Robotisering Een nieuw innovatiecentrum in Schiedam ’traint’ humanoïde robots. Volgens de eigenaren krioelt het straks van de mensenrobots op de werkvloer, maar deskundigen hebben hun twijfels.
De humanoïde robots die bij de opening van het Humanoid Application Center in Schiedam worden gedemonstreerd.
Nog wat houterig lopen bijna tien robots – draadloos bestuurd met controllers – kriskras door elkaar. Tussen de stalen machines trippelt een robothond. De viervoeter staat stil, tilt de rechterpoot op en beweegt die schokkerig heen en weer: de bezoeker wordt zwaaiend welkom geheten bij de opening van het Humanoid Application Center (HAC) in Schiedam.
Meer dan zwaaien, een hand (of poot) opsteken of een eenvoudig dansje doen, kunnen de aanwezige robots niet. Ze beschikken wel over alle hardware, maar missen de juiste programmering voor complexere bewegingen. Voor dat laatste is het HAC in het leven geroepen: de organisatie ‘leert’ humanoïde robots welke bewegingen ze moeten doen door ze vaak te herhalen. „Als je bijvoorbeeld tennisles volgt, moet je bij wijze van spreken ook honderd keer slaan voordat je de backhand onder de knie hebt”, licht mede-oprichter Evert Jaap Lugt toe.
De oefeningstrajecten hebben het doel om mensenrobots zo te programmeren dat die op de werkvloer ‘arbeid’ kunnen verrichten. Het HAC produceert de robots niet zelf, maar koopt ze in de VS of China. Organisaties die de ambitie koesteren om humanoids te gebruiken, kunnen een studio huren in de werkplaats van het HAC. Daarin wordt de betreffende werkomgeving nagebootst, waar de machine leert welke taken die moet uitvoeren en hoe.
Een man met een VR-bril op bestuurt een humanoïde robot, die koffiecups inpakt. Zo leert het HAC humanoids aan hoe ze moeten werken.
Een team van zes softwareontwikkelaars en machine learning-specialisten – vooral geworven van TU Delft en Hogeschool Rotterdam – van het HAC ontwikkelt de software die daarbij nodig is. Het initiatief wordt door de organisatie gepresenteerd als het eerste bedrijf in Nederland dat innoveert met enkel humanoïde robots.
Lugt heeft de ambitie om met het HAC een ‘ecosysteem’ te creëren waarin verschillende organisaties – binnen en buiten het HAC – optrekken op het gebied van technologische vooruitgang. Het HAC biedt bedrijven abonnementen aanwaarmee ze toegang krijgen tot de kennis en expertise in dat ecosysteem. Er zijn nu vijf partijen die een abonnement hebben: bouwbedrijf Dura Vermeer, robotverhuurbedrijf Smartrobot.Solutions, SDK Vastgoed, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en AI-adviesbureau Sherpa Digital.
Volgens initiatiefnemer Lugt komen er in de nabije toekomst humanoïde robots die niet van ‘echte mensen’ te onderscheiden zijn. „De eersten die echt in de buurt van mensen komen, zijn er over vijf jaar al”, zegt hij. „Over tien jaar lijken ze volledig op een mens.” Deze levensechte mensrobots zouden volgens hem helpen bij het bevorderen van sociale relaties, wat een remedie zou kunnen zijn tegen eenzaamheid.
Met name sectoren die kampen met arbeidstekorten hebben baat bij de mensmachines, zegt Lugt. Zoals de zorg, de (tuin)bouw en de industrie. De boodschap die het HAC daarbij uitdraagt: doel is niet om banen overbodig te maken, maar om vakmensen te ondersteunen.
Het innovatiebedrijf heeft nu vijf klanten die een studio huren: Dura Vermeer, koffiecapsulefabrikant Euro Caps, facilitair bedrijf Facilicom, vruchtgroenteteler Harvest House en bouwbedrijf VolkerWessels. „Ik hoop er einde van dit jaar twintig te hebben”, zegt Lugt.
Dura Vermeer hoopt humanoids snel in te zetten op de bouwplaats.
Bouwbedrijf Dura Vermeer wordt op de opening vertegenwoordigd door Jaap Hulshoff, directeur technologie en innovatie. Dura ziet een toekomst voor zich waarin stratenmakers hulp krijgen van humanoïde robots. „Er is vergrijzing, waardoor we een structureel arbeidstekort hebben. In combinatie met een groeiende bouwopgave en meer infrastructuur die toe is aan vernieuwing, kunnen stratenmakers humanoids goed gebruiken”, meent Hulshoff. „Mijn voorzichtige schatting is dat ze over drie tot vijf jaar werkzaam zijn bij ons voor simpele taken.”
Professor Guszti Eiben is hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en onderzoekt embodied intelligence, een vergevorderde vorm van AI die zichzelf ontwikkelt door fysieke handelingen uit te voeren. Precies wat de mensrobots van het HAC doen. „Ik moet bij dit soort ontwikkelingen vaak denken aan een prent uit de jaren zestig. Toen hadden ze afgebeeld hoe robots in het jaar 2000 het huis zouden stofzuigen”, vertelt Eiben aan de telefoon. „Op de afbeelding stond een robot in de vorm van een vrouw, die een stofzuiger in haar handen heeft. Ondertussen hebben we robotstofzuigers, maar die zien er toch echt héél anders uit. Een stuk lager zodat ze onder de bank kunnen komen en ze zijn rond, zonder scherpe hoeken, zodat ze de muur of meubels niet beschadigen bij een botsing. Oftewel, deze vorm in plaats van een mensenvorm is veel geschikter voor de taak.”
Dit voorbeeld dient als bewijs voor de algemeen aangenomen stelling bij roboticaonderzoekers dat de vorm van de robot geschikt moet zijn voor de taak die die moet uitvoeren. Met dat in het achterhoofd, vraagt de professor zich hardop af of humanoids geschikt zijn voor de stratenmakerij. „Het lichaam van een mens is niet gemaakt voor het stratenmakersberoep. Ons lichaam is eigenlijk helemaal niet zo stabiel, op drie benen ben je bijvoorbeeld al stabieler”, vertelt Eiben. „Stratenmakers gebruiken vaak kniebeschermers en hebben na jaren last van hun rug. Je kan natuurlijk wel een andere robot toepassen in de stratenmakerij, eentje in een andere vorm dan een mensenvorm.”
Socioloog Margo van Kemenade is expert in de ethiek van de technologie en onderzoekt de praktische toepassingen van robots in de zorg aan de Hogeschool Inholland. Ze is het eens met Eiben, vertelt ze via de telefoon. „Het is een iets té hallelujaverhaal. Als de vorm de functie volgt, is het niet altijd logisch om een mensvorm voor die functie te gebruiken.”
Voor het versterken van sociale interacties ziet de socioloog de humanoid ook niet als ultieme oplossing. Zelfs niet wanneer de robots precies op mensen lijken. „Dan krijg je te maken met wat genoemd wordt uncanny valley”, zegt Van Kemenade. Een verschijnsel waarbij mensen zich ongemakkelijk of zelfs angstig voelen bij een robot die bijna menselijk oogt en beweegt. Volgens de expert blijft er altijd een zichtbaar verschil tussen een mens en een robot, waardoor dit verschijnsel in de toekomst niet verdwijnt. „Ik denk dat wij meester zijn in het herkennen wat mensen zijn en wat niet. Dus robots blijven we altijd herkennen.”
Andere type robots zullen volgens de expert mogelijkerwijs wél zorgen voor een voortgang in de sociale omgeving, zoals robotdieren. „Er zijn onderzoeken waarbij mensen die door dementie niet meer praten en bewegen opeens wel interactie hebben met een robot in de vorm van een zeehondje”, vertelt de expert. „Googel maar: zeehond Paro. Bij robotdieren hebben we ook geen last van uncanny valley, dus die werken misschien wel beter als het om de sociale functies in de zorg gaat.”
De humanoids worden bestuurd vanaf de bank.
„Maar ik wil niet te veel zeuren. Want de aandacht hiervoor is belangrijk en het is technisch heel knap dat ze die robots kunnen maken”, benadrukt Van Kemenade. „Maar ik sta er wel een stuk minder enthousiast in.”
Ook Lugt vindt dat de vorm bij de functie moet passen. „Kijk, wat wij doen is dat we instappen met een robotmens. Maar als bij bijvoorbeeld het werk van Dura blijkt dat rupsbanden in plaats van benen onder een humanoid beter werkt, dan adviseren wij dat ook. Er zullen allerlei afwijkende versies komen.”
Tegelijkertijd denkt de mede-eigenaar van HAC dat humanoids in de toekomst breder ingezet worden dan de wetenschappers voor ogen hebben. Zo zouden de mensenrobots zoveel mensentaken onder de knie krijgen, dat de vorm van een mens ook het beste model wordt voor de machine. En uncanny valley? „Ik ben er écht van overtuigd dat we over tien jaar robots hebben die niet meer te onderscheiden zijn van mensen, waardoor uncanny valley verdwijnt. Technologie is oneindig hè, dit gáát opgelost worden.”
Door de zaal van het HAC galmt plots een doffe klap. Een van de robots heeft het evenwicht verloren en is op de betonnen vloer gevallen. Een robotbestuurder snelt er naartoe en zet de humanoid weer op beide benen. Zelf opstaan kan het hypergeavanceerde apparaat nog niet.