Home

We zijn het verleerd buffers in te bouwen richting elkaar en richting de toekomst

is bestuurssocioloog.

Sociologen hebben doorgaans veel aandacht voor het verdwijnen van sociale fenomenen. Zo zijn er prachtige studies verschenen over het verdwijnen van collectief sporten, het naambordje bij de deurbel of de publieke rouwstoet. In veel gevallen heeft zo’n verdwijning namelijk ook een sociale verklaring. Zo kan de aftocht van de ANWB-praatpaal of PTT-telefooncel niet worden gezien zonder onze voorkeur voor mobiele telefonie. Op dezelfde manier wordt ook nu ons luchtalarmsysteem afgebouwd, omdat het mobiele NL-Alert ‘veel effectiever’ zou zijn. Toch lijkt het afgewend.

Er zijn echter twee mysterieuze voorbeelden van verdwijning die voor mij vooralsnog sociaal nauwelijks te verklaren zijn: de wachtrij en de kelder. Namelijk: onze architectuur van wachten en verwachten.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Zo zijn er steeds minder publieke wachtrijen. Daar waar voorheen ieder postkantoor, treinstation en loket een wachtruimte had, is door digitalisering en automatisering de wachtrij nagenoeg verdwenen. Het meest treffend komt dat tot uitdrukking in de film ‘I, Daniel Blake’, waarin de hoofdpersoon, afhankelijk van bijstand, dag in, dag uit in de wachtstand wordt gezet. Aan de telefoon en in zijn huis. Daarmee is wachten naast geprivatiseerd ook geïndividualiseerd.

Met deze verplaatsing van de wachtrij is ook een sociale bufferfunctie verloren gegaan, aldus de politicoloog Bernardo Zacka. Want collectief wachten maakt een persoonlijke irritatie iets meer dragelijk. Het heeft een dempend effect op mijn publieke emoties. Want als anderen net zo lang wachten als ik, wie ben ik dan om over de rooie te gaan? Zonder die buffers snap ik dat ‘toegenomen korte lontje’ ineens veel beter.

Daarnaast zijn we getuige van de ontkeldering van Nederland. Daar waar mijn opa nog een gigantische bergruimte had, worden nieuwbouwwoningen nu standaard uitgerust zonder kelder. Waarschijnlijk krijg je vanwege de koelkast en vriezer nu hooguit een voorraadkastje. Maar met het verdwijnen van de kelder verdwijnt er ook iets wezenlijks in de vormgeving van ons leven. Want een kelder drukt de menselijke behoefte uit om voorradig te zijn. Het symboliseert spaarzaamheid en voorzienigheid. Een kelder biedt buffers, zowel in voor- als tegenspoed. Maar in een tijd van ‘on demand’, ‘just in time’ en flitsbezorging, lijkt een kelder hopeloos ouderwets.

Toch is het vreemd, want voor deze mysterieuze verdwijning bestaat nauwelijks een sociale verklaring. Het is namelijk nog steeds belangrijk om dingen op voorraad te hebben en wachten is ongemakkelijk maar ook onvermijdelijk. Niet voor niets duiken private partijen in dat gat en zijn opslagboxen nu commercieel te huur. En is wachten niet weg, maar geprivatiseerd.

Wellicht is hier dus iets anders aan de hand. En illustreert deze verdwijning niet een in onbruik geraakt fenomeen, maar vooral ons ongemak met het fenomeen. Namelijk ons ongemak buffers in te bouwen. Publieke buffers richting elkaar en richting de toekomst.

Want een lean samenleving is vrij lenig, maar ook vrij pezig. En dus wordt extra vlees op de botten vooral gezien als ‘weinig efficiënt’. Dat is wat de Franse historicus François Hartog ‘presentisme’ noemt, een maatschappelijke fixatie op ‘het hier en nu’. Daardoor zijn we extreem slecht voorbereid op ramp of tegenspoed. Covid toonde hoe snel voorraden slinken, hoe gauw ‘morele paniek’ ontstaat rond de banaliteit van wc-papier en hoe weinig voorradig Nederlanders dus eigenlijk zijn.

Vanuit die sociale moraliteit mogen we niet verbaasd zijn dat onze overheid ook alle schuilkelders heeft wegbezuinigd, in allerijl een bezuiniging op pandemische paraatheid voorkwam en dat langetermijnprognoses voor onze bruggen, pleinen en kades niet bestaan of gericht zijn op een te korte termijn, zo blijkt uit TNO-onderzoek. En juist die overheid startte recent een grootschalige campagne om vooral haar burgers ‘meer weerbaar’ te maken. Een tamelijk kansloze exercitie.

Onze architectuur van wachten en verwachten kenmerkt hoe deze collectieve blikvernauwing ons allen treft, en niet alleen korte termijn politici. We besteden allemaal liever uit wat niet van direct nut is of niet sexy genoeg is om er in het hier en nu mooie sier mee te maken.

Met die mentaliteit krijg je de overheid die je verdient. En dus kunnen we er op wachten dat we weer kelders nodig hebben. Maar, tja, dat doen we dus niet meer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next