Techbedrijven steken honderden miljarden in de bouw van nieuwe datapakhuizen voor kunstmatige intelligentie (AI). Die zogeheten hyperscales vragen veel geheugenchips. Daarvan blijven er minder over voor consumentenelektronica, die daardoor peperduur wordt. ‘Nog even en zelfs een zakjapanner wordt onbetaalbaar.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Wie vorige maand zijn zinnen had gezet op een nieuwe iPad, had op 25 juni een nare verrassing bij Apple. Die donderdag, om 14.00 uur, haalde de techgigant zijn webwinkel offline. Precies 44 minuten later was de Apple Shop weer toegankelijk. Met één verschil. Tal van producten hadden nieuwe én schrikbarend hogere prijskaartjes gekregen.
Het model Air van de iPad kostte niet langer 669 euro, maar 829 euro, een prijsstijging van 24 procent. De iPad Pro was in nog geen drie kwartier 200 euro duurder geworden. Ook Macs en MacBooks waren in prijs omhooggegaan, met honderden euro’s ineens.
Apple staat niet alleen met zijn enorme prijsverhogingen. Microsoft kondigde vorige maand aan dat het vanaf 1 augustus zijn Xbox Series X-spelcomputers 100 tot 150 euro duurder maakt. Die prijsverhoging is opmerkelijk. De Xbox Series X is zeven jaar oud. De nieuwe generatie consoles komt eraan. Normaliter daalt de prijs in het zicht van de haven. Maar de verouderde Xbox kost volgende maand meer dan bij de introductie in 2020.
Concurrent Sony had zijn PlayStation 5 eerder dit jaar al 100 euro duurder gemaakt. De verwachting was dat het Japanse elektronicaconcern volgend jaar de PlayStation 6 zou uitbrengen. Maar de stijgende prijzen voor componenten maken dat twijfelachtig. Sony’s machines waren nooit duurder dan 599 euro. Maar de PlayStation 6 zou weleens 1.000 euro kunnen gaan kosten.
Ook andere gadgets zijn duurder geworden: computers, smartphones, modems, ssd-opslagschijven en tv-streamingkastjes; alles met een stekker eraan en een chip erin is het afgelopen halfjaar in prijs gestegen. Waarom?
Het excuus dat fabrikanten aanvoeren klinkt overal hetzelfde: kunstmatige intelligentie. De hoge RAM-prijzen zijn een bijverschijnsel van de opmars van AI.
Elke computer heeft behalve een processor, het rekenbrein dat gebruikers mail laat versturen en (liefdes)brieven schrijven, ook een harde schijf nodig om data op te slaan én geheugenchips om benodigde gegevens zo snel mogelijk te kunnen verwerken. Zulk random access memory (RAM) zit in elke computer, hoe klein of groot die ook is. Alles vraagt om RAM, en niets roept harder om RAM dan de servers die AI-chatbots ChatGPT, Claude, Gemini en CoPilot aan de praat moeten houden.
Om de AI-race te winnen, stampen technologiebedrijven van Meta tot Microsoft in duizelingwekkend tempo immense datapakhuizen uit de grond. De computer thuis kan al goed draaien met 8 Gb aan RAM, een traditionele server in een bedrijfsnetwerk heeft honderden gigabytes nodig. Maar bij hyperscalecentra voor AI komen al snel meerdere petabytes aan geheugen kijken – een factor miljoen keer meer, aldus RAM Exchange, een handelaar in geheugenchips in Californië.
Het gevolg? Een markt die in sneltreinvaart uitgeput raakt en prijzen voor geheugenchips die door het dak gaan. De vakpers verzon er een beeldende term voor: ‘RAMageddon’.
De gevolgen zijn overal zichtbaar. Zoals in de krimpende verkoopcijfers van computer- en elektronicafabrikanten. In mei, een maand na de prijsverhoging voor zijn PlayStation, verkocht Sony al de helft minder PlayStation-consoles plus dito toebehoren. De verkoop van Xbox-hardware daalde na een eerdere prijsverhoging in het eerste kwartaal met 33 procent. Het aantal mobieltjes dat per kwartaal over de toonbank gaat, tikte recentelijk het laagste niveau in dertien jaar aan.
De afzet van pc’s bleek eind juni met ruim 5 procent te zijn afgenomen. Opgelet: in aantallen. De omzet in dollars steeg wél. Consumenten betalen de rekening voor de componentenhonger van AI, signaleert de website Engadget. ‘Het is altijd hetzelfde liedje.’ De rekening zal nog verder oplopen, gezien de prognoses van allerlei fabrikanten. ‘Nog even en we kunnen ons zelfs geen zakjapanner meer veroorloven’, sombert de website Tom’s Hardware.
Hoelang gaat die noodtoestand duren? Deskundigen wijzen erop dat de markt voor geheugenchips altijd al een cyclisch karakter heeft gehad. Grote hoogten worden afgewisseld met diepe dalen. Een nieuwe trend of een wereldwijde epidemie (corona in 2020) jaagt de vraag naar digitale gadgets en dus RAM op, waarna fabrikanten als de wiedeweerga capaciteit bijbouwen.
Tegen de tijd dat er chips uit die nieuwe fabrieken rollen, zijn fabrikanten drie, vier jaar verder. Dan is de rage weer voorbij of de viruscrisis bezworen, en blijven de chipmakers met enorme voorraden zitten. En zakt de prijs weer. Dit keer liggen de kaarten anders, bezweren analisten. Zoals Avril Wu, al twintig jaar in het vak, het verwoordt in The Wall Street Journal: ‘Zo bont hebben we het nog nooit meegemaakt.’
De reden? De doorbraak van kunstmatige intelligentie is geen gril die volgend jaar over is. De grote spelers denken in elk geval van niet. OpenAI, Anthropic, Google, Meta, Microsoft en SpaceXAI spenderen als gekken aan AI. Wereldwijd gaat er dit jaar 600 tot 750 miljard dollar naar nieuwe datapakhuizen, in 2027 meer dan een biljoen en drie keer zo veel tegen de tijd dat de scheurkalender van 2030 aan de muur hangt.
De bestbetalende klanten hebben vanzelfsprekend de voorkeur van geheugenfabrikanten. Zij kopen de duurste vormen van RAM, de high bandwidth memory (HBM). Daarbij worden geheugenchips zo dicht mogelijk op elkaar gestapeld, om de weg die data moet afleggen zo kort mogelijk te houden. Dat scheelt tijd en stroom.
Die voorkeursbehandeling gaat ten koste van de productie van RAM voor andere doelen. Nu al slokt AI 60 procent van de voorraden op. Fabrikanten van consumentenelektronica moeten snel zijn, waarschuwde MS Hwang, een analist bij de Amerikaanse marktonderzoeker Counterpoint, in The Wall Street Journal. RAM-fabrikanten bouwen in allerijl hun productielijnen voor ‘conventionele producten’ om voor AI-geheugen.
‘Deze lui zijn niet alleen hun capaciteit voor dit jaar al aan het verkopen, maar ook die voor 2027 en 2028’, aldus Hwang. Wie niet meteen op het vliegtuig stapt en de hand legt op toekomstige voorraden, vist achter het net.
Begin dit jaar bleek hoever sommige consumenten gaan om de RAM-crisis het hoofd te bieden: door te stelen. Een gebruiker van het chatplatform Reddit zette een foto online van demo-computers van de winkelketen Costco. Omdat de pc’s een doorzichtige behuizing hebben, is te zien dat de geheugenkaarten ontbreken. Of die preventief waren verwijderd of al waren gejat, is onbekend.
Als consument kun je wachten met de aanschaf van een nieuwe pc of smartphone tot geheugenchips niet langer 10 procent van de prijs van eenvoudige gadgets bepalen, of 30 procent van die van een smartphone.
Maar let op, zeggen onderzoeksbureaus als Gartner en TrendForce: elektronica keert niet meer terug naar de minimumprijzen van vóór 2024. Vanwege de grote geheugenvraatzucht van AI is de markt permanent veranderd. Het is HBM wat de klok slaat, en fabrikanten van pc’s en smartphones blijven aangewezen op een krimpend aanbod.
Het tekort aan consumenten-RAM maakt fabrikanten wel vindingrijk – of wanhopig. Neem Apple. De Financial Times onthulde vorige maand dat de maker van de iPhone besprekingen voert met ChangXin Memory Technologies, een Chinese leverancier van geheugenchips. Er is alleen één maar: CXMT staat op de zwarte lijst van het Pentagon en is dus eigenlijk taboe voor Amerikaanse bedrijven die het Amerikaanse leger liever te vriend houden.
Volgens de Britse zakenkrant voert Apple een lobby bij de Amerikaanse overheid om toch met de Chinezen in zee te kunnen gaan. Om het bezwaar voor te zijn dat Chinese elektronica moet worden geweerd omdat er weleens achterdeurtjes in zouden kunnen zitten, wil Apple de geheugenchips alleen gebruiken in producten voor de Chinese markt. Voorlopig.
In andere gevallen nemen fabrikanten consumenten de beslissing over nieuwe apparaten of uitbreidingen uit handen. Zo wijzigden onlangs de hardwarevereisten van Cinder City, een computerspel van de Zuid-Koreaanse uitgever NC. Aanvankelijk vroeg het online-schietspel om minstens 32 GB geheugen en werd het dubbele aanbevolen voor de prettigste spelervaring. Een pittige eis.
Kort daarop liet NC weten dat er een vergissing was gemaakt: 32 GB geheugen is toereikend, ook met alle instellingen in de hoogste stand. Uit de kleine lettertjes bleek hoe de studio voorkomt dat het spel gaat haperen. Cinder City vereist nu een zwaardere grafische kaart, een printplaat met chips die beelden schept.
Drastischer is het besluit van smartphonefabrikant Nothing. Een budgetmodel dat in 2026 had moeten verschijnen, is van de baan. Onze plannen zijn doorkruist door de duurdere RAM, meldde het Britse bedrijf op socialmediaplatform X. Tegen de tijd dat Nothing zijn ontwerp af had, kon de fabrikant het niet meer aanbieden voor een prijs ‘die nog ergens op sloeg’.
Bij een vorig model, de 4A, verdubbelde de geheugenprijs al tussen het moment waarop het toestel op de tekentafel lag en het moment waarop het in de winkel kwam te liggen, vertelde bestuursvoorzitter Carl Pei van Nothing aan de website The Verge. Daarna verdubbelden ze nog een keer.
‘Als je een goed moment zat af te wachten om je toestel te upgraden, dan was dat gisteren’, aldus Pei. ‘De eerstvolgende beste gelegenheid is nu. Het uitverkoopseizoen zal dit jaar niet de kortingen bieden die mensen gewend zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant