Home

Is schoonheid ‘rechts’ geworden, en alleen nog maar bereikbaar voor de allerrijksten op aarde?

Schoonheid In het Palazzo van modeontwerper Dries Van Noten aan het Canal Grande in Venetië draait alles om schoonheid. Elke ruimte is groots en schemerig en mysterieus en staat vol met moderne pronkstukken. Werkelijk alles is mooi, maar toch knaagt er iets.

Christian Lacroix, Haute Couture herfst/winter 2009. In het Palazzo Pisani Moretta.

Is schoonheid rechts geworden? Hier, in de Fondazione Dries Van Noten in Venetië, dragen alle suppoosten een T-shirt met de tekst: ‘In such ugly times the only protest is beauty’. En inderdaad: overal is hier schoonheid. Van Notens Fondazione is gevestigd in het Palazzo Pisani Moretta aan het Canal Grande (je komt er alleen door Venetiës smalste straatjes), oorspronkelijk gebouwd in het midden van de vijftiende eeuw. In de jaren daarna werd het flink opgepimpt: Venetiaanse gotiek, plafondschilderingen van Tiepolo, gouden lambriseringen – elke kubieke centimeter is hier opgetild, verfijnd, verrijkt.

Geen wonder dat Pisani Moretta een verzamelplaats werd voor de rijksten en beroemden der aarde: Tsaar Paul de eerste verbleef er, Goethe bewonderde een beroemd Veronese-schilderij (dat nu in de National Gallery in Londen hangt), Joséphine de Beauharnais gebruikte het als uitvalsbasis – en verdomd, vorig jaar nog vierden Lauren Sanchez en Amazon-eigenaar Jeff Bezos hier hun huwelijk. Je ziet ze al staan, Kim Kardashian, Leonardo DiCaprio, Oprah Winfrey, onder de weelderige schilderingen en de kroonluchters die het water van het Canal Grande weerkaatsen.

Een plek voor the Masters of the Universe. Van alle tijden.

Serie Wereldkunst

In de serie ‘Wereldkunst’ schrijft kunstcriticus Hans den Hartog Jager maandelijks over kunst die hem opvalt. Lees meer afleveringen van Wereldkunst.

Daarom is het best opmerkelijk dat Dries Van Noten, beroemd modeontwerper in ruste, juist in Palazzo Pisani Moretta zijn nieuwste project is begonnen: een stichting annex museum waarin hij een lans breekt voor ‘ambachtelijkheid, vakmanschap en tradities’. Of beter gezegd: schoonheid. Schoonheid is hier een statement: zoals het suppoosten-T-shirt al verkondigt, wil Van Noten met zijn museum tegenwicht bieden aan de lelijkheid in de wereld, al laat hij open wélke lelijkheid (‘ugly times’). En eerlijk: als je Pisani Moretta betreedt, vergeet je die vraag heel snel. Alles is hier overweldigend. Van Noten heeft de oorspronkelijke, toch al theatrale, inrichting flink aangezet. Elke ruimte is groots en schemerig en mysterieus en staat vol met moderne pronkstukken van Van Notens voorkeur.

Weelderige kledingstukken van Rei Kawakubo en Christian Lacroix. Een grillig kronkelende, goud geschilderde schedel van Katsuyo Aoki. Keramiek, veel keramiek, van onder anderen Kaori Kurihara en Takuro Kuwata en Virginia Leonard, het ene stuk nog subliemer dan het andere. Een gretig uitstulpend blauw namaakkristal van Isaac Monté. Verleidelijke verenbeelden van Kate MccGwire. En als topstuk: een schaakbord van Joseph Arzoumanov dat het midden houdt tussen een middeleeuws altaarstuk en een door AI aangedreven tijdmachine – met, volgens het titelbordje, als gebruikte materialen: ‘gold, silver, precious and semi-precious stones, mother of pearl, gold and silk embroidery, Armenian volcanic stone, wood marquetry, calfskin parchment, Murano glass, bronze, steel, robotic components’.

En dat allemaal voor een kunstwerk – ho even: schaakbord.

Het kan niet op.

Steven Shearer, ‘On Grass’, 2024. Links aan de muur: Pietro Liberi, ‘Lot e le figlie’, 17de eeuw. In het Palazzo Pisani Moretta.

Op de voorgrond: KatsuyoAoki, ‘Predictive Dream Aurum II’, 2026. Op de achtergrond: Alessandro Longhi, ‘Portret van Pietro Vettor Pisani’, 18de eeuw. In het Palazzo Pisani Moretta.

Van Notens doel is daarmee wel duidelijk: deze tentoonstelling is één grote escaperoom, waarin je de buitenwereld kunt vergeten. Immersive experience meets zeventiende-eeuwse Wunderkammer. Toevallig lees ik net Edmund de Waals The Hare with Amber Eyes en besef dat Van Notens expositie een hedendaagse, over the top-versie is van het negentiende-eeuwse Parijse paleis van de Waalse hoofdpersoon Charles Ephrussi, dat hij volstouwde met Japans lakwerk en impressionistische schilderijen. Een huis om mee te pronken, maar ook een ontsnappingscapsule.

Ook in Van Notens palazzo strekt de tijd zich languissant uit door de kamers – contemplatie, aandacht, rust. Daarin zit ongetwijfeld ook het protest: met deze tentoonstelling wil Van Noten laten zien dat de hedendaagse mens niet alleen geweld en vernietiging voortbrengt, maar ook tradities koestert, dat de mens nog steeds in staat is aandacht te geven, liefde en precisie, dat we nog steeds boven onszelf uit kunnen stijgen. Tegelijk brengt dat veel zwaarte met zich mee: om zijn wereld te beschermen sluit Van Noten langzaam elke glimp van buiten af, ook elke hint van daglicht of natuur. In Pisani Moretta is na de entreeverdieping geen wolk, geen blaadje, geen zonnestraal meer te bekennen. Een vacuümgetrokken schoonheidsgrot.

En het ís ook prachtig. Maar toch knaagt er iets.

Ambachtelijkheid en traditie

De dag na mijn bezoek aan Van Notens Fondazione ga ik naar de landenpaviljoens van de Biënnale, in de Venetiaanse Giardini. Het contrast kan bijna niet groter: hier, badend in het zonlicht, is de wereld overal. De hoofdtentoonstelling, samengesteld door Koyo Kouoh, is een impliciet protest tegen eeuwenlange witte overheersing. Het Russische paviljoen is gesloten, mede na een Pussy Riot-protest. Het Israëlische paviljoen staat leeg (zogenaamd voor een verbouwing) en Oostenrijk luidt elk uur het alarm door een vrijwel naakte performer in een koperen bel te laten klimmen, op hun kop te gaan hangen en zo als (luid klinkende) klepel te fungeren.

En er is het paviljoen van Amerika. Na Trumps machtsovername eiste hij, zoals in alles, een stem in de Amerikaanse Biënnale-vertegenwoordiging. Bij vorige edities waren dat meestal kunstenaars die de vooruitstrevende kant van het land benadrukten: Simone Leigh, Jeffrey Gibson. Nu moest Amerika’s Venetië-kunstenaar ineens aan de Trump-normen voldoen – maar wie wil er worden geassocieerd met oorlog en geweld, nepotisme, oplichting en transhaat? Welke kunstenaar wil zo wanhopig graag aan de Biënnale meedoen dat hij de associaties met deze politiek op de koop toeneemt?

Uiteindelijk werd het beeldhouwer Alma Allen, die door de kunstwereld dus ook onmiddellijk werd weggezet als onbelangrijke buitenstaander. Dat was overdreven: Allen werd op dat moment vertegenwoordigd door gerespecteerde galeries (die meteen afscheid van hem namen) en hij had, bijvoorbeeld, in 2014 ‘gewoon’ meegedaan aan de Whitney Biennial. Geen topkunstenaar, maar wel een die al jaren meedraaide in het internationale kunstcircuit.

Dat maakte de vraag intrigerend: waarom was Allen wél door de Trump-ballotage gekomen? In het Amerikaanse paviljoen zag je het antwoord meteen: schoonheid. Of beter: schoonheid, opgetrokken uit ambachtelijkheid en traditie, met een vleug theater. Allen leunt in zijn werk sterk op virtuoos handwerk. Zijn sculpturen worden gemaakt uit materialen als brons en walnotenhout en Mexicaanse onyx, zijn soms abstract, soms figuratief, en verwijzen vaak naar de klassieke traditie. En inderdaad: ze zijn óók perfect Van Noten-proof.

Installatie van Chiara Camoni in het Italiaanse paviljoen.

Het Amerikaanse paviljoen op de Biënnale van Venetië, met werk van Alma Allen.

En Allen is niet de enige. Neem Chiara Camoni, die tientallen keramieken beelden neerzette, staande figuren, sprookjesachtig, virtuoos gemaakt, bedekt met bloemen, takken, een grote parade van Daphnes zonder Apollo – en jawel: laat Camoni nu net Italië vertegenwoordigen, ook niet bepaald het land met de meest progressieve regering. Marokko: virtuoos geweven tapijten die de ruimte gretig naar hun hand zetten – en zo gaat het door. En begon het op te vallen, in het verlengde van wat NRC-recensent Sandra Smets in haar stuk opmerkte: hét hedendaagse verleidingsmiddel van autocratische regimes en extreemrechtse partijen is modern-klassieke schoonheid, opgetrokken uit de elementen ambachtelijkheid, traditie en een vleugje theater. Dat is een forse omslag: tot voor enkele jaren associeerden regeringen over de hele wereld zich graag met hedendaagse kunst omdat die hun vooruitstrevendheid en hun vernieuwingsdrang benadrukte (denk aan de CIA die actief de Amerikaanse abstract expressionisten promootte).

Traditie-gedreven schoonheid

Nu dragen (extreem)rechtse partijen, Trumps Republikeinen, de AfD in Duitsland, de PVV en FVD in Nederland, met hun kunstvoorkeur juist uit dat ze niks met vernieuwing te maken willen hebben. Dat ze hebben gebroken met het (artistieke) vooruitgangsdenken. Daarom is traditie-gedreven schoonheid voor hen een perfecte vlag om mee te zwaaien: het is verleidelijk, aards en lijkt democratisch. Dat komt vooral omdat we ambachtelijkheid nog steeds associëren met handwerk, met eenvoud en aandacht – een ‘volks’ aura. Maar daardoor vergeten we dat ambachtelijke kunst op niveau Van Noten-Allen-Camoni juist elitair is: er zit zoveel handwerk in, zo extreem veel tijd en de materialen zijn zo kostbaar, dat de doelgroep bijna automatisch bestaat uit de aller-gepriviligieerdsten. Wat dat betreft is er weinig veranderd: ook in de vijftiende en zestiende eeuw konden alleen de pausen en de rijken de Rafaels en de Rembrandts betalen.

De ambachtelijkheid zelf valt dan ook weinig te verwijten, alleen: in deze tijd, en ongetwijfeld deels buiten haar wil, krijgt ze een ideologische lading. Kijk, zeggen de Trumpen en de Thierry’s: voor goede kunst hoef je helemaal niet vooruit te streven. Vroeger was alles sowieso beter. En knapper. En aandachtiger. Dat idee is zo verleidelijk dat je bijna zou vergeten dat deze schoonheid in werkelijkheid vooral bereikbaar is voor het soort mensen dat, zoals Dries Van Noten, 36 miljoen euro kan betalen voor een Palazzo om daar vervolgens een pleidooi voor ambachtelijkheid te houden. Schoonheid, de schoonheid van ambachtelijkheid en traditie, is zo de verleidelijke façade van de behoudzucht geworden. Van rechtse politici, autoritaire heersers en de Jeff Bezossen van deze wereld. Het is schoonheid die je uitnodigt om niet naar voren te kijken. Niet nieuwsgierig te zijn naar de toekomst. Maar om terug te grijpen. Behoud, geen vernieuwing.

En zo kon het gebeuren dat ik daar, in het Amerikaanse paviljoen, ineens door een hol gevoel van verlies werd overvallen. Het gevoel dat schoonheid, de schoonheid van de ambachtelijkheid, van beheersing en traditie, mij is afgepakt, is ingepalmd door een rechtse ideologie waar ik niks mee te maken wil hebben. Dat maakt het protest-aspect van Van Notens tentoonstelling ook zo pijnlijk: zijn ‘protest’ is namelijk helemaal geen aanklacht tegen onrecht en geweld. Nee, Van Noten zegt simpelweg: kijk de andere kant maar op. Kijk niet naar de oorlog, naar de opwarming, naar de ongelijkheid, maar hé, is deze handgevormde vaas met subtiele bladgouddetails niet mooi? Deze schitterend-stulpende Lacroix-jurk? Dit adembenemend rijke schaakspel? Kom maar hier. Vergeet de ellende – toch niks aan te doen. Van Notens schoonheid is geen protest, maar een bevestiging van de status-quo. Of erger: de allerverleidelijkste façade van de nieuwe rechtse, behoudende macht.

Peter Buggenhout ‘The Blind Leading the Blind #48’, 2012. In het Palazzo Pisani Moretta, Venetië.

Je kunt natuurlijk zeggen: dat rechts er met deze schoonheid vandoor gaat, is deels de schuld van de hedendaagse kunst zelf. Die heeft schoonheid veel te lang verwaarloosd, haar uit de vingers laten glippen, waardoor ze de prooi is geworden van de Trump-aanhangers, de ambachtelijkheidsdwepers en de vroeger-was-alles-beter-betweters. Maar daarbij moeten we wel beseffen dat deze conservatieve krachten deze schoonheid niet waarderen om wat ze is, maar louter als het verleidelijke masker van een angst-gedreven wereldbeeld. Echte schoonheid, namelijk, gaat altijd óók over nieuwe visies, nieuwe ideeën: dat is precies wat Koyo Kouohs Biënnale-tentoonstelling zo goed maakt: daar is veel virtuoze kunst te zien uit culturen waarvoor het westen heel lang weinig oog had. Kouoh toont dat traditie alleen maar blijft leven bij de gratie van openheid. Van nieuwsgierigheid en vernieuwing. En dat alle schoonheid die de Trump-achtigen zo waarderen ooit juist is voortgekomen uit dat verlangen tot verandering.

Biënnale van Venetië Invloedrijkste internationale kunsttentoonstelling

De Biënnale van Venetië bestaat sinds 1895 en wordt gezien als de invloedrijkste internationale kunsttentoonstelling ter wereld. Iedere twee jaar presenteren landen in hun paviljoens in Venetië nieuwe kunst uit hun land, vandaar de bijnaam ‘Olympische Spelen van de kunst’. De Biënnale vindt dit jaar plaats van 9 mei t/m 22 november. Lees hier alle NRC-artikelen over de Biënnale van 2026.

Het punt is alleen: wie door Van Notens palazzo loopt, begríjpt zijn verlangen zo goed. Het ís ook zo ontzettend lekker om je terug te trekken, om te genieten van de glim en glam, je te verbazen over zoveel vaardigheid, je te verrukken over de virtuositeit. Je veilig te wanen. Is dat niet precies wat we, juist in deze tijd, nodig hebben om het leven draaglijk te houden? Daarom is het goed om te beseffen: met zulke schoonheid is niks mis, zolang ze zich maar niet laat gebruiken als instrument van uitsluiting en van verheerlijking van het verleden. Als ze maar laat zien dat schoonheid óók gaat over het openen van nieuwe vergezichten, dat schoonheid juist al eeuwen bestaat bij gratie van nieuwe visies op de toekomst. Die schoonheid, die wil ik terug. Want die is ook van mij. En vooral: van ons allemaal.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next