Terwijl Tadej Pogacar de nutteloosheid van hun poging inzag en de benen stilhield, vond Mathieu van der Poel nog ergens een onvermoede energiebron. De Nederlander bleef een voluit spurtende groep sprinters in de slotetappe van de Tour de France een paar centimeters voor op de Champs-Elysées.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Anderhalf uur ingekookte Tour de France was wat de toeschouwers zondagavond in Parijs voorgeschoteld kregen. Gecomprimeerde gekte culminerend in een onwaarschijnlijke krachtsinspanning van Mathieu van der Poel, die de spannendste rit van drie weken Frankrijk en een paar dagen Spanje naar zijn hand zette.
In het flashinterview na zijn supersprint op de Champs-Elysées legt Van der Poel in het Engels uit dat hiervoor in het Nederlands een uitdrukking bestaat: ‘Het uit je tenen halen.’ Maar deze overwinning, deze explosie over de kasseitjes bij de Arc de Triomphe, kwam van nog verder. ‘Ik weet niet waar het vandaan kwam, maar niet uit mijn tenen.’
Vorig jaar werd de slotetappe van de Tour de France hertekend door parcoursbouwer Thierry Gouvenou. Aangestoken door het enthousiasme tijdens de olympische wegrit die door Montmartre voerde, meende hij dat de Ronde van Frankrijk ook nog wel wat pit kon gebruiken in de laatste kilometers. Niet langer wachten op een massasprint, maar een koers die ook andere kanten op zou kunnen gaan. Vorig jaar bewees Wout van Aert al Gouvenous gelijk, met een indrukwekkende zege over natgeregende kasseien, maar dat bleek nog niets vergeleken met de nagelbijtende negentig minuten van zondag.
De eerste twee rondes over een vlakke omloop rond de Champs-Elysées verliepen traditioneel als een fotoshoot op de fiets. De blikvangers en truiendragers namen hun tijd voor een momentje voor het peloton. Dit kabbelende koersdeel was eigenlijk voorzien voor de route van Thoiry naar Parijs, maar de etappe was ingekort. De hulpdiensten die het parcours beveiligen, waren van groter nut bij de natuurbranden die in Frankrijk volop woeden. In plaats van 133 kilometer was de rit nog maar 89 kilometer lang. Maar voor het wedstrijdverloop maakte dat weinig uit.
De Tour is in het algemeen een slijtageslag, die dit jaar in de Alpen zijn hoogtepunt bereikte. Dat was zaterdag zichtbaar bij Sepp Kuss. Hij leek op weg naar de zege bij de tweede aankomst op Alpe d’Huez, maar schatte vermoeid een bocht verkeerd in en kwam ten val. De Amerikaan krabbelde overeind, vertrok nog altijd in leidende positie, viel opnieuw en zag zijn achtervolger Richard Carapaz passeren. De Ecuadoraan won de rit.
Zulke wendingen, veroorzaakt door urenlang afzien in één rit, opgeteld bij het wekenlang doorbuffelen, ontbraken in Parijs. Dit was een ultrakorte inspanning, licht ontvlambaar, maar explosief. Ook zwaar, maar op een andere manier. Dit was een ongeremd machtsvertoon van de belangrijkste hoofdpersonen van de afgelopen drie weken, samengebald in 60 kilometer door de Franse hoofdstad.
Tadej Pogacar wist al voor de eerste keer Montmartre dat de tijden voor het algemeen klassement waren opgenomen, en dat hij vrij was om te koersen zoals hij dat het liefste doet: zonder enige terughoudendheid. Mads Pedersen was al sinds zaterdag zeker van de groene puntentrui en wilde de Tour afsluiten zoals hij hem al weken reed: even offensief als agressief. En ook Remco Evenepoel, die in Parijs olympisch kampioen werd en in deze Tour twee etappes won, meldde zich al bij de eerste beklimming van de Butte Montmartre vooraan.
De smaakmakers van deze Tour kregen toen nog geen ruimte, maar bij de tweede keer over de kasseienklim wel. De vier wereldkampioenen trokken in een mini-polonaise over de kasseien. Op kop beukend Pogacar, de regerend wereldkampioen. In zijn wiel Van der Poel (wereldkampioen 2023), die als enige de Sloveense geletruidrager kon volgen. Op een gaatje zat Pedersen, die in 2019 de wereldtitel pakte. Daarachter Evenepoel, wereldkampioen in 2022. Ze kwamen samen, maar al die gebundelde kracht ten spijt keerde een groep met sprinters terug, onder hen Olav Kooij, winnaar van de vijfde etappe.
Twee kansen waren vervlogen, eentje resteerde nog op de steile klim door Montmartre. Het was Pogacar die op de steentjes de aanval leek in te luiden, maar het was Van der Poel die overnam. Alleen de Sloveen kon hem volgen. Kromgebogen over hun stuur, schokschouderend van inspanning, verdedigden ze een handvol seconden op een pelotonnetje dat ergens achter hen steeds meer georganiseerd raakte.
Een belangrijk verschil met vorig jaar: de finish lag ditmaal een paar kilometer verder weg om ook de sprinters een kans te gunnen op dit Ronde van Vlaanderen-achtig rondje. Tien kilometer moesten Pogacar en Van der Poel overbruggen tussen de volgepakte trappen voor de Sacré-Coeur en de Champs-Elysées. Een tandem tegen een heel peloton. Onhaalbaar voor zelfs de meest getalenteerde prof. Onhaalbaar zelfs voor alleskunner, alleswinnaar, allesvreter Pogacar. Maar niet voor Van der Poel.
Met nog maar vier seconden voorsprong kwamen de geletruidrager en Van der Poel door de laatste bocht. De finishboog lag akelig ver weg, honderden meters verderop, piepklein in de verte. De vijfvoudig Tourwinnaar deed nog een kopbeurt, maar leek te beseffen dat tegen de massasprintmachine achter hen weinig te beginnen viel. Hij blikte achterom en liet zijn benen stilvallen. Hij gaf op. Maar terwijl achter hem Pedersen en Jasper Philipsen hun eindsprint inzetten, boorde Van der Poel ergens nog een onvermoede energiebron aan.
‘Ik dacht dat we teruggepakt zouden worden’, zegt Van der Poel even later. Hij vertelt dat hij al een jaar met deze rit in zijn hoofd had gezeten. Toen was hij er niet bij, zat met een longontsteking thuis en zag hoe de Tour een spektakelslot had gekregen dat voor hem gemaakt leek. Daar wilde hij zijn, daar wilde hij winnen. Die gedachte drong net na die laatste bocht door de verzuring heen. Dus wat nou terugpakken? Hij legde zich nog eenmaal plat over zijn stuur, verwachtte elk moment een voorwiel van een concurrent in zijn ooghoek te zien verschijnen. Dat wiel kwam er niet. Hij spotte alleen nog de voorband van zijn ploegmaat Philipsen, die een paar centimeter achter hem Pedersen passeerde en tweede werd.
De Belgische sprinter, die deze Tour zo vaak gegangmaakt werd door Van der Poel en eenmaal raak schoot, was de enige die juichte. De Nederlandse winnaar had daar de kracht niet meer voor. Minutenlang lag hij na de finish uitgeteld op het Franse plaveisel terwijl de rest van zijn ploeg feestvierde en de toeschouwers nog aan het verwerken waren welk wonder ze zojuist aanschouwd hadden.
‘Dit betekent veel’, zei Van der Poel, nadat hij op adem was gekomen. ‘Dit was een van de races die ik per se nog wilde winnen in mijn carrière. Dit is een droom.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant