Geboortezorg Kinderen uit kwetsbare wijken groeien vaker op met gezondheidsproblemen en hogere zorgkosten. In Rotterdam helpen coaches moeders met complexe problemen om dat zo veel mogelijk te voorkomen. „Je hebt geen eigen woning, nog geen werk, geen partner die je steunt. Dat is best pittig.”
Precilla Bovens, maatschappelijk werker en coach bij Moeders van Rotterdam, biedt praktische hulp en begeleiding aan moeders tijdens en na de zwangerschap.
Op de trap naar het appartement van haar cliënt hangt wel „echt een schimmellucht”, vindt maatschappelijk werker Precilla Bovens (28). Ze heeft zichzelf binnengelaten, haar cliënt heeft haar sleutels aan een roze keycord net naar beneden gegooid. Bovens draagt een plastic tas vol zwangerschapskleren en een beige wipstoeltje, over haar schouder haar eigen handtas. Het past allemaal maar net op de smalle en steile trap. Met wiebelige stapjes klimt ze naar de eerste verdieping.
Daar wordt ze met kreten van blijdschap begroet door het dochtertje (1,5 jaar) van haar cliënt Tatiana Latchena (32). „Eey!” Latchena glundert als ze de woonkamer binnenloopt en het wipstoeltje ziet. Terwijl Bovens met het meisje speelde, heeft ze haar zoontje van drie maanden oud snel gedoucht. Meteen mag hij het stoeltje in. Vrolijk geholpen door zijn zus zwiept het jongetje met half gesloten oogjes op en neer.
Bovens ruikt en ziet de schimmel „gelukkig niet in het huis”, dus ze maakt zich „niet zoveel zorgen”. Als coach bij Moeders van Rotterdam komt ze bij veel vrouwen over de vloer. Ze werkt in de Afrikaanderwijk in Rotterdam-Zuid. Bovens begeleidt elf moeders met complexe problemen. Vier van hen, zoals Latchena, spreken geen Nederlands. Latchena komt uit Guinee, ze spreken via een Portugese tolk aan de lijn op de luidspreker.
Een echt gesprek voeren is soms makkelijker gezegd dan gedaan. De tolk kan niet altijd goed volgen wat er wordt gezegd. De kleine woonkamer is vol en het geluid van de straat komt via het raam hard binnen. De tolk moet de stemmen van vijf mensen in de kamer filteren: van Latchena, haar dochtertje, Bovens, en twee vriendinnen van Latchena die, zo denkt Bovens, zijn langsgekomen omdat de krant vandaag op bezoek is. Het gerinkel van de tram en ronkende auto’s vormen een constant achtergrondgeluid.
Bovens staat op: „Sorry mevrouw”, zegt ze in het Nederlands tegen de tolk, „ik doe even het raam dicht”. Dat helpt, maar het hendeltje van het kiepraam is kapot dus volledig dicht en op slot gaat het niet. Het meisje dartelt rond en brabbelt vrolijk door elk gesprek heen. De twee vriendinnen kletsen erop los in de hoek van de kamer. Soms mengen ze zich van een afstandje in het gesprek tussen Latchena en haar coach. Op andere momenten letten ze op de kinderen.
Precilla Bovens bezoekt Tatiana Latchena en haar kinderen in hun woning in Rotterdam. Bovens biedt begeleiding en ondersteuning aan het gezin na de geboorte van Latchena’s baby, op 11 juni 2026.
Bovens ziet Latchena al zo’n drie maanden. Soms één, soms twee keer per week. Ze leert moeders – vaak alleenstaand zoals Latchena, soms is de vader wel betrokken – met veel problemen hoe ze zichzelf in moeilijke situaties kunnen herpakken, vertelt ze tussen haar afspraken van vandaag door: „In het begin neem ik veel denkwerk over, om ze uit een crisissituatie te halen. Als ik merk dat ze meer ruimte in hun hoofd krijgen, gaan we samen brieven doornemen, of leer ik ze hoe ze een huis kunnen zoeken. Zodat ze de routes naar hulp kennen en het later zelf kunnen doen.”
Bovens kan vaak gratis spullen regelen voor de vrouwen die ze begeleidt, zoals het wipstoeltje. Gekregen van een betrokken kringloopwinkel. Ze checkt of haar cliënten krijgen waar ze recht op hebben: kinderopvangtoeslag, huurtoeslag, een bijstandsuitkering. En of ze daar überhaupt van weten.
Opvoedtips schudt Bovens met gemak uit haar mouw. Een ventilator mag bij een hittegolf zoals laatst absoluut niet op de baby gericht worden, zei ze tegen haar cliënten, „maar je kan hem wel gebruiken om warme lucht het huis uit te blazen”. Ze leert moeders wat signalen van uitdroging en oververhitting zijn, en wanneer ze de huisarts moeten bellen.
Het hoofd van de moeders die ze ziet zit vol met stress, weet Bovens. Bijvoorbeeld over geld – dat is er niet of te weinig, waardoor de moeders geen wiegje of speelgoed kunnen kopen. Vaak lopen ze vast bij de aanvraag van kindertoeslag of een uitkering.
Soms hebben de ouders geen (goede) woning, zijn er psychische problemen of is sprake van huiselijk geweld, spreken ze slecht Nederlands. Ze wonen vaker in gebieden die onveilig aanvoelen. Met luchtvervuiling en geluidsoverlast buiten, en binnenshuis schimmel, slechte luchtkwaliteit en hittestress.
In zulke moeilijke situaties ontstaan vaker complicaties bij de geboorte. Dat kan leiden tot gezondheidsproblemen voor moeder en kind. Rotterdam-Zuid is een van de plekken waar babysterfte, een laag geboortegewicht en vroeggeboorte bij baby’s bovengemiddeld voorkomen, bleek in juni uit nieuw onderzoek van het Erasmus MC. Uit recent onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bleek ook nog eens dat kinderen uit zo’n omgeving in de eerste zes jaar van hun leven gemiddeld 7.000 euro meer zorgkosten hebben dan andere kinderen, waarvan 2.500 euro in het geboortejaar. Deze kinderen doen ook vaker een beroep op speciaal onderwijs, jeugdhulp en jeugdbescherming.
Moeders van Rotterdam werd in 2015 opgezet door de gemeente, het Erasmus MC en de filantropische stichting De Verre Bergen (die in Rotterdam programma’s op verschillende terreinen sponsort) om dit soort gezondheidsverschillen te voorkomen. Meer dan driehonderd gemeenten hebben de laatste jaren subsidie gekregen van het Rijk om kwetsbare zwangere vrouwen of jonge kinderen op tijd te signaleren en helpen.
Cashewnoten, hazelnoten, spinazie. De pen van Tania (24, achternaam bekend bij de redactie) gaat snel over het blaadje dat ze van Bovens heeft gekregen. Bij het woord ‘andijvie’ stopt ze met schrijven. „Echt een Nederlandse groente”, grapt Bovens.
Tania, tenger en hoogzwanger, kwam een jaar geleden uit Kaapverdië naar Rotterdam. Haar vriend achterna, en voor werk. Ze is de tweede cliënt die Bovens vandaag ziet, dit keer in een kantoortje van de gemeente Rotterdam. Thuis langskomen gaat niet, want Tania heeft geen eigen huis. Ze slaapt bij een vriendin en verhuist binnenkort naar een andere vriendin. Op het bureau ligt Bovens’ telefoon, op luidspreker staat een Portugese tolk.
Precilla Bovens, maatschappelijk werker en coach bij Moeders van Rotterdam, spreekt met Tania op het Rotterdamse stadhuis.
„Eh, andijvie, tja” – de tolk heeft het er moeilijk mee. „Endívia”, zegt ze tegen Tania, maar het doet geen belletje rinkelen. Na een paar pogingen geeft de tolk het op. „Dat kennen we niet zo goed”, zegt ze in het Nederlands. Maakt niet uit, Bovens gaat verder: „Lamsvlees, rundvlees, peulvruchten.” „En lever!”, zegt Tania – daar is ze „gek op”.
Tania doet „alles voor de baby” die in augustus moet komen (ze hoopt eerder, „ik ben zo moe”), eet zelfs die vieze Hollandse dropjes („no lekker”) om haar bloeddruk te verhogen. De laatste weken valt ze regelmatig flauw, deze ochtend gebeurde het bijna weer. De dropjes, Roosvicee-siroop met ijzer, ijzerpillen, extra vitaminen – het helpt allemaal niet genoeg, vertelt ze haar coach. Dus stelde Bovens voor: „Zullen we anders een lijstje maken met nog meer ijzerrijke voeding?”
Bovens geeft Tania een tas vol zwangerschapskleren. Tweedehands, van een andere cliënt die ze niet meer nodig heeft. En een ‘Moeders van Rotterdam-zwangerschapsdagboek’ waarin ze van alles kan bijhouden.
Precilla Bovens bij Tatiana Latchena en haar kinderen in hun woning in Rotterdam.
Vrouwen kunnen zelf bij Moeders van Rotterdam aankloppen via een centraal loket voor Rotterdamse zwangeren (30 procent van de aanmeldingen). Anderen komen tijdens of vlak na hun zwangerschap in beeld bij, onder meer, verloskundigen (30 procent) en het ziekenhuis (13 procent). Latchena werd aangemeld door haar medisch maatschappelijk werker bij het centrale meldpunt. Daar wordt bepaald of moeders geholpen worden door coaches als Precilla Bovens, of door andere maatschappelijke organisaties als het Centrum voor Jeugd en Gezin.
De vrouwen met de meest complexe en zware problemen krijgen, op kosten van de gemeente, een coach in hun wijk voor maximaal twee jaar. Vorig jaar werden 350 vrouwen geholpen door een coach (in Rotterdam werden bijna achtduizend baby’s geboren). Hun traject duurde gemiddeld een klein jaar.
Sinds Bovens haar drie maanden geleden is komen helpen gaat het goed, zegt Latchena. Via via kon Latchena een baan als schoonmaker in een hotel regelen. Wanneer ze kan beginnen weet ze nog niet precies, maar het vooruitzicht op werk brengt al meer op gang: vandaag belt ze met Bovens naar de kinderopvang om een afspraak te maken voor haar dochtertje. En ze bekeken een aansprakelijkheidsverzekering voor als zij daar iets kapot maakt.
„Toen ik uit het ziekenhuis kwam had ik, hoe zeg je dat: pre-…, post-…, dep…,”, Latchena lacht om haar eigen gestamel, „stress postpartum?” Bovens begrijpt wat ze bedoelt: een postnatale depressie. „Ik denk niet dat je dat had, maar ik denk wel dat je veel stress had.” En die is heel verklaarbaar, zegt ze. „Je hebt geen eigen woning, nog geen werk, geen partner die je steunt. Dus je was in je hoofd erg bezig met ‘ik moet geld verdienen‘. Je hebt wel mensen om je heen, maar het is best pittig zo. Maar je doet het heel goed, je ziet er al veel minder gestrest uit dan eerst!”
Volgende keer gaan ze samen proberen om haar zoontje borstvoeding te geven, spreekt ze met Latchena af. Hij wil niet, zij wel, maar het doet haar pijn, dus drinkt hij uit de fles. Borstvoeding geven vindt Latchena belangrijk – haar vriendinnen vinden dat ook, roepen ze in het Portugees vanuit de hoek van de kamer. Leg er maar niet te veel druk op, reageert Bovens: „Als jij heel graag borstvoeding wilt geven en het lukt, dan zou ik dat zeker doen. Maar weet je wat het is? Je bent niks verplicht. Het gaat erom dat jij je goed voelt.”
Bij de gedachte dat de hulp ooit gaat stoppen springen de tranen in Latchena’s ogen. „Ik kan er niet veel over praten. Precilla zal nooit uit mijn hart gaan.”
Ook Tania heeft moeite met die gedachte, als de verslaggever ernaar vraagt aan het eind van haar afspraak op het gemeentehuis. „Ik weet dat ze maatschappelijk werker is, maar ze is eigenlijk meer een zus”, zegt Tania. „Precilla brengt geluk.”
Toch moet Bovens haar professionaliteit behouden, zegt ze tegen elke cliënt. „Uiteindelijk ga ik naar de achtergrond zodat ze zelf dingen kunnen doen.” Soms accepteert ze een zelfgemaakt diner als afscheid, of een gezellige wandeling. „Maar daarna begrijpen ze altijd wel dat het stopt.”
Thuis wil Tania gaan koken met het eten van haar nieuwe lijstje. Als eerste iets met lever, zegt ze tegen het eind van de afspraak op het kantoor. In de deurpost blaast ze een luchtkus naar Bovens: „Thank you, I love you!” Ze giechelt en loopt weg. De ogen van Bovens worden groot en ze lacht, toch een beetje gevleid: „Dat heb ik nog nooit gehad!”