Home

Opinie: Wie het Vluchtelingenverdrag wil slopen, zet daarmee een zeer gevaarlijke stap

Ooit was het volkomen vanzelfsprekend: iemand die vlucht voor oorlog help je. Maar het Vluchtelingenverdrag staat precies 75 jaar na het aannemen onder grotere druk dan ooit. Een race naar de bodem dreigt, als we deze regels afschaffen.

Honderdduizenden Joden wisten in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog nazi-Duitsland nog net te ontvluchten. De vervolging joeg ze massaal het land uit, op zoek naar veiligheid in omliggende landen, ook in Nederland. Maar in plaats van duizenden vluchtelingen met open armen te ontvangen, werd er gereageerd met aangescherpte grensbewaking. Alleen mensen met geldige papieren of in acuut levensgevaar werden toegelaten.

Na de oorlog bleef de schaamte over. Landen hadden naar elkaar gekeken op het moment dat het erom ging. Zonder afspraken voelde niemand zich verantwoordelijk voor mensen die om hulp schreeuwden. Om precies dit soort onmenselijke situaties te voorkomen, spraken we zes jaar na de Tweede Wereldoorlog het VN-Vluchtelingenverdrag af. Nooit meer zouden landen naar elkaar kijken en zeggen: ‘Niet ons probleem.’ Vandaag bestaat dit verdrag precies 75 jaar.

Over de auteur

Benoit De Gryse is directeur van Stichting Vluchteling.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Uit de geschiedenis trokken we twee keiharde maar fundamentele lessen. Ten eerste: mensen die vluchten voor vervolging stuur je niet terug naar gevaar. Dat principe heet non-refoulement. Het is een morele belofte en vormt de kern van het verdrag. Maar het verdrag gaat verder dan dat. Het is ook een afspraak tussen landen dat bescherming van vluchtelingen een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Dat landen niet wegkijken, niet afschuiven en niet wachten tot een ander het probleem oplost. Inmiddels hebben bijna 150 landen zich aangesloten en is het niet-terugsturen internationaal gewoonterecht geworden.

Maar het respect voor het verdrag neemt af. Wie vandaag de politieke discussies over mensen op de vlucht volgt, hoort dat het Vluchtelingenverdrag achterhaald zou zijn. Dat het moet worden aangepast. Opgezegd zelfs. Alsof het afschaffen van het Vluchtelingenverdrag de asielproblematiek zou oplossen. Het is misleidende retoriek. Het Vluchtelingenverdrag creëert geen vluchtelingen. Oorlogen creëren vluchtelingen. Etnische zuiveringen, genocide, vervolging en mensenrechtenschendingen creëren vluchtelingen. Het verdrag bepaalt slechts hoe staten omgaan met mensen die al gevlucht zijn. En dat heeft tot op de dag van vandaag geholpen miljoenen mensenlevens te redden. Dat moeten we blijven doen. Want het moet, en het kan.

De politieke bereidheid om medemenselijkheid te tonen, staat steeds meer onder druk. We duwen gammele bootjes ijskoud terug de zee op. We leveren mensen uit aan regimes waar ze hun leven niet zeker zijn. De nadruk ligt op afschrikking, het zo onaantrekkelijk mogelijk maken om jezelf en je kinderen in veiligheid te brengen. Wereldwijd gebruiken politici mensen die alles al verloren hebben als politieke speelbal en ontmenselijken zij hen voor electoraal gewin. Dat is precies wat het Vluchtelingenverdrag ooit wilde voorkomen.

Niet alles uit 1951 is tijdloos. Waren er na de Tweede Wereldoorlog maar enkele miljoenen vluchtelingen, inmiddels zijn dat tientallen miljoenen, van wie het overgrote deel naar buurlanden is gevlucht. De discussie moet gaan over wat we doen als een mens aanklopt die nergens anders meer terechtkan, over hoe staten samen de nodige bescherming het best organiseren en hoe die past bij de huidige realiteit. De fundamenten van het verdrag staan als een huis en zijn relevanter dan ooit. Om dat fundament nu te willen slopen is onzinnig en onhaalbaar. Je renoveert een huis niet door de fundering weg te halen.

Mensen die gevaar lopen, blijven op zoek naar veiligheid; die verdwijnen niet zomaar. Het enige dat verdwijnt, zijn de gemeenschappelijke afspraken. Zonder die regels ontstaat een race naar de bodem die al in volle gang is.

Het Vluchtelingenverdrag was nooit alleen een bescherming voor vluchtelingen. Het was ook een afspraak tussen staten: als mensen moeten vluchten voor oorlog, vervolging en geweld, dan kijken we niet weg en schuiven we de verantwoordelijkheid niet door. Als wij accepteren dat mensen weer kunnen worden teruggestuurd naar gevaar, dat bescherming vooral een kwestie van politieke opportuniteit wordt, dan gooien we niet alleen een juridisch kader in de prullenbak. Dan verlaten we een morele keuze die we na de donkerste periode uit onze geschiedenis hebben gemaakt.

Uiteindelijk gaat dit niet alleen over mensen op de vlucht, maar ook over de vraag wat voor samenleving we willen zijn. Samenlevingen die zich terugtrekken achter grenzen en de verantwoordelijkheid afschuiven zodra het ongemakkelijk wordt. Óf samenlevingen die begrijpen dat vrijheid, veiligheid en menselijkheid alleen kunnen bestaan wanneer we ook verantwoordelijkheid voor elkaar durven dragen.

75 jaar geleden maakten staten die keuze. Dat was de belofte van het Vluchtelingenverdrag. En dat is de keuze waar we vandaag opnieuw voor staan.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next