„Waarom hebben jullie niet gewoon één telefoonnummer dat wij kunnen draaien?” Onlangs, in een klein gezelschap van Amerikanen en Europeanen, gooide een van de Amerikanen de clichévraag maar weer eens op tafel. Zo onhandig, zei de man, een conservatieve beleidsmaker uit Washington: willen wij Amerikanen iets en weten we niet welk nummer we moeten draaien aan de overkant van de plas. De Europese Commissie? De Europese Raad? Het Europees parlement? Of beginnen met Berlijn bellen, dan Parijs, enzovoort? „Het is zo ingewikkeld en verwarrend bij jullie in Europa. Why don’t you get your act together!”
Wat altijd opvalt als Amerikanen deze stupide vraag opwerpen, is de even stupide reactie van de Europeanen: die beginnen zich namelijk meteen te verontschuldigen. Ze mompelen gegeneerd dat Europa verdeeld is. En dat het hier inderdaad niet zo helder geregeld is als in Amerika. Terwijl het echte antwoord natuurlijk iets is om trots op te zijn: die meerdere telefoonnummers weerspiegelen het simpele feit dat wij in Europa een strenge institutionele scheiding der machten hebben, en dat we diverse instellingen hebben die diverse belangen vertegenwoordigen. En dat dient om de kans zo klein mogelijk te maken dat er hier ooit een potentaat, een machtswellusteling als Donald Trump aan de macht kan komen. Die hele tralala met Commissie, Raad, parlement en andere Europese instellingen is opgetuigd omdat wij geen superstaat willen in Europa, en ook geen leider die met één knip van de vingers beslist over het lot van miljoenen mensen.
Amerikanen die naar dat ene telefoonnummer blijven vragen, hebben bovendien boter op hun hoofd: enerzijds zeggen dat je één aanspreekpunt wil in Europa. Maar anderzijds alles doen om een meer gecentraliseerd en top-down Europa te ondermijnen door Europese regels kapot te maken die na jarenlange debatten tussen al die instellingen, in een zorgvuldige afweging van belangen van staten (de Raad), burgers (het Europees Parlement) en de EU als geheel (de Commissie) tot stand zijn gekomen. En door met enorme subsidies extreemrechtse nationalisten de wind in de zeilen te geven, in de hoop dat zij die paar dingen die er in Europa wèl centraal zijn geregeld – handel en landbouw bij voorbeeld – om zeep helpen.
Iemand die wel raad wist met deze discussie over de gelaagdheid van de macht in Europa, was de Spaanse filosoof en essayist José Ortega y Gasset (1883-1955). Op 7 september 1949, een paar jaar voordat de Europese integratie formeel begon met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hield hij een toespraak voor studenten aan de Freie Universität Berlin getiteld Meditación de Europa, waarin hij zei dat Europa van nature homogeniteit én diversiteit belichaamt. Tegelijkertijd. Homogeniteit, omdat „Europeanen al heel lang een samenleving vormen”. En diversiteit, omdat er binnen die samenleving verschillende identiteiten en culturen zijn met uiteenlopende belangen, geschiedenis, religie, talen, geografie en taboes. Die verschillen verklaren waarom Europeanen constant ruziemaken en clashen. Maar het verklaart ook waarom ze nooit ophouden met de zoektocht naar een overkoepelend mechanisme dat deze ruzies in vreedzame banen kan leiden – zodat ze één kunnen zijn en toch hun verscheidenheid behouden. Door dit historische antagonisme is de Europeaan gewend om altijd „in twee ruimtes tegelijk te leven, in twee samenlevingen: eentje verder weg en breder, Europa; en de andere dichterbij en territoriaal meer beperkt, de natie”.
Europeanen worstelen permanent met dit dualisme. Elke dag zie je in Brussel hoe moeilijk het is om alle verschillende wensen en belangen af te wegen en compromissen te vinden waarin iedereen zich kan vinden – zie de moddergevechten over de Europese meerjarenbegroting of het 21ste sanctiepakket tegen Rusland. Maar uiteindelijk komen ze er altijd uit, omdat ze weten dat er geen andere oplossing is behalve samen van de klif vallen. Samen moeten ze verder, zeker in deze gure wereld.
Dus hoe meer Washington nog maar één telefoonnummer lijkt te hebben, namelijk dat van The Trump Family, hoe meer Europeanen hun meerdere nummers moeten koesteren. Ze zijn een teken van gematigdheid. Van beschaving.