Branden Frankrijk In de uitgestrekte bossen bij Bordeaux waren de ingrediënten voor een onbeheersbare natuurbrand ruimschoots voorhanden: monoculturen met zeer brandbare zeedennen. Ooit was dat de „gouden boom”, nu een risico.
Zeedennen branden in Saint-Jean-d’Illac, ongeveer 30 kilometer van Bordeaux.
Het wordt de ‘brand van de eeuw’ genoemd, de brand die al dagen woedt in de Franse regio Landes, in de buurt van Bordeaux. Tienduizenden hectares gingen in vlammen op, meer dan honderdduizend mensen zijn geëvacueerd.
Hoewel aangeduid als natuurbrand, zijn de omstandigheden voor deze brand voor een groot deel door mensen bepaald. Het bos van Landes, dat in het gelijknamige departement en het aangrenzende Gironde ligt, staat bekend als een van de grootste aangeplante bossen in Europa. Zo’n 60 procent van het gebied is bedekt met bos, met een oppervlakte van zo’n tienduizend vierkante kilometer.
Op satellietbeelden zijn de keurig op rij geplante bomen te herkennen. Landschapsarchitect Bertram de Rooij, die onderzoek doet naar het klimaatbestendig maken van landschappen, spreekt van bosplantages, waar vooral de zeer brandbare zeeden (Pinus pinaster) is aangeplant.
Van oorsprong was het een arm gebied, dat in de winter nat en in de zomer zeer droog was, mailt Jacques Sargos, auteur van een omvangrijke geschiedenis van dit gebied. Om het gebied productiever te maken werden dennenbossen aangelegd. Andere gewassen floreren niet in het gebied. Keizer Napoleon III verplichtte in 1857 de aanleg van deze bossen zelfs.
„De zeeden is de beste kolonisator van de Landes”, en ontwikkelde zich tot „een gouden boom”, schrijft Sargos. „Men geloofde dat het bos frisse lucht en gezondheid had gebracht in een gebied dat ooit door malaria werd geteisterd.”
De snelgroeiende bomen werden geplant voor het hout, maar ook voor de hars, die afgetapt werd. Die hars vormt nu een van de ingrediënten waardoor het vuur zo snel en fel kan branden. Daarbij komen de afgevallen naalden, die „enorm uitgedroogd kunnen zijn” door elkaar dit jaar snel opvolgende hittegolven. Die vormen op de grond een eerste brandlaag, zegt De Rooij. De jonge dennen die ertussen staan, zijn volgens de landschapsarchitect ook erg brandbaar.
De zeeden kan zeer goed tegen droogte, groeit hard en is in beperkte mate zelfs vuurbestendig. De boom houdt een deel van de zaden vast in kegels die pas door vuur opengaan. Na een brand komen er dan snel zaailingen op.
Met hun grote dichtheid zijn plantages van zeedennen bovendien ideaal voor het ontstaan van extreme branden. Dat hangt samen met enkele eigenschappen van deze bomen, zegt De Rooij. Zeedennen onttrekken bijzonder veel water aan de bodem, die daardoor uitdroogt. Als het vuur de top van de bomen bereikt, kunnen brandende delen door de wind verspreid worden. Exploderende kegels van de den versnellen de uitbreiding van het vuur nog. „Door deze spotfires zie je de brandweer achter de feiten aanhollen. Daar is niet tegen op te blussen”, zegt De Rooij.
Brand in Saint-Jean-d’Illac. De zeedennen staan bekend als zeer brandbare bomen.
Deze brand in het Franse bos van Landes valt dan ook in de categorie onbeheersbare natuurbrand, waarbij de capaciteit van de reguliere bestrijding onvoldoende is. Daarom is er internationale steun gekomen en is het leger ingeschakeld. Er worden grove maatregelen genomen om het vuur in te dammen, zoals het met bulldozers ruimen van brede stroken land.
Het is volgens De Rooij wachten op andere weersomstandigheden tot de brand echt onder controle gebracht kan worden. Maandag werd gezegd dat de brand „gestabiliseerd” is maar nog niet bedwongen, de hoge temperaturen die later deze week worden verwacht kunnen het vuur weer doen oplaaien. De autoriteiten verwachten dat het weken of maanden kan duren voor die volledig gedoofd is.
Het risico op grote branden was bekend in deze streek. „Bosbranden vormden de grootste bedreiging. De inwoners van de Landes leefden voortdurend in de angst voor terugkerende branden”, schrijft Sargos. In 1949 woedde er een enorme brand, waarbij 82 mensen om het leven kwamen.
Ook in 2022 waren er grote branden, ook toen na een droog voorjaar. Wetenschappers concludeerden in het tijdschrift Nature dat klimaatverandering daaraan had bijgedragen en dat dergelijke omstandigheden zich eens in de dertien jaar zouden voordoen. Aangezien de bomen elke veertig jaar gekapt worden voor de houtproductie, betwijfelden de wetenschappers of dat systeem houdbaar is.
Er zijn voorzorgsmaatregelen genomen, maar – zo valt nu vast te stellen – niet in voldoende mate. „De vraag is wat er is gedaan om het overslaan van het vuur te voorkomen.” Dat kan door het aanleggen van brede brandgangen zonder begroeiing, maar De Rooij is daar geen voorstander van. Niet alleen omdat ze landschappelijk niet fraai uitzien, maar als ze kaal zijn, werken ze ook nog eens uitdroging in de hand. En ze houden het vliegvuur niet tegen. Beter is het om de monotonie af te wisselen met loofbomen, die een stuk minder brandbaar zijn.
Andere preventieve maatregelen zijn nog ingrijpender. Het gaat dan vooral om het vasthouden van meer water. De Rooij: „In deze Atlantische regio valt in de winter genoeg regen, maar het watersysteem is sterk op afvoeren gericht.”
Dat water vasthouden kan helpen is bekend, maar de urgentie van dat soort maatregelen zakt vaak na verloop weg, merkt De Rooij op. „Ingrijpen vergt tijd, ruimte en geld. Hoeveel is het ons waard? De ontwrichting, de schade aan huizen, de bossen die zijn aangetast, die kosten zijn vele male hoger dan de investeringen.”
Ondertussen wordt de zeeden in Nederland juist gezien als een klimaatbestendige boom, die goed tegen droogte bestand is en daarom op bescheiden schaal aangeplant kan worden. Moet daar anders over gedacht worden, gezien het brandgevaar? De Rooij vindt van niet. „Een boom hoeft geen probleem te zijn, als het natuurlijk systeem waarin deze staat maar in balans is.”