Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant.
Wie in 1990 economie studeerde, kreeg een makkelijk en simplistisch wereldbeeld aangereikt: het marktmechanisme is superieur aan regulering. Die markt zou superieur zijn omdat de consument zijn nut maximaliseert en de producent zijn winst – de vermeende win-win waarmee veertig jaar de neoliberale ideologie is opgelegd.
Overheidsingrijpen was taboe. De overheid, voorheen probleemoplosser, was nu zelf het probleem. Overheidsingrijpen leidt tot ‘marktverstoring’ en werd tot achtste hoofdzonde gemaakt. Kijk dan toch, zo mislukt de Sovjet-Unie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat economisch model kregen wij studenten als enige waarheid geserveerd. En dat is verdomd lang doorgegaan. Zelfs de crash van dat systeem, de financiële crisis na het faillissement van Lehman Brothers, deed aan het neoliberale geloof niets af. Wel kwamen er steeds meer economen, vrouwelijke hoogleraren als Mariana Mazzucato en Kate Raworth, die publiek belang en een gezonde planeet boven de winst van bedrijven stelden.
Vandaag hoeven economiestudenten geen heilige waarheid meer uit te dragen; zij leren nu ook over de externe kosten die bedrijven in een vrijemarkteconomie afwentelen op natuur, klimaat en de rest van de samenleving. Maar in de top van Nederlandse ministeries zitten mensen die in de jaren negentig en nul zijn gevoed met een eenzijdig theoretisch dieet. Zij brengen niet de laatste economische inzichten in de praktijk.
De knechting door Amerika wordt alleen doorbroken als de overheid besluit alleen nog Europese tech te kopen. Zó groeiden ook de grote Amerikaanse bedrijven in Silicon Valley. Door publiek gefinancierd onderzoek voor defensie ontstond internet. Microchips, gps en de basistechnologie achter smartphones zijn ontwikkeld met overheidsgeld. SpaceX groeide dankzij overheidsopdrachten uit tot een van de belangrijkste spelers ter wereld. ’s Werelds grootste multinationals hebben hun wortels in publiek kapitaal.
Het is de Entrepreneurial State waarvoor Mazzucato in haar eerste bestseller pleitte: veel van de grootste innovaties van de afgelopen eeuw komen voort uit risicovolle publieke investeringen. Daarna plukken private bedrijven er de commerciële vruchten van.
En dus moet de Nederlandse overheid zeggen, in navolging van enkele Duitse deelstaten: we verlaten Windows. We gaan over op Europese systemen. Dat werkt dan nog even minder goed, maar het is de enige manier om het net zo goed te krijgen. De overheid is de grootste IT-afnemer. Met haar inkoop alleen al voert ze digitaal industriebeleid.
Ander cruciaal domein: ons financiële systeem. Toen in de financiële crisis bleek hoe cruciaal banken zijn voor economie en samenleving, werden ‘systeembanken’ met publiek geld gered. Minister Heinen van Financiën sorteert nu voor op de verkoop van de rest van ABN Amro en ASN, maar een publieke discussie over het maatschappelijk belang van deze banken blijft uit. Sterker, de noodzakelijke Europese kapitaaleisen om een crash als 2008 te voorkomen, worden versoepeld. Bij een verkoop op de markt gaan de aandelen straks gewoon naar de hoogste bieder.
Dat kan evengoed een investeerder uit Florida zijn. Die heeft niks met het publieke belang van een bank in Nederland. Zo hoog mogelijke winst telt. De kosten worden afgewenteld op de aarde en de samenleving. In het belang van de BV Nederland en haar aandeelhouders, slecht voor de mensheid en haar kwetsbare planeet.
De in de neoliberale economie opgeleide topambtenaren en minister die denken in termen van nut en efficiëntie, lijken niet te zien dat we in een andere tijd zijn aangekomen, die van roofkapitalisme. In plaats van theoretisch eenzijdige, door loyaliteit aan de baas gedreven procesmanagers, zijn leiders van een ander slag nodig: moedig en innovatief. Op de lange termijn gericht. En met een warm kloppend hart voor wat echt van waarde is.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.