gesprekken en inzichten hoe gebouwd kan worden voor zorginstellingen.
Zo zijn er meer organisaties die kunstenaars betrekken, maar het mag nog veel meer, vooral in het bedrijfsleven. Probleem is dat bedrijven en kunstenaars elkaars taal niet spreken. Bij kunstenaars gaat het om betekenis, bij bedrijven om winst. Bedrijven willen een oplossing voor een probleem, en snel graag, kunstenaars kunnen verliefd worden op het probleem en hebben tijd nodig.
Gelukkig is er een groeiend aantal partijen die zich inzetten als bemiddelaar. Onderzoeksinstituut Waag Futurelab stimuleert samenwerking tussen kunstenaars en de maakindustrie, om vraagstukken zoals duurzaam productontwerp en distributie aan te pakken.
De Dutch Design Foundation, die design inzet voor maatschappelijke innovatie biedt ontwerptrajecten aan waarin overheden of bedrijven samenwerken met creatieve denkers en doeners. Zo werd energiebedrijf Vattenval gekoppeld aan ontwerpbureau Superuse Studios, voor het antwoord op de vraag: hoe kun je windmolens hergebruiken? Superuse Studios bouwde het motorblok van de windmolen om tot een tiny house.
Sinds een jaar werkt ook engage Rotterdam aan het dichten van de kloof tussen kunstenaars en bedrijfsleven. De lessen zijn: de vraag moet uit de bedrijven zelf komen. En ze moeten overtuigd worden dat ze er iets mee opschieten als ze een kunstenaar inhuren. Als belangrijkste probleem noemen bedrijven: personeel, hoe vind je mensen en hoe behoud je ze? Medewerkers vallen steeds vaker uit wegens burn-out klachten of andere psychische problemen, vooral jonge vrouwen.
Dat vraagstuk hebben we voorgelegd aan een HR-manager en vier kunstenaars. De HR-specialist bekijkt het methodisch: zijn er meer data over de uitval: duur, periode van het jaar, frequentie, leeftijd? Hoe verhoudt dit zich tot de markt? Kunstenaar Monice Janson benadert het anders. Zij ontwierp een typografisch kunstwerk met de woorden van architect Arna Mačkić: ”Waar Ontstaat Ruimte Voor Vertrouwdheid Tussen Vreemden.” Dit beeld wil ze inzetten voor een gesprek over de vraag: waar begrijpen we elkaar (nog) niet? Om vervolgens uit te zoomen om je bewust te worden van patronen binnen een organisatie.
Het indrukwekkendste voorbeeld dat ik tegenkwam is dat van de Finse kunstenaar Pilvi Takala, die een maand lang bij consultancybureau Deloitte werkte, zogenaamd als stagiaire. Ze deed er dagenlang helemaal niets, wat zeer ontregelend werkte voor haar collega’s. Ook zat ze een hele dag in de lift. Haar interventie bracht de discussie op gang over wat we verstaan onder productiviteit. Wat maakt het voor anderen zo ondraaglijk als iemand op kantoor zit te niksen? Haar kunstwerk, The Trainee, bevraagt zo sociale structuren zoals efficiëntie en normatieve regels.
Kunstenaars kunnen complexe vraagstukken openbreken. Dus bedrijven; omarm de verbeeldingskracht van kunstenaars. De wereld zou er zo veel beter uitzien.