Sinds performer en zangeres Anne-Fay Kops moeder werd, ligt haar woede aan de oppervlakte. Over de relatie tussen woede en moederschap maakte ze een album én een theatervoorstelling, waarmee ze deze zomer op festivals staat.
schrijft voor de Volkskrant over theater.
Toen zangeres en performer Anne-Fay Kops (37) vier jaar geleden een dochter kreeg, kwam daar onverwacht ook iets anders bij: een onversneden woede, die plotseling hevig kwam opzetten, op een manier die ze niet van zichzelf kende. ‘Op een verjaardag schreeuwde iemand tegen mijn dochter, en ik schakelde meteen naar versnelling duizend: ik wilde hem écht iets aandoen. Wow, dacht ik, dit heb ik nog nooit gevoeld. Ik was meestal heel rustig, ik kon woede goed wegredeneren. Maar ineens kon ik heel fel uitvallen.’
Over de verwevenheid van moederschap en woede maakte Kops de korte muziektheatervoorstelling Aisa Demeter, waarmee ze deze zomer meerdere festivals aandoet. ‘Ik wilde onderzoeken waar die woede vandaan komt en wat die betekent. Als het over moederschap gaat, wordt vaak nog de zoete kant ervan benadrukt, de rozewolksituaties. Terwijl: de realiteit is vaak gewoon fucking taai en frustrerend. Daarover moeten we het hebben. Ook in kunst, in muziek.’
De meeste liedjes die ze in de voorstelling zingt komen van haar nieuwe album +1, dat eerder dit jaar verscheen en waarop ze met duistere, rauwe dancehall, gospel en hiphop haar eigen moederschap onderzoekt. Ook daarvoor geldt: geen lieflijk getingeltangel, maar veel onheilspellende, ijle klanken en complexe thema’s zoals verloren kinderen, schaamte en angst.
En woede dus, niet zozeer als iets negatiefs, maar als emancipatoire kracht. In haar zoektocht naar voorbeelden van sterke, woedende vrouwen stuitte Kops op twee godinnen: Demeter, die volgens de Griekse mythe haar dochter Persephone kwijtraakt aan de onderwereld en in woede de wereld verschroeit. ‘Demeter is niet zomaar boos als haar dochter haar wordt afgenomen – ze vernietigt de aarde. Met de kracht die daarin zit kan ik me goed identificeren. Als mijn dochter iets wordt aangedaan, zou ik ook de behoefte voelen om de wereld te vernietigen.’
Een tweede inspiratiebron was Mama Aisa, die in de Afro-Surinaamse winticultuur wordt gezien als oppergodin. ‘Ze is de oermoeder, die snoeihard kan zijn als het nodig is, maar ook veel geeft. Ze zorgt voor al haar kinderen, voor alles wat leeft. Het zijn twee kanten die ook Demeter in zich verenigt, en misschien wel alle moeders: als je een kind krijgt, word je een leeuwin – levensgevaarlijk én heel zorgzaam. Dat is voor mij een belangrijke gewaarwording: er zit enorm veel liefde in woede. Je wordt alleen maar boos om dingen waar je veel om geeft.’
Deze mythische verhalen verweeft Kops in Aisa Demeter met eigen ervaringen en haar familiegeschiedenis, waarin, ontdekte ze, woede vaker werd onderdrukt. Kops groeide op in Gouda als dochter van een Surinaamse moeder en een Nederlandse vader. Over haar biculturele afkomst maakte ze eerder de openhartige muzikale theatervoorstelling Anne-Fay’s Reaspora. Daarin vroeg ze zich hardop af of ze met haar witte huidskleur het recht had om het verhaal van zwarte mensen – haar voorouders – te vertellen. Gebaseerd op die voorstelling verscheen in 2021 ook een gelijknamige plaat, waarmee ze langs poppodia en clubs toerde.
Nu, in Aisa Demeter, reïncarneert Kops als een kruising van Demeter, Mama Aisa en zichzelf. Met duivelshoorns en in rood-zwarte gewaden begeeft ze zich tussen de toeschouwers en neemt ze hen mee in haar pijn, angsten en woede.
Aan het begin somt ze allerlei varianten van woede op, die ze voelt sinds de geboorte van haar kind. ‘Ik ben woedend dat ik zo veel alleen moet dragen, en nog woedender omdat ik het ook liever alleen draag. Woedend om alles wat ik opgeef. Woedend omdat ik aangeleerd krijg mijn woede te onderdrukken. Ik ben woedend omdat ik een kind op deze wereld zet.’
Haar woede richtte zich toen ze net moeder was vooral op zichzelf, legt ze uit. ‘Er waren momenten waarop ik dacht: waarom heb ik haar eigenlijk op de wereld gezet? Voor wie heb ik dat gedaan: voor haar of voor mezelf? Er kwamen meteen zo veel angsten bij kijken. Mijn dochter is een meisje van kleur, hoe bewapen ik haar tegen de wereld, hoe maak ik haar strijdbaar? En heb ik daar als moeder überhaupt invloed op?’
Daarover schreef ze het energieke nummer Mad Woman, waarin ze haar dochter oproept vooral niet te lief of te aardig te zijn, en haar grenzen stevig te bewaken. ‘Ik realiseerde me: als ze als meisje van kleur wil overleven, moet ik van haar the maddest, realest, meanest girl alive maken. Anders zal de wereld haar vermorzelen.’
Een ander lied, het hartverscheurende Where Do All the Children Go, gaat over het verlies van kinderen en de impact daarvan op een vrouw. Ze fantaseert in dat nummer bijvoorbeeld over doordeweekse logeerpartijtjes die nooit zullen plaatsvinden. ‘Ik heb dat lied geschreven voor een vriendin die haar kind heeft verloren. Maar het gaat ook over het verlies van kinderen in bredere zin en hoe we daarmee omgaan. Hoe verhouden we ons tot oorlog, waarom laten we het gebeuren dat kinderen aan de andere kant van de wereld sterven? Waarom is het leven van het ene kind meer waard dan dat van het andere? Dat is woestmakend.’
Woede heeft een negatieve connotatie, zeker in relatie tot vrouwen, schreef Soraya Chemaly in 2019 al in haar zeer verhelderende boek Rage Becomes Her (vertaald als Fonkelend van woede), over de kracht van woede bij vrouwen en hoe we daar als maatschappij mee omgaan. Boze mannen worden volgens haar vaak als sterke, doelgerichte leiders gezien, maar woedende vrouwen worden vaak nog weggezet als emotioneel labiel en onbetrouwbaar. Dus waar boosheid bij mannen doorgaans hun machtspositie versterkt, is het bij vrouwen eerder iets dat hun positie ondermijnt.
Terwijl woede heel belangrijk is, benadrukt Kops. ‘Het is een beschermingsmechanisme, een alarmbel. Maar bij een meisje wordt woede niet beloond, er wordt van jongs af aan van je gevraagd lief en zacht te zijn.’ Dat zit volgens Chemaly al in de manier waarop we tegen baby’s en jonge kinderen praten: mensen slaan vaker een zachtere, zalvende toon aan tegen meisjes. Ondeugend gedrag wordt bij meisjes vaker gecorrigeerd, terwijl het bij jongens eerder wordt weggelachen of aangemoedigd.
Volgens Kops ga je dat vanzelf internaliseren. ‘Ik heb altijd diep vanbinnen het gevoel gehad dat beheerst blijven het juiste is om te doen. Maar dat is maatschappelijk aangeleerd gedrag. Nu voel ik steeds vaker: nee, ik moet juist niet rustig blijven. Kijk naar de wereld, naar hoe er met vrouwen en kinderen wordt omgegaan, kijk naar de genocide in Gaza. Je moet juist superkwaad worden.’
Die ingehouden woede wordt volgens Kops ook intergenerationeel doorgegeven. Als voorbeeld noemt ze haar oma van vaderskant, die haar eerste kind verloor, maar nooit haar boosheid heeft geuit. ‘Terwijl het niet anders kan dan dat ze daar veel woede over voelde. Mijn oma was gelovig, ze was ervan overtuigd dat ze werd gestraft door God. Maar op God mag je natuurlijk niet boos worden.’
Ook haar grootouders van moederskant, die vanuit Suriname naar Nederland kwamen, maskeerden hun woelige binnenwerelden voor hun omgeving. ‘Als mijn moeder bijvoorbeeld aan haar vader vroeg of hij weleens met racisme te maken had gehad in Nederland, ontkende hij dat stellig. Maar toen hij overleden was, vonden we het boek Zwarte huid, witte maskers van psychiater Frantz Fanon, over hoe het is om als zwart persoon te leven in een witte maatschappij. Bijna alle zinnen die over racisme gingen, bleek hij te hebben onderstreept. Hij was er dus wel degelijk mee bezig.’
Nu ze zelf moeder is, ziet ze het als haar taak om haar dochter te laten zien dat woede een volwaardig onderdeel is van het leven, met evenveel bestaansrecht als alle andere emoties, en bovendien net zo functioneel. Hoog tijd dus ook voor méér woedende vrouwen in de kunst, zodat de maatschappij niet meteen in een kramp schiet, maar het juist toejuicht als ook vrouwen zich woest maken om onrecht.
Al blijft het soms een opgave om die missie in de praktijk te brengen, zegt ze. ‘Voor iemand die geneigd is om veel weg te stoppen, is het een constante oefening om mijn woede volledig te laten bestaan: dus niet alleen intuïtief als het om mijn dochter gaat, maar ook als ik me druk maak om wat er in de wereld gebeurt. Ik voel heel sterk dat ik daarin een voorbeeld ben. Ik moet al die woede die ik in me heb, ook aan mijn dochter laten zien.’
Aisa Demeter van Anne-Fay Kops en Orkater (regie: Khadija El Kharraz Alami) is in juli en augustus te zien op De Parade in Utrecht en Amsterdam en op Theaterfestival Boulevard in Den Bosch.
+1 (geproduceerd door Jeremia Jones) is te streamen op alle muziekplatforms.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant