In de zomer van 1963 vond een bijzonder vindingrijke botersmokkel plaats. De handelswaar ging niet de grens over, maar de grens verplaatste zich. De Eltener Butternacht leverde handelaars miljoenen op.
Alle hotelkamers in het dorpje Elten, een paar kilometer ten zuidoosten van Zevenaar, waren in de zomer van 1963 volgeboekt. De bedden lagen volgestapeld met boter. Elders in het plaatsje was geen schuur of zolder nog leeg, en langs straten en wegen stonden vrachtwagens geparkeerd. Overal was boter, boter en nog eens boter.
En waar geen boter lag, waren koffie, drank en sigaren opgeslagen. De weilanden rond het plaatsje stonden vol slachtvee dat vanuit heel Nederland naar het dorpje was gebracht. En als er geen vee rondliep, dan stonden er nóg meer vrachtwagens met nóg meer boter.
Allemaal ter voorbereiding op de nacht van 31 juli, toen het dorpje, dat vanaf 1949 veertien jaar Nederlands was, werd teruggegeven aan Duitsland. Dankzij die grenscorrectie konden handelaren uit Nederland én Duitsland invoerheffingen omzeilen. Boter die op 31 juli 1963 in Elten (Nederland) was geparkeerd, werd op 1 augustus in Elten (Duitsland) ineens heel veel meer waard.
Handelstarieven en invoerbeperkingen lijken iets van vroeger – althans in Europa. Terwijl de Verenigde Staten bijna wekelijks importheffingen voor handelspartners verhogen, zijn ze binnen de EU al sinds de douane-unie van 1968 verleden tijd. Tot dat jaar werd in grensstreken fors verdiend met smokkel van onder meer boter, koffie en tabak.
Voor smokkelaars en ondernemers was de soevereiniteitsoverdracht van Elten en verder naar het zuiden De Zelfkant/Selfkant, net buiten Sittard, in 1963 een buitenkans. Waarom zou je met veel moeite handelswaar illegaal over de grens verplaatsen als je ook gewoon kon afwachten tot de grens zélf zich verplaatste?
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
Elten en een stuk of twintig andere gebieden tussen Nieuwenschans en Vaals waren in 1949 door de geallieerden aan Nederland toegekend als schadevergoeding voor de bezetting. In totaal kreeg Nederland er 69 vierkante kilometer bij, ongeveer het oppervlak van de gemeente Maastricht. Dat was aanzienlijk minder dan het voorstel van de regering én de eisen van het (voormalige) verzet. Al in 1943 verscheen een illegaal gedrukt pamflet Oostland: Ons Land dat een nieuwe, meer oostelijke grens een ‘militaire noodzaak’ noemde.
Na de bevrijding verschenen affiches met een kaart van de gedroomde nieuwe oostgrens, van Bremerhaven in het noorden via Osnabrück dwars door het Ruhrgebied richting Keulen en Aken. ‘Voor onze verdronken polders, vernielde havens, spoorwegen en steden verlangt het Nederlandsche volk Duitsch grondgebied zonder Duitschers.’
De meeste stukjes geannexeerd Duits grondgebied (mét Duitsers) werden na een West-Duitse herstelbetaling van 280 miljoen D-mark in 1963 teruggegeven. Zo ontstond de zogeheten Eltener Butternacht.
Voorafgaand aan het semilegale smokkelfestijn was het plaatsje tot bijna de laatste vierkante meter volgepakt met boter en andere handelswaar. Op een foto van de Duitse regionale krant NRZ staan alleen al in één weiland twintig vrachtauto’s met aanhanger te wachten op de soevereiniteitsoverdracht.
Voor de gebiedsteruggave was wel degelijk nagedacht over prijsverschillen tussen Nederland en Duitsland. Om hamsteren te voorkomen werd een limiet ingesteld: inwoners mochten maximaal tien kilo koffie en één kilo thee inslaan. De Duitse belastingdienst kondigde aan er streng op toe te zien. In Nederland leidde dat tot verontwaardiging. ‘Hamsteraars in Elten bedreigd’, kopte De Telegraaf. Aan de andere kant van het politieke spectrum kuste De Waarheid spoken uit het verleden wakker: ‘Duits zijn in Elten begint met huiszoekingen.’
Van controles kwam na 1 augustus niets terecht. De deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen was wel 250 duizend D-mark kwijt aan herstelwerk. Door de toestroom van zware vrachtwagens raakten straten en wegen rond het dorp ernstig beschadigd. Volgens schattingen verdienden boter- en koffiehandelaren destijds in één nacht 60 miljoen gulden – 230 miljoen euro in hedendaags geld.
Na de Butternacht bleven nog een paar kleine stukjes oorspronkelijk Duits grondgebied in Nederlandse handen. De Duivelsberg bij Beek, een heuvel met een pannenkoekrestaurant net ten oosten van Nijmegen, was voor de oorlog Duits, net als de Grensstraat in Vaals, waar de grens in 1949 een paar meter naar het oosten schoof.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant