Home

Met harde hand bepaalt Pogacar alles in de koers, de rest van het peloton fietst slechts mee

Tadej Pogacar wint wat en waar hij maar wil. Zo was het nu ook weer, met zijn vijfde eindzege in de Tour de France. De concurrenten blijven vertwijfeld achter en lijken te berusten in hun bijrol.

schrijft voor de Volkskrant over wielrennen. Ze volgt dit jaar de Tour de France.

Even lijkt hij te twijfelen, maar dan stopt hij toch met de zin waaraan hij is begonnen. ‘Misschien kun je mijn antwoord even opzoeken in de verslagen van interviews, ik heb er net al veel over gesproken.’

Tadej Pogacar zegt nog net geen sorry tegen de verslaggever die in de mixed zone achter de finish op Alpe d’Huez als laatste in een lange rij radio- en tv-journalisten staat. En die hem voor de zoveelste keer deze middag de vraag stelt wat hij van de dag van morgen denkt, met wéér een etappe naar de overbekende alp. Pogacar heft even zijn hand naar de man, en loopt dan een beetje bezwaard door.

Een half uur daarvoor won hij zijn vijfde rit in de door hem gedomineerde Tour de France, boven op die hysterische Alpe d’Huez, de rest van het peloton in ademnood achterlatend. Met als het zoveelste uitroepteken achter zijn vijfde Tourzege het breken van het record van Marco Pantani op de 13,8 kilometer lange klim. Maar eenmaal van de fiets is er aan Pogacar niets dat doet denken aan de genadeloze en onverzadigbare man die alles wil en kán winnen.

Held Eminem

Met zijn geblondeerde, gemillimeterde haar – naar voorbeeld van het alter ego van zijn held Eminem – ziet hij er eerder uit als een jongen die pizza’s bezorgt. Als hij praat, is het altijd met respect voor de ander, positief en keurig. Paul Seixas, Remco Evenepoel, Jonas Vingegaard en Richard Carapaz; hij heeft ze stuk voor stuk uitgebreid gecomplimenteerd met hun werk tijdens de Tour.

Tadej Pogacar, 27 jaar jong, uit het Sloveense Komenda, houdt gewoon van winnen op de fiets. En met twee wereldtitels, dertien klassiekers en vijf Tourzeges op zak is hij een van de beste sporters van de wereld. In 2025 en 2026 werd hij al genomineerd voor de internationale Laureus Award voor sportman van het jaar, de Oscars van de sport. Pogacar won niet; polsstokhoogspringer Armand Duplantis en tennisser Carlos Alcaraz kregen bij die edities de voorkeur van de jury.

Wielrenners winnen niet zomaar de prestigieuze prijs. Sterker nog, Lance Armstrong is tot nu toe de enige renner die de wielersport oversteeg en in 2003 werd verkozen. Een van de vele titels die hij in 2013 moest inleveren vanwege zijn bekentenis doping te hebben gebruikt tijdens alle zeven van zijn nu geschrapte Tourzeges.

Het is tegelijkertijd de erfenis waarmee Pogacar moet leven. Al vanaf zijn eerste succes in de Tour van 2020, die door de uitbraak van het coronavirus pas in september werd verreden. In de klimtijdrit naar la Planche des Belles Filles was hij destijds met een verschil van bijna anderhalve minuut de snelste, waardoor hij zijn landgenoot Primoz Roglic vlak voor Parijs uit het geel reed en verrassend de Tour won.

Roglic vroeg zich na afloop af hoe iemand in hemelsnaam zó hard kon rijden. ‘Als je dat kunt, dan win je toch elke etappe op één been?’ Tom Dumoulin, tweede in die tijdrit, snapte niet hoe een jongen die ‘als een mijnwerker op de fiets zit’ de concurrentie kon verpletteren. De reactie van Pogacar op dat ongeloof over zijn prestaties was onderkoeld. Wat hij deed was heus niet zo ongelooflijk. Hij had zich gewoon goed voorbereid en had een geweldige dag. Zijn critici duidelijk niet, liet hij schouderophalend weten.

Zes jaar later zijn die scepsis en dat ongemak er nog steeds. Hij zit allang niet meer als een mijnwerker op zijn tijdritfiets, maar het is Pogacar die het ene na het andere record op cols breekt. Zijn naam staat bovenaan ranglijsten met door doping besmette renners als Pantani, Armstrong en Jan Ullrich. Dat daarbij het verschil tussen die oude records en zijn nieuw gereden tijden groot zijn, nodigt uit tot vergelijkingen met andere renners en zelfs andere sporten, tot berekeningen met mitsen en maren omdat de omstandigheden nooit echt gelijk zijn.

Nuchter en beheerst

Net als toen is zijn uitleg over zijn prestaties deze dagen nuchter en beheerst. De onrust die ontstond na de nachtelijke dopingcontroles tussen de veertiende en de vijftiende etappe bij Vingegaard en Pogacar versterkte die altijd aanwezige vraag hoe een renner zo veel beter kan zijn dan de rest. Maar anderen in het peloton bleken ook getest en werden later die week nog eens gecontroleerd. Langzaam verdween het gespeculeer naar de achtergrond.

Pogacar reageerde wederom kalm. Over de tijdstippen was hij niet te spreken, maar, zei hij: ‘Als dit nodig is om te bewijzen dat we schoon rijden, dan accepteer ik dat volledig.’ Op Alpe d’Huez was hij er als de kippen bij om vrolijk te zeggen dat het tijd werd dat hij daar het 31-jarige record van Pantani brak. ‘De sport is de afgelopen vijf jaar zó geëvolueerd.’

Alles is verbeterd en aangescherpt; de aerodynamica van kleding en fietsen, de banden, trainingsmethoden. Zeker als het gaat om voeding, waardoor het mogelijk is tijdens de koers tot 120 gram koolhydraten per uur binnen te krijgen. Om die verbetering in enige context te zetten: in een podcast van de Canadees Peter Attia twee jaar geleden vertelde Pogacar dat hij vroeger in zijn broek had gepoept als hij op één dag zo veel koolhydraten zou binnenkrijgen.

Wat niet is veranderd in de afgelopen zes jaar, is de manier waarop de Sloveen zijn koersen wint. Of het zou moeten zijn dat hij dat met nóg meer overmacht doet dan in het begin. Met kilometers lange solo’s, minder nonchalance en meer vastberadenheid.

Zelf zei hij na de tweede etappe naar Alpe d’Huez, waarin hij er persoonlijk voor zorgde dat zijn ploeggenoot Isaac del Toro de witte trui behield en de derde plek in het klassement, dat die huidige vorm van hem te danken was aan details. ‘En die tellen. Ik ga anders om met kleine dingen, met mijn emoties. Gewoon door de ervaring die ik nu heb. Daarom heb ik een supergoede Tour gereden.’

Berusting

Voor tegenstanders blijft er niks anders over dan diezelfde vertwijfeling als bij zijn opkomst in het peloton, afgewisseld met berusting. Klassementsrenners zeiden tijdens deze Tour meer dan eens hoe vereerd ze waren om in zijn tijdperk te mogen fietsen. Want dat is wat ze doen, ze fietsen mee. Zelfs Jonas Vingegaard, de enige die hem in 2022 en 2023 in de Tour kon verslaan, stond voor zijn valpartij in de vijftiende etappe al op een onoverbrugbare achterstand (4 minuut 30).

Eerder dit jaar zei Pogacar liever Parijs-Roubaix te winnen dan die vijfde Tour. De kasseienklassieker won hij immers nooit eerder, die Tour al vier keer. Toch is hij nu officieel lid van de Club van Vijf: ook Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault en Miguel Indurain wonnen ieder vijf keer de Tour de France.

Maar daar die vier oud-winaars vertegenwoordigen de traditionelere wielerlanden Frankrijk, België, en Spanje, terwijl Pogacar uit een land met twee miljoen inwoners komt waar ze normaal gesproken vooral goed zijn in skiën.

Dominant

Anquetil won dankzij zijn tijdritten, Pogacar is bergop het dominantst. Indurnain zweeg met zijn mond en zijn benen, toonde nooit emotie. Pogacar viel etappes aan alsof het eendagsklassiekers waren, met durf en spektakel. Hinault gunde een ander helemaal niets, en zeker niet zijn eigen ploeggenoot Greg Lemond. Pogacar vond deze Tour een nieuw soort motivatie in het creëren van een wedstrijd binnen een wedstrijd: meesterknecht Del Toro helpen aan een rit, het wit en het podium.

Het haalde zelfs het slechtste in hem naar boven: op de Col de la Sarenne intimideerde hij Nicolas Prodhomme toen die het waagde tempo te maken voor zijn kopman Seixas. Uiteindelijk komt Pogacar het meest overeen met Merckx, die zijn tegenstanders net zo graag vermorzelde op de fiets.

Geen van de vier slaagde erin een zesde Tour te winnen. Ze zakten door het ijs tijdens hun pogingen en dropen af. Maar daar hoeven we ons bij Pogacar heus geen zorgen over te maken, lacht Andrej Hauptman, ploegleider bij UAE Team Emirates. Hauptman ontdekte het talent van zijn landgenoot toen die 11 jaar was en begeleidt hem sindsdien.

‘Als je denkt dat je onverslaanbaar bent, zal je verliezen’, legt hij uit boven op Alpe d’Huez, een paar minuten nadat Pogacar en Del Toro in de 20ste etappe van deze Tour feestvierend over de finish zijn gekomen. ‘Je kunt nooit zeker van je zaak zijn. Kijk naar Evenepoel die in de laatste week steeds beter rijdt, Seixas die pas 19 jaar oud is, Vingegaard die uitviel door een valpartij. Tadej beseft dat heel goed en heeft nog genoeg motivatie. Na elke overwinning werkt hij nog harder voor de volgende.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next