Home

Zo sluipen fomo, optimalisatiedrang en prestatiezucht ongemerkt de vakantie binnen

‘Dat was het alweer’, constateert een vader naast mij op het schoolplein. Het is de laatste schooldag. ‘Lekker hoor. Wij gaan met het hele gezin op reis.’ Ik ken hem niet, maar glimlach beleefd. Hij vertelt dat ze naar Indonesië gaan. Daar zijn ze eerder geweest, toen nog met z’n tweeën. Nu gaan ze terug met de kinderen om samen herinneringen te maken. ‘Wij gaan twee weken naar Frankrijk.’ Hoewel hij er niet om vraagt, doe ik ook onze plannen uit de doeken. ‘Op vakantie’, voeg ik er nadrukkelijk aan toe.

Ik ben een trotse vakantieganger. Met reizen heb ik niets. Ik heb het weleens geprobeerd hoor, jaren geleden alweer. Vreselijk vond ik de zoektocht naar authenticiteit op een plek waar ik duidelijk niets te zoeken had. Wat niet meehielp, was dat mijn reisgenoot elke afslag richting comfort wantrouwde, uit angst om iets weg te hebben van een vakantieganger.

Annemarije Hagen is essayist en docent politics, psychology, law & economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Hoewel ‘reizen’ en ‘op vakantie gaan’ vaak losjes door elkaar worden gebruikt, staat de reiziger in hoger aanzien dan de vakantieganger. Vandaar de neiging om van een reis te spreken zodra we een ticket buiten Europa boeken. Reizen staat voor avontuur. In klassieke reisverhalen keert de reiziger na veel ontberingen bovendien wijzer terug dan hij vertrok. Ook nu nog hangt er rond reizen een zweem van transformatie: grenzen verleggen, uit je comfortzone stappen of op zijn minst een paar life changing ervaringen aan elkaar rijgen. De reiziger heeft kortom de drang om het maximale uit zichzelf en de bestemming te halen.

Een vakantie belooft precies het tegenovergestelde. Na een geslaagde vakantie ben je exact dezelfde persoon. Alleen dan met een lekker kleurtje, een paar vakantiekilo’s erbij en hopelijk wat meer uitgerust. Uitgerust huiswaarts keren klinkt weliswaar bescheiden, maar is zeker niet vanzelfsprekend. Ontspannen mag dan het kompas van de vakantieganger zijn, waar mensen van ontspannen verschilt nogal.

Een week wandelen in de bergen kan enorm ontspannend zijn, terwijl een week aan het zwembad liggen lang niet op iedereen een rustgevende uitwerking heeft. De één komt tot rust in luxe, de ander zoekt juist naar eenvoud. Hoewel er geen ultieme vakantiebestemming bestaat, is er wel zoiets als een ultieme vakantiehouding. Die laat zich het best omschrijven door haar tegenpool: de reizigersblik.

De grootste valkuil voor een geslaagde vakantie is dat we onze vakantie als een reis gaan behandelen. Onszelf als reizigers gaan zien. Een veelvoorkomend euvel op vakantie, dat zelfs al de kop kan opsteken bij een dagje weg. Die reizigersblik laat zich gemakkelijk herkennen. Die is op zoek naar de beste, meest authentieke ervaringen.

Een flink stuk omlopen voor ‘het mooiste uitzicht’ terwijl borreltijd nadert. In de zinderende hitte een prima terras voorbij sjokken omdat ergens verderop misschien een verborgen parel van een restaurantje zou zitten. Dat kerkje nog even meepakken, omdat je er nu eenmaal bent. Zo sluipen fomo, optimalisatiedrang en prestatiezucht ongemerkt de vakantie binnen. Zelfs ontspanning moet bijzonder, efficiënt en authentiek zijn.

Terwijl, ontspannen is juist loslaten dat je iets moet meemaken. Erop vertrouwen dat herinneringen helemaal niet gemaakt hoeven worden. Het gaat er niet om wat we hebben gedaan of gezien, er hoeven geen verhalen te worden geoogst. In een geslaagde vakantie is immers niemand geïnteresseerd. ‘Lekker gegeten, leuke terrasjes, gezwommen, een boek gelezen.’ Daar houdt het wel zo’n beetje op.

Een goed verhaal (een weggewaaide tent of drie nachten wakker liggen van een snurkende hutgenoot) betekent vaak een mislukte vakantie. Het goede verhaal, de trofee van de reiziger, is voor de vakantieganger een troostprijs.

Misschien is dat wel het grootste voordeel van een vakantie: dat je niemand iets hoeft te bewijzen. Niet dat je grenzen hebt verlegd, herinneringen hebt gemaakt of jezelf opnieuw hebt uitgevonden. Om in vakantiesferen te komen heeft het mij enorm geholpen om de stem van mijn schoonmoeder te internaliseren. Na iedere vakantie stelt zij steevast dezelfde vraag:

‘En, zijn jullie een beetje uitgerust?’

Inderdaad de enige vraag die ertoe doet.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next