Home

Hoe de oudste dierentuin van Nederland uitgroeide tot een proef- en pronktuin voor vernieuwende architectuur

Natuurlijk draait het om de dieren in Artis, maar met 26 rijksmonumenten en nieuwe, prijswinnende gebouwen is de Amsterdamse dierentuin ook een walhalla voor architectuurliefhebbers.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Het eerste dat Artis-directeur Rembrandt Sutorius toont in het pas gerenoveerde Aquarium zijn niet de koraalvissen en tropische kwallen, maar de machinerie in de catacomben die het onderwaterleven op deze plek mogelijk maakt. Afdalend over de trap neemt hij een duik in de tijd, naar het bouwjaar 1881.

‘Je moet bedenken dat de London Zoo in 1853 ’s werelds eerste Fish House had gebouwd en Artis dat met dit aquarium wilde overtoepen’, vertelt hij. Huisarchitect Gerlof Salm trok samen met zijn zoon Abraham alles uit de kast; ze ontwierpen een gebouw in de vorm van een Romeinse tempel rond een nieuwe uitvinding, het Lloydsysteem.

Sutorius staat stil bij een ruimte gevuld met bakken borrelend water. ‘Hiermee kon meer dan een miljoen liter zeewater met behulp van steenkool worden verwarmd.’ Het oudste nog werkende aquarium ter wereld draait nog steeds op dit systeem, aangevuld met hedendaagse techniek. Voorheen was dit wonder van ingenieurskunst verborgen voor het publiek, sinds de heropening op 13 juni kunnen bezoekers de kelder betreden, waar ze via boogvormige ‘etalageramen’ zicht hebben op de apparaten die het water filteren en rondpompen.

In de kelder zie je ook witte zoutplekken in het metselwerk, ontstaan doordat water uit het aquarium jarenlang ongemerkt in de muren doorsijpelde. ‘Achter de witgekalkte gevel bleek het zout volledig in het baksteen te zijn getrokken’, zegt Emil Polak, manager strategie en ontwikkeling en verantwoordelijk voor de bouwprojecten.

Met de grootscheepse renovatie – kosten: 50 miljoen euro – zijn niet alleen de lekkages verholpen en gevels gerepareerd, maar zijn ook meteen de bassins voor de vissen vergroot, installaties verduurzaamd en het interieur aangepakt. De grijsgemarmerde wanden in de hal zijn teruggebracht in de oorspronkelijke zalmroze tint en de marmerachtige zuilen zijn hersteld. In de zaal met aquaria hangen moderne kroonluchters geïnspireerd op de ‘luchtringen’ die dolfijnen blazen.

Het Aquarium is de kroon op een reeks bijzondere (ver)bouwprojecten die Artis de afgelopen tien jaar opleverde. Het begon in 2017 met het nieuwe olifantenverblijf, waar je over een soort ‘Mozesbrug’ dwars door het water langs de olifanten loopt. Daarna verrezen markante nieuwe onderkomens van hout en glas voor de slingerapen en de gibbonfamilie.

Onlangs is het Duivenhuis uit 1730 omgetoverd tot een prachtig poffertjespaviljoen. Het ene na het andere project werd genomineerd voor prestigieuze architectuurprijzen, terwijl de transformatie van Artis als geheel nu op de shortlist staat voor de nationale renovatieprijs Gulden Feniks.

De oudste dierentuin van Nederland is uitgegroeid tot een proef- en pronktuin voor vernieuwende architectuur. Hoe heeft Artis dat voor elkaar gekregen?

Masterplan

Het antwoord begint bij het Masterplan dat Artis in 2010 maakte, in samenwerking met onder andere landschapsarchitect Michael van Gessel. Daarmee wilde toenmalig directeur Haig Balian de dierentuin uit het financiële slop halen en omvormen naar een modern natuur- en cultuurpark.

Net als in de 19de eeuw, toen Artis zichzelf met gebouwen als het Aquarium op de kaart zette, kreeg architectuur opnieuw een grote rol. Balian wilde af van het beeld van dieren in kooien en achter tralies; in plaats daarvan moesten er minder soorten in grotere verblijven komen. Hij stelde een kwaliteitsteam aan met architectuur-, landschaps- en cultuurhistorische experts, die toetsten of deelprojecten pasten binnen het grotere plan – net zoals de welstandscommissie dat doet bij bouwplannen in de stad.

Balians meesterstuk was de realisatie van het vrij toegankelijke Artisplein met daaraan het Groote Museum en microbenmuseum Micropia. Met verhalen over de wonderen van de natuur wilde hij niet alleen mensen stimuleren om daar verantwoord mee om te gaan, maar ook een breder publiek trekken. Dat laatste lukte; het bezoekersaantal groeide, tot een record van ruim 1,4 miljoen in 2019.

Rembrandt Sutorius bouwt voort op zijn visie, met projecten verspreid over het park; dierenverblijven, maar ook horecapaviljoens, speelplekken, beplanting, paden en bewegwijzering.

‘Het gaat om de totale uitstraling’, zegt hij. ‘Dat is ook wat bezoekers het meest waarderen, blijkt uit een groot onderzoek dat we net hebben laten doen.’

Denken vanuit dieren

Een belangrijk aandeel in het creëren van die totaalervaring heeft landschapsarchitect Thijs de Zeeuw, die al vijftien jaar als een van de vaste adviseurs meedenkt over de toekomstvisie van Artis. Daarnaast ontwierp hij mee aan nieuwe dierenverblijven, onder andere voor de leeuwen en de olifanten.

‘De kunst is om een plek te maken die functioneert voor een speciale dierensoort, werkbaar is voor de verzorgers én een interessant landschap biedt aan de bezoekers’, zegt De Zeeuw. Hij denkt allereerst vanuit het dier. ‘Als je een omgeving maakt waar een dier zich goed voelt, is dat automatisch boeiend om naar te kijken.’ Als voorbeeld noemt hij het olifantenverblijf. ‘Ik dacht: een brug die je vlak bij de olifanten brengt, waarbij het water – met daarin een betonnen muur – een barrière vormt en tegelijk spektakel biedt als de olifanten erin zwemmen, dát is interessant.’

De brug is ontworpen door architect Dingeman Deijs, De Zeeuw nam de afrastering voor zijn rekening. Die gaf hij de vorm van een rotslandschap, opgebouwd uit schots en scheef geplaatste betonnen platen. De ruwe platen bieden beschutting en de olifanten kunnen er tegenaan schuren voor hun huidverzorging. Ertussen zijn glazen voerkisten verstopt waarin de verzorgers eten neerleggen.

Als onderdeel van het project ontwierp architect Maarten van Kesteren het Olifantenpad, een educatieve route die inzicht geeft in het gedrag van olifanten. Op een van de betonnen rotsen is een messing plaat aangebracht met reliëfs waaraan je kunt voelen – van bobbelig tot bijna glad – om te ervaren hoe verfijnd de tastzin van de olifantenslurf is.

Ontwerptalent

De Zeeuw, Deijs en Van Kesteren waren alle drie pas net begonnen met hun bureau toen ze bij Artis aan de slag gingen. De dierentuin werkt graag met opkomend ontwerptalent. ‘Jonge architecten staan open voor feedback’, zegt Sutorius. Tegelijkertijd brengen ze frisse ideeën mee. Zo won Atelierfront de ontwerpprijsvraag voor het Gibbonverblijf door juist iets anders te maken dan Artis had gevraagd.

‘In de uitvraag was een schuurachtig bouwwerk voorgesteld’, zegt architect Marita Bijlsma van Atelierfront. ‘Dat paste bij de naastgelegen kinderboerderij, maar minder bij de gibbons. Wij zagen een boomgaard voor ons, waar ze doorheen zouden kunnen bewegen.’ Het bureau vertaalde dat idee naar een draagconstructie van balken en kolommen, waarbij de afstand van de balken is afgestemd op de reikwijdte van de apenarmen. Door de glazen gevel heb je goed zicht op de dieren, die via luchtbruggen van gaasnet naar de omringende boomkruinen kunnen klauteren. Een gibbon gluurt van bovenaf nieuwsgierig naar de mensen.

Artis vroeg om een energiezuinig gebouw, de architecten stelden voor om een extra duurzame stap te zetten door met hout te bouwen. ‘We kregen vragen daarover: wat als dieren aan het hout gaan likken of knagen? Dat hebben we opgelost door een beschermende ecologische beits aan te brengen.’

Verderop wijst Polak op het dak van het voormalige pakhuis De Volharding, nu in gebruik als kantoorruimte. Het oogt gewoon als een grijs dak, en dat is precies wat het bijzonder maakt; zonnepanelen zijn onzichtbaar weggewerkt in de zinken dakbedekking. Zo is de uitstraling van het gebouw uit 1866 behouden, terwijl het mede dankzij isolatie van gevels en dubbel glas nu energiezuinig is. ‘De regel is dat als we een pand verbouwen, het ook meteen van het gas afgaat’, vult Sutorius aan. Artis wil in 2030 klimaatpositief en fossielvrij zijn. Dat is een hele opgave met ruim tachtig gebouwen, waarvan 26 rijksmonumenten.

Creatief met monumenten

Een andere uitdaging is de zorg voor en herbestemming van die monumenten. Neem het voormalige ‘leeuwentheater’ uit 1929. Destijds was het ontwerp baanbrekend, omdat er geen hekwerk om het verblijf zat, maar een gracht. Mettertijd werd duidelijk dat de ruimte veel te krap was voor de groep leeuwen. ‘En zo’n podium om dieren te tonen kan echt niet meer’, zegt De Zeeuw. ‘Maar het bouwwerk heeft een beschermde status, dus je moet er wat mee.’

Hij ontwierp een nieuw, groter verblijf voor de leeuwen, waar ze kunnen rondlopen tussen ruige beplanting. Die planten trekken insecten en vogels aan; soms vangen de leeuwen zelfs een reiger ‘in het wild’, vertelt De Zeeuw. Vervolgens is het leeuwentheater door Atelierfront heringericht als uitbreiding van het verblijf van de ringstaartmaki’s en rode vari’s (halfapen), die er via luchtbruggen naartoe kunnen. Tegelijk is de waterpartij rond de iconische Apenrots (1966), die voor de apenpopulatie te klein en te kaal bleek, omgebouwd tot een leefwereld voor kleinklauwotters, een bedreigde diersoort.

Voor sommige verblijven valt geen nieuwe invulling met dieren te bedenken. Neem de piepkleine Moeflonstal, waarbij het moeilijk voorstelbaar is dat er ooit een kudde wilde schapen in huisde. Het chaletachtige bouwwerk is zo laag dat je er niet rechtop in kunt staan en voldoet zodoende ook niet aan de huidige arbo-eisen.

Vanwege die beperkte hoogte en de sprookjesachtige uitstraling is het nu een perfect speelhuis voor kinderen. Er is een glijbaan in geplaatst waarover kinderen via de staldeur naar buiten glijden. Rondom het gebouwtje maakten de ontwerpers een zandbak met een betonnen zitrand, waarop ouders neerstrijken en toezien op hun spelende kroost.

Voor de verbouwing van het naastgelegen Duivenhuis, dat ook enige tijd dienst deed als onderkomen voor de zeekoe en zelfs ijsberen, haalden de architecten inspiratie uit historische foto’s van het gebouw, ooit gebouwd als tuinkoepel. Ze ontdekten dat er oorspronkelijk een sierlijk balkon aan zat en bedachten om dat in een eigentijdse vorm terug te bouwen. Het is een elegante houten omloop geworden, met een buitentrap naar de verdieping – nu vergaderruimte – en een overkapping waaronder bezoekers beschut tegen zon en regen poffertjes kunnen eten.

Sutorius kijkt tevreden om zich heen. ‘Dit was jarenlang een dode plek, die met een kleine verbouwing weer tot leven is gewekt.’ Polak heeft nog een puntje van kritiek: de roestvrijstalen trolley voor dienbladen met vuile vaat. ‘Dit detoneert met de inrichting. We gaan het vervangen door een nieuw meubel, passend bij de stijl van de vernieuwing.’

Eetbare bermen

Artis is nog lang niet uitgebouwd. ‘We zijn nu op de helft’, zegt Sutorius. Er komt onder andere een nieuw dienstengebouw en een vernieuwd planetarium. Opvallend is hoeveel groener Artis oogt dan vijftien jaar geleden; er wordt veel geïnvesteerd in het landschap, dat als ‘cement’ de bonte verzameling van bouwwerken met elkaar verbindt.

Hoofdhovenier Ton Hilhorst startte in de bermen langs de paden een experiment met eetbare planten. Op mest van de dieren kweekt hij onder andere snijbiet, artisjokken, bonen, Oost-Indische kers en bieslook. Sutorius geeft een takje colakruid om te proeven: ‘Het smaakt naar Haribo-snoep.’ De kruiden worden verwerkt in de horeca in het park, maar zijn allereerst voer voor de dieren. Wegens succes worden deze bermen, die je herkent aan de bonenstaken, uitgebreid door het hele park.

Gevraagd naar zijn favoriete bouwwerk in Artis, wijst Sutorius tussen de bomen op de uilenruïne, een volière geïnspireerd op een vervallen kasteel. ‘Ik vind het mooi omdat je het nauwelijks ziet, de architectuur gaat op in het park. De groene plek in de stad, dat is voor mij de grootste aantrekkingskracht van Artis.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next