Home

De moderne, digitale game-industrie bestaat bij de gratie van stoffige doosjes met schijfjes erin

Games ontdekken? De gameredactie kiest om de week een (nieuwe) game die aandacht verdient. Alleen is het deze keer een mededeling die de aandacht opeist: namelijk dat Sony stopt met fysieke games. Dat was buiten de gamegemeenschap gerekend.

is pop- en gamejournalist van de Volkskrant, met speciale aandacht voor de opkomst van artificiële intelligentie in de kunst.

Misschien dacht Sony dat het een zakelijke mededeling was, die ter kennisgeving zou worden aangenomen. Schouders ophalen en door met de dag.

Het liep anders. Toen Sony, de maker van de PlayStationconsoles, vorige maand bekendmaakte dat vanaf januari 2028 geen ‘fysieke’ games meer zullen verschijnen en gamers hun nieuwe spellen alleen nog online en digitaal kunnen aanschaffen, schrok de gamegemeenschap zich kapot. Waarna de gebruikelijke, woedende meningen werden gedeeld op fora en gameblogs. Helaas niet meer in de gamewinkel: die was al failliet verklaard en uit het straatbeeld verdwenen.

Ergens snap je Sony wel. Het overgrote deel van de nieuwe games wordt al digitaal verkocht, bijvoorbeeld via de PlayStation Store. Waarom zou je nog games op schijfjes zetten? Je hebt daar toch weer zo’n vervelende fabriek voor nodig, waar echte mensen moeten werken. En vrachtwagens, die dozen vol games heen en weer moeten rijden.

Lucratieve licenties

Die kun je wegbezuinigen. Zodat je nog meer verdient, ook aan de lucratieve licenties van alle games die op jouw platform verschijnen. Bovendien: welke minidoelgroep van idioot ouderwetse mensen bedien je eigenlijk met die doosjes met games erin?

Ongeveer bij die laatste gedachtegang ging het mis. De gamewereld toonde zich even één grote, idioot ouderwetse minidoelgroep en liet Sony weten dat fysieke games onlosmakelijk zijn verbonden met de gamecultuur. De moderne, digitale miljardenindustrie bestaat bij de gratie van al die stoffige doosjes met schijfjes en cartridges die de gamegemeenschap hebben gevormd.

Toen ik zelf mijn eerste console had gekocht, en daarna die eerste vijf doosjes met een game erin, ging ik met dat ene spel dat ik al had uitgespeeld naar een ruilbeursje. Ik ruilde Oddworld – ik vond er niet veel aan – in voor het vechtspel Tekken. De jongen met wie ik ruilde nodigde me ook uit bij hem te komen spelen. Hij had de nieuwe Tekken al en wilde laten zien hoe vet díé was.

Later liep ik de deur plat bij mijn favoriete gamewinkel, Dr. Games in Utrecht. Beetje rommelen in de bakken tweedehands. En vooral: lullen over games. Een plastic doosje met vergeelde prijsstickers erop uit het schap trekken en vragen: hoe is deze? Om vervolgens in een oeverloos gesprek te raken over Metal Gear Solid.

Ik bouwde een collectie op. Leende games uit. Gaf ze weg of verkocht ze aan Dr. Games. En later liet ik mijn kind kennismaken met een eindeloze voorraad spellen. Mijn games. Mijn eigendom, en feitelijk dat van een immer uitdijend gamerscollectief. Van mensen die aangestoken raken door het enthousiasme van andere mensen. Van mensen met schijfjes in doosjes.

Niet ruilen

Het probleem met louter digitale games: ze zijn eigenlijk nooit van jou. Je kunt ze niet ruilen, niet uitlenen of weggeven. En als PlayStation ineens besluit een game niet meer beschikbaar te maken, omdat bijvoorbeeld een licentie met een uitgever is verlopen, dan kun je niet eens meer bij je spel. Zeventig euro aan uitgegeven, maar niets meer waard.

Een digitale collectie is eigenlijk een dode collectie. Die trouwens ook niet echt lekker functioneert als de apocalyps uitbreekt en ‘het internet’ en alle servers op zwart gaan.

Als dat gebeurt, zit ik lekker te gamen. Tot het einde der tijden. Met Tekken uit een doosje.

Het vechtspel Tekken (1994) is verschenen voor de eerste PlayStation. De game is tweedehands verkrijgbaar voor ongeveer € 40 en is vorige maand ook digitaal verschenen voor de PS5, in de serie ‘Arcade Archives’, voor € 16,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next