De regio Madrid wordt geteisterd door de ‘ergste bosbranden ooit’. In Navahonda, een dorp op een uur rijden van de Spaanse hoofdstad, komt het vuur steeds dichterbij. Maar niet iedereen wil op stel en sprong weg. ‘Het is niet makkelijk om je huis achter te laten.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze doet verslag uit de omgeving van Madrid.
Montserrat Saavedra (54) hoefde zaterdagochtend niet uit het raam te kijken om te weten dat de nachtelijke noordwestenwind de bosbrand haar kant op had gestuwd. Haar hondje Kenya rook de penetrante brandlucht eerder dan zij en begon zenuwachtig te dartelen. Nu draagt Saavedra, die uit voorzorg een vuilniszak vol kleding in haar auto propt, Kenya als een kangoeroejong in haar tuinbroek met zich mee.
Echte paniek is er nog niet in Navahonda, een dorp op een uur rijden van Madrid. Ja, de bosbrand die de lokale autoriteiten als ‘de ergste ooit’ omschrijven, komt dichterbij. Donkergrijze rookpluimen drijven de kant van het dorp op. Maar voorlopig woedt de brand nog in een bergachtig natuurreservaat, en niet bij hen in het dal. Er is geen acuut gevaar, aldus de agenten die staan opgesteld aan de rand van het dorp. De bewoners bereiden zich in alle rust voor op wat wel of niet komen gaat.
Met vereende krachten maken gezinnen hun tuinen vuurbestendig, oftewel: ze snoeien de heggen en bomen, en maken alles zoveel mogelijk vrij van tak en blad. Dat gaat met de nodige scepsis. ‘Ik heb nog geen vuur gezien’, zegt de 15-jarige Darío Villar, terwijl hij dorre takken richting een aanhangwagen sleept. ‘Dus ik denk dat het wel mee zal vallen.’
Maar dan maakt een schelle alarmtoon een einde aan de collectieve gelatenheid. ‘U moet het dorp nu verlaten’, schalt het uit de megafoon, die aan de zijspiegel van een politiewagen is gemonteerd. ‘Wie geen eigen vervoer heeft, moet zich melden bij de ingang van het dorp.’
Buurtbewoners kijken elkaar aan, versnellen hun pas. Mauwende katten worden in auto’s geduwd. Mondkapjes uitgedeeld. Iemand vloekt, tiert en huilt. Want waarom moeten we weg voor een beetje rook?, klinkt het verwijtend. Toch komt de uittocht direct op gang. Nog voordat een noodsignaal mobieltjes doet trillen, zijn de straten van Navahonda nagenoeg uitgestorven, op een paar pauzerende brandweerlieden na.
Tientallen dorpen in de regio Madrid en de aangrenzende provincie Ávila zijn dit weekend geconfronteerd met het vuur dat om zich heen grijpt, nadat vrijdag drie losse branden zijn opgegaan in één grote brand. Volgens de Spaanse krant El País werden de afgelopen dagen 121 duizend mensen geëvacueerd; 45 duizend hectare grond rondom de hoofdstad is verschroeid.
Het is ongebruikelijk dat de regio Madrid, waar de luchtvochtigheid normaal gesproken bovengemiddeld hoog is, door zo’n grote bosbrand wordt geteisterd, zegt Eduardo Rojas Briales, hoogleraar Bosbouw aan de Polytechnische Universiteit van Valencia. De brand ontstond door een combinatie van extreme weersomstandigheden. Vanaf najaar 2024, toen de regio Valencia hevig overstroomde, viel in heel Spanje uitzonderlijk veel regen. ‘Daardoor is er veel brandbare begroeiing bij gekomen in alle natuurgebieden, waaronder die in Madrid.’
In april stopte de regen abrupt en werd de aarde kurkdroog. Rond Madrid, waar weinig hoge bergen zijn, kan een warme zuidenwind ongehinderd waaien, aldus Rojas Briales. ‘Als het eenmaal brandt, krijg je het amper uit.’
Wat de bestrijding van de brand rondom Madrid bemoeilijkt, is de aanwezigheid van vele kleine dorpjes. Het zijn dorpen die vanaf de jaren zestig werden gebouwd, waar veel Madrilenen een vakantiehuis hebben om de hete zomers in de stad te ontvluchten. Door deze dorpen zijn er niet alleen veel mensen die moeten evacueren, de vakantiehuizen hebben vaak overwoekerde tuinen, waar het vuur welig tiert.
‘Om dit soort branden in de toekomst te voorkomen, moeten gemeenten er beter op toezien dat mensen hun tuin onderhouden’, zegt bosbouwdeskundige Rojas Briales. ‘Doen ze het niet, dan moet de gemeente zelf maar ingrijpen, want anders wordt het veel te gevaarlijk.’ Hij waarschuwt niet alleen voor de regio Madrid. Ook rondom andere grote Spaanse steden en op de eilanden dragen de vele buitenhuizen volgens hem bij aan het risico op bosbranden.
Zondagochtend lijkt de situatie rondom Madrid enigszins verbeterd. De wind is gaan liggen. De Spaanse Militaire Noodeenheid, die de brandbestrijding overziet, verklaart de bosbranden grotendeels onder controle te hebben, op een paar kleine haarden na.
De brandweer lijkt daarmee een zorgelijk scenario voor te zijn gebleven; komende dinsdag stijgt de temperatuur in Madrid naar 37 graden en later in de week naar 40 graden, wat het blussen zou hebben bemoeilijkt. Ondertussen heeft de Spaanse brandweer nog wel haar handen vol aan een andere brand bij Valencia. Daar werden zaterdag 15 duizend mensen geëvacueerd. Één man kwam door het vuur om het leven.
In Navahonda, een van de dorpen bij Madrid die halsoverkop werden geëvacueerd, is niet iedereen direct vertrokken na de oproep van de politie. Montserrat Saavedra loopt een uur na het evacuatiebevel nog rond met hondje Kenya, en inmiddels ook met een parkiet in een kooi. Ze heeft wel een plek om naartoe te gaan. Want ook zij heeft haar bungalow in Navahonda als tweede huis, en woont in Madrid.
Maar wie niet over de luxe van een tweede huis beschikt, heeft meer moeite met vertrekken, weet Saavedra. Vooral sommige ouderen vertikken het om naar een evacuatiecentrum te gaan, en dat baart haar zorgen. ‘Jullie moeten naar dat huis op de hoek’, zegt ze als een politiewagen stilhoudt. ‘Daar zitten mensen die niet weg willen.’
Ook Saavedra’s zoon weet voorlopig van geen wijken. Met twee handen en zwaar ademend heft de 18-jarige David een hark boven zijn hoofd, om hem als een ploeg te laten neerkomen op een hoop vergeeld gras tegenover hun vakantiewoning. Hij zegt de stoffige bult te willen effenen zodat het minder snel vlam vat als het vuur zich toch in het dorp laat zien. Maar het heeft er alle schijn van dat hij ook tijd rekt. Als hij het zweet van zijn voorhoofd veegt, verzucht hij: ‘Het is niet makkelijk om je huis achter te laten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant