Iedereen weet dat oude(re) mensen graag mopperen. Hoofdschuddend kijken ze naar de wereld waarin ze veel verkeerds ontwaren, hun eigen achterhaalde expertise zetten ze te pas en te pas in omdat ,,jonge mensen dat tegenwoordig niet meer schijnen te weten”.
Zo iemand wil je niet worden, laat staan zijn.
Ik lees Wereld en wandel van Elizabeth Costello van J.M. Coetzee, waarin uitgeverij Cossee alle verhalen van Coetzee over de Australische schrijfster Elizabeth Costello heeft verzameld. De meeste ken ik wel, de meeste heb ik al wel een paar keer gelezen want ik vind ze interessant en rijk en vreemd, je zou best een Elizabeth Costello-leesclubje willen hebben en verhaal voor verhaal bespreken.
Maar daar gaat het nu even niet om, op pagina 222 las ik dit: ‘,,Wat ik griezelig vind nu ik ouder word”, zegt ze tegen haar zoon, ,,is dat ik woorden over mijn lippen hoor komen die ik vroeger van oude mensen hoorde en die ik zwoer zelf nooit te zullen gebruiken. Waar-gaat-het-heen-met-de-wereld-dingen.”’ Ze geeft voorbeelden, ergernissen over grammatica of eten op straat. Slechte manieren. Luidruchtigheid.
Hm. Ik zie mezelf mijn wenkbrauwen fronsen als een jongen voorbijfietst met een luidspreker waaruit keiharde muziek klinkt. Er volgt interne correctie: ‘hij heeft plezier, je hebt er geen last van’, maar toch.
En nog zoiets: in mijn telefoon zit een lijstje rare zinnen uit deze krant. ‘In vijf talen moedigt Shakira aan dat het tijd is om ervoor te gaan.’ Sinds wanneer is aanmoedigen onovergankelijk? mopper ik. ‘De video’s maken mensen bewust van de kunst en de musea, maar of ze het dan ook gaan bezoeken.’ Het? Het? hoor ik mezelf roepen boven de krant. Het musea?
Elizabeth Costello vindt het onverdraaglijk van zichzelf. ‘Het is het soort details dat me tot wanhoopt drijft. Zo onbelangrijk!’
Dat is zo. Dat het wederkerig werkwoord verdwijnt, je zou er met belangstelling naar moeten kijken en niet je hoofd schudden omdat mensen ‘iemand herinneren’ in plaats van dat ze ‘zich’ iemand herinneren. Wat maakt het uit? Dat ze hun vork in hun rechterhand houden en onhandig met hun mes manoeuvreren – laat ze! Iets onbelangrijkers dan tafelmanieren bestaat er niet, elk land heeft zijn eigen lachwekkende do’s en don’ts en het gaat er eigenlijk alleen maar om dat je niet aanstootgevend eet, met geknoei en gesmak. Het Engels hééft niet eens wederkerige werkwoorden, heb je je daar ooit aan geërgerd?
Costello komt via een paar tamelijk onnavolgbare stappen uit bij de geschiedenis, die ze niet meer vertrouwt en daar wordt het even lastig want wat bedoelt ze met ‘de geschiedenis’? Is dat hoe de dingen nu gaan, de grote dingen, (‘Nigeria wordt in zijn greep gehouden van geweld’ staat in mijn lijstje) de manier waarop we mensen en dieren behandelen, een belangrijk thema in dit boek?
Ja. Eigen en andermans onverschilligheid en harteloosheid. Dat is wat anders dan zinloze ergernissen. Costello eindigt haar zelfkritiek met: ‘Ik ben degene die vroeger lachte maar nu niet meer. Ik ben degene die huilt.’ Die persoon wil ze al evenmin zijn.