Een krachtige El Niño, het verschijnsel dat wereldwijd het weer verstoort, lijkt in aantocht. Dus is er aandacht voor de El Niño uit 1877-1878, ‘misschien de grootste milieuramp’ ooit, die 50 miljoen levens eiste. Maar gaat die vergelijking wel op?
is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
‘Wij hebben een jaar van voorbeeldeloze droogte beleefd, waaronder de geheele maatschappelijke toestand gebukt ging.’
‘Uit de Lampongs (de Indonesische provincie Lampung, red.), waar ’t in vijf maanden niet heeft geregend, schrijft men, dat de menschen daar zeer onder lijden.’
‘De boomen zijn voor een gedeelte dood, voor een ander deel verdord en met ’t gebladerte ziet het er uit alsof het herfst is.’
‘Ik zag onlangs hier eenige vluchtelingen die 500 Engelse mijlen ver waren gekomen en nog slechts vel en been waren.’
Duik in de Nederlandse krantenarchieven van anderhalve eeuw geleden en al snel kom je ze tegen. Verontrustende berichten en ooggetuigenissen van een verschrikkelijke ramp die zich op driekwart van de 19de eeuw voltrok in de kolonies en andere landen overzee.
In India was een ‘ontzettenden hongersnood’, met ‘dorre rijstvelden en uitgedroogde bronnen’. Uit China kwamen ‘afschuwelijke berichten over het verslinden van de lijken der gestorvenen’. En in Australië stortten ‘kangoeroe’s of springhazen’ zich op de oogst. ‘De droogte en het gebrek aan voedsel schijnen hen uit de binnenlanden te hebben verdreven’, meldde een krant.
The Great Drought. The Global Famine. Het zijn namen die nog altijd met hoofdletters worden geschreven, als om te markeren hoe monumentaal de rampspoed was die de mensheid in de jaren 1875-1878 trof. Tot in de verste hoeken van de aardbol was het mis, met droogtes, hittegolven, misoogsten. Door zonnevlekken, dachten weerkundigen destijds.
In werkelijkheid zat er iets anders achter, leerden meteorologen in de 20ste eeuw. Een fenomeen dat ook nu in de lucht hangt: een langdurige omslag in de weerpatronen op aarde, door een ongekend sterke El Niño bij Zuid-Amerika. Bij een El Niño zwakt de dominante passaatwind af die warm zeewater over de Stille Oceaan naar Australië stuwt. Met als gevolg dat er voor de kust van Peru, Ecuador en Chili een warme bel zeewater opwelt, waarboven zich regens vormen.
De wereld was destijds een andere. Kunstmest of noodvoorraden graan bestonden nog niet, humanitaire hulporganisaties zoals het Rode Kruis stonden nog in de kinderschoenen. Bovendien ging de wereld gebukt onder kolonialisme, met alle gevolgen van dien. In India roomden de Britse kolonialisten de toch al povere graanoogst af voor de thuismarkt. In China en India braken ziekten uit in koloniale werkkampen vol ondervoede arbeiders. En in Algerije en Marokko verkochten boeren uit wanhoop hun vee en bezittingen aan de Fransen, waardoor de bevolking verder verarmde.
Maar het klimatologische voetlicht waartegen dat allemaal gebeurde, is vandaag niet heel anders dan toen: een wereld waar vertrouwde moessonregens opeens wegvallen, terwijl elders de boel juist onderloopt door hevige regen. ‘Dit soort extreme gebeurtenissen zouden nog steeds leiden tot zware schokken in het wereldvoedselsysteem’, aldus een Amerikaans onderzoeksteam, enkele jaren geleden in het vakblad Journal of Climate.
Een omineuze uitspraak die ineens weer actueel is. Voor de kust van Chili is in juni een El Niño op gang gekomen. En volgens het toonaangevende Amerikaanse klimaatcentrum Noaa is er twee derde kans dat die komende winter zal uitgroeien tot een zeer sterke El Niño, met een opwarming van de toplaag van de oceaan van meer dan 2 graden, mogelijk zelfs meer dan 3.
Ter vergelijking: de tot dusver sterkste El Niño, in 1982-1983, kwam tot 2,5 graad. Dat bracht onder meer verwoestende regens in Midden-Amerika en de Verenigde Staten, en juist ontwrichtende droogten in Indonesië en Australië. De El Niño van 2015-2016 was iets zwakker, maar leidde niettemin tot beelden die velen nog steeds op het netvlies staan. Zoals dat van doodbange Australiërs die tegen een vuurrood gekleurde hemel schuilden in zee, om te ontkomen aan de bosbranden.
Maar in een overzicht dat het KNMI op verzoek van de Volkskrant samenstelde, is er maar één El-Niñopiek de allerhoogste. Niet die van 1982 of 2016, maar die van, jawel, 1877-1878. Tegen de 3 graden, tikte die aan, wellicht zelfs meer. Liefst 3 tot 4 procent van de wereldbevolking kwam die jaren om het leven, door hongersnoden in vooral China en Brazilië, waar de gebeurtenis de Grande Seca heet – nog meer hoofdletters.
De ellende begon destijds in India, zo maakte het klimatologenteam onder leiding van Deepti Singh van Washington State University in een reconstructie op uit talloze oude waarnemingen, metingen en zaken zoals de groeiringen van bomen. Ineens kwam de wintermoesson niet op gang. Een jaar later breidde de droogte zich uit naar Oost-Azië. Totdat men uiteindelijk op het Chinese platteland uit wanhoop letterlijk de huizen opat, vaak gemaakt van gevlochten sorghum, een graansoort.
Iets geks is er ook, constateert Singh. De eerste droogtes begonnen al in 1875, ruim vóórdat El Niño zich ontwikkelde. ‘Het is dus niet een heel simpel verhaal, waarbij een sterke El Niño de oorzaak is van alle ellende’, constateert desgevraagd ook klimaatwetenschapper Gerard van der Schrier van het KNMI.
De reconstructie van Singh maakt duidelijk wat er wél kan zijn gebeurd. Zo was er in de Indische Oceaan sprake van een ongewoon sterke ‘dipool’, een groot temperatuurverschil tussen de oost- en westkant. Dat kan de vorming van regenwolken hinderen en zal de droogte in Australië en Azië hebben versterkt.
In de Noord-Atlantische Oceaan had zich intussen hitte opgehoopt, ook al iets dat de regenpatronen verstoort en zal hebben geleid tot extra verdroging van Noord-Brazilië. De Stille Oceaan daarentegen was jarenlang ongewoon koel geweest. Ook dat kan extra droogte hebben gegeven, ontdekte Singh, die met computersimulaties de omstandigheden van die tijd probeerde na te bootsen. In de VS, maar ook helemaal in Europa, was het droog, doen de simulaties vermoeden.
Tegen dat decor verscheen dus de super-El Niño van 1877-1878. In Peru kennen vissers dat verschijnsel al eeuwen: nu en dan duiken er rond kerst ineens tropische vissen op langs de kust, een teken van warme zeewatertoevoer. ‘Het kerstkind’, noemde men dat fenomeen, El Niño in het Spaans.
Het is een recept voor wereldwijde verstoring van de neerslagpatronen, beschreef onder meer de Scandinavisch-Amerikaanse meteoroloog Jacob Bjerknes in de jaren zestig van de vorige eeuw. Droogte waar het juist nat hoort te zijn, zoals in Brazilië, Midden-Amerika, Zuid-Afrika, India, Australië en Indonesië. Nat waar je eerder droogte verwacht, zoals in delen van de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en de oostelijke ‘hoorn van Afrika’, bij Ethiopië en Kenia.
En net als zoveel natuurverschijnselen schommelen El Niño’s in heftigheid: de ene keer wat rustiger, dan ineens weer extremer. Een schommeling van de natuur die in een warmer klimaat niet anders is, maar dan waarschijnlijk wel nóg extremere uitschieters heeft, meldde een Zuid-Koreaanse onderzoeksgroep afgelopen lente nog in een vakblad.
De El Niño van 1877 begon ongewoon vroeg, al in de lente. In september passeerde hij de 2-gradengrens, de grens waarboven een El Niño ‘zeer sterk’ of ‘super’ mag heten. Uiteindelijk zou hij liefst twee moessonseizoenen aanhouden, langer dan gebruikelijk. Dat is nog conservatief geschat ook, benadrukt Singh: de methode die ze gebruikte ‘kan eigenlijk alleen maar leiden tot een onderschatting’ van zijn warmte.
Vanaf dat moment sloeg de rampspoed pas goed toe. De droogte die hier en daar toch al gaande was, intensiveerde en breidde zich verder uit, over Australië, China, India en het noordoosten van Brazilië. Terwijl er in Zuid-Amerika en delen van de VS juist overvloedig veel regen viel.
Ook daarvan zijn de sporen nog terug te vinden in de krantenarchieven uit die tijd. Zo overstroomde in Californië de rivier de Sacramento, met wel 2 meter waterhoogte in de getroffen gebieden. ‘De helft der bevolking is beroofd van huisvesting, vele huizen zijn weggespeeld. Velen hadden naauwe ontkomingen’, kermde de krant, begin 1878.
Toch was er dat jaar ook ‘een vreeselijke hitte’ in de VS, meldde het Algemeen Handelsblad, verre voorloper van NRC. ‘Alle bezigheden stonden stil; bij de tramway’s vielen de paarden door de hitte gedood ter neder’, meldde de krant. Een ander dagblad: ‘Alles is in Amerika toch kolossaal, tot de temperatuur toe!’
Ook in Europa gebeurde er van alles, terwijl ons continent volgens de heersende klimaatinzichten toch echt te ver weg ligt om veel van een El Niño te ‘voelen’. Niettemin waren de zomers ook hier heet en droog. Eerst in Noord-Europa, en daarna vooral in het Middellandse Zeegebied, blijkt uit de reconstructies.
Vooral de zomer van 1878 was zinderend heet. ‘De hitte belemmert de ademhaling en de reuk-organen worden niet gevleid’, zo meldde een verslaggever, uit Parijs. In Italië viel ‘geen droppel regen’ en in Spanje ‘heerscht groote nood’, door droogte, hitte en dierplagen, meldde weer een ander bericht.
Gemeen heet was het bij vlagen ook in Nederland. Hoewel het volgens oude metingen van het toen nog jonge KNMI door de bank genomen niet eens uitzonderlijk warm was, werd het nu en dan rond de 30 graden, vrij ongewoon in een klimaat dat nog niet door broeikasgassen was opgewarmd.
‘De berigten uit alle gedeelten des lands komen hierin overeen, dat men in geen jaren zulk eene felle en aanhoudende hitte gehad heeft als dezen zomer’, aldus een krant in 1878. In onder meer Hazerswoude, Geervliet, Zuidland en Ooltgensplaat vielen land- en dakarbeiders dood neer.
En áls het na zo’n hitte regende, was het snel te veel van het goede. In 1877 trok er een noodweer over Spanje dat zeker vijf mensen het leven kostte. In het dorp Morella, boven Valencia, ‘heeft een hagelslag binnen minder dan een kwartier elk spoor van plantengroei verwoest’, meldde een krant. ‘Sommige hagelsteenen waren acht duim dik.’ Dat is ruim 20 centimeter, al valt niet te controleren in hoeverre dat overdrijving was. Een jaar later was Frankrijk het toneel van noodweer. ‘Ratelende donderslagen en vreeselijke rukwinden suisden door de lucht.’
Zo’n 50 miljoen mensenlevens moeten de hongersnoden naar schatting hebben geëist. Tussen de 12,2- en 29,3 miljoen doden in India. Tussen de 19,5- en 30 miljoen in China. En rond de 2 miljoen in Brazilië, volgens schattingen van historici die de ramp hebben onderzocht. ‘Het was misschien de grootste milieuramp die de mensheid ooit heeft getroffen, en een van de ergste rampen van welke soort ook van de laatste 150 jaar’, schrijft Singh droogjes. ‘Met een verlies aan mensenlevens vergelijkbaar met de wereldoorlogen en de Spaanse griep van 1918.’
Lastig te zeggen hoe dat nu zou gaan. Het aantal mensen dat in grote armoede leeft is sterk ingedampt, van haast de helft van de wereldbevolking in 1990 tot minder dan 10 procent nu. En het klimatologische decor is gunstiger: de ‘dipool’ in de Indische Oceaan staat op neutraal, en van een koudegolf in zee bij Chili is geen sprake.
‘De relevantie van die antieke El Niño is dat hij een historisch perspectief biedt van wat het klimaat aan natuurlijke variaties in petto kan hebben’, vindt Van der Schrier. ‘Ik vraag me af of een El Niño met dezelfde sterkte als toen in onze tijd weer tot een Global Famine zal leiden. Afgezien van de klimaatfactoren ziet de wereld er natuurlijk wel heel anders uit.’
Anderzijds, het wereldklimaat is nu wél zo’n 1,4 graad warmer dan in 1877. Dat zal de gevolgen van een razende El Niño scherper maken, vrezen experts, oftewel ‘olie op de al brandende wereld gieten’, zoals VN-baas António Guterres het beeldend uitdrukte. Volgens het Famine Early Warning Systems Network van de VN dreigt in december alleen al voor 115- tot 125 miljoen mensen acute hongersnood, vooral in Soedan, Zuid-Soedan en Somalië.
‘De top 10 rijst importerende landen van de wereld halen hun rijst vooral uit Zuidoost-Azië. En dat is een regio die bij een El Niño sterk wordt getroffen door droogte’, weet Van der Schrier. Zo braken er tijdens de vorige echt sterke El Niño, die van 2015-2016, voedselrellen uit in Azië, aangewakkerd door de hoge rijstprijs. ‘Ik weet dat de Indonesische overheid ook beducht is voor een sterke El Niño’, waarschuwt Van der Schrier. ‘De prijzen gaan dan stijgen en onvrede bij de bevolking ligt op de loer.’
In rijke westerse landen zal de El Niño vooral de economie raken als grondstoffen en landbouwgoederen duurder worden, verwacht het EU-onderzoekscentrum Joint Research Centre, in een net verschenen risicoanalyse. Plus dat er vooral in Zuid-Europa een ‘consistent hoge waarschijnlijkheid’ is van intense hittegolven, aldus de analyse. El Niño’s drijven de wereldtemperatuur op. Dat betekent ook: scherpere hittepieken. ‘Wat we zien in de opwarmende wereld is dat natuurlijke variaties versterkt worden’, zegt Van der Schrier. Hittes worden heter, droogtes droger, regens natter.
Dat lijkt in 1877-1878 ook te zijn gebeurd in Europa, het continent dat eigenlijk buiten de invloedssfeer van El Niño’s ligt. ‘Voor Europa waren die jaren dus vooral droog’, constateert Van der Schrier. Hij wijst erop dat het Ierse warmterecord stamt uit 1876. ‘Daarmee is Ierland het enige land in Europa waar het nationale temperatuurrecord niet afkomstig is van de laatste paar jaar.’
Net als de wereldoorlogen en de Spaanse griep liet ook de Global Famine van 1877-1878 diepe littekens achter in de geschiedenis. Zo hielpen de gebeurtenissen ‘de wereldwijde ongelijkheden vormgeven, die later werden gekarakteriseerd als de eerste en derde wereld’, zo stelt Singh. Zo valt op dat het Franse koloniale regime in die tijd verder uitbreidde in Noord-Afrika en dat de Britten de door honger verzwakte Zulu’s in Zuid-Afrika versloegen.
Behalve een nieuwe opleving van kolonialisme was er de ontvolking. De ‘Nordeste’, het noordoosten van Brazilië, kwam de klap van de Grande Seca nooit meer helemaal te boven, constateerden onderzoekers al enkele decennia terug. En op plekken zoals de Noord-Chinese provincie Shanxi duurde het tot 1953 voordat de gedecimeerde bevolking eindelijk weer op peil was. ‘Men zegt dat er nimmer zulk een tijdperk van hongersnood geweest is als gedurende de laatste jaren’, schreef men in die tijd zelf ook al.
Afzichtelijke taferelen, uit een vergeten tijd: ‘Sterfgevallen op straat en in het veld kwamen veel voor’, zo meldde een verslag vanuit China. ‘Men zag het arme volk zich met gras, kruiden en aarde voeden.’
Met dank aan Peter Siegmund en Sjoukje Philips (KNMI).
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant