Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Of ik een lijst kan maken met volstrekt willekeurige zaken, in een zelf te bepalen volgorde, die zo fijn zijn aan Spanje? Mooie vraag. Lastige vraag ook, maar ik zal mijn best doen.
Om te beginnen, het ontbijt: een platgeslagen en getoast stuk wit brood met geraspte tomaat, extra vierge olijfolie, zout en ham. De ham is optioneel, maar ook weer niet, want Spanje.
Het eten van en de liefde voor jamón zijn zo ingesleten in de Spaanse cultuur dat er dus een televisiereclame was, vlak voor de WK-finale, waarin de spelers van de Spaanse selectie, volledig in tenue, ham staan te eten. Denzel Dumfries en Virgil van Dijk, met voetbalschoenen aan, die een hap uit een bitterbal nemen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Logisch volgende punt: Spanje heeft Messi en zijn bende Daltons van het kastje naar de muur getikt en ging vervolgens niet mee in de gênante provocaties van een stel emotioneel onvolwassen vandalen. Het mooie zegevierde over het lelijke. Maar nog belangrijker, zoals Javier Bardem het verwoordde: ‘Het Spaanse team is een voorbeeld voor miljoenen kinderen over de hele wereld, die hebben kunnen zien hoe je een finale kunt winnen met schoon spel.’
Spanje kreeg de afgelopen decennia de ene economische klap na de andere te verduren; de werkloosheid was gigantisch en crises stapelden zich op. Maar de uitbundige, extraverte volksaard laat zich niet dempen. Een onsterfelijke hartslag. De terrassen altijd vol, de stemmen altijd luid, discussies altijd levendig, de avonden altijd eindeloos. Als er niets valt te vieren, dan verzinnen ze iets om te vieren. Vast wel nog ergens een heilige in de berging staan aan wie een feestdag kan worden opgehangen.
Tanga’s op het strand; de woorden madrugada (ochtendgloren) en atardecer (zonsondergang).
Er zijn kinderen in Spanje die Encarnación heten. Meestal is hun roepnaam Encarni. Het kan aan mij liggen, maar ik ken zelf geen jongens of meisjes in Nederland die Vleeswording heten, of Vleesje.
Maar niets zo mooi aan Spanje als de urinoirs. Ja, daar gaan we weer. Stap een gemiddeld café binnen en achter een flinterdunne, holle houten deur met in kitsch gouden belettering ‘Hombres’ vind je een enorm urinoir dat zich in de breedte uitstrekt tot voorbij de heupen, en voor de lengte en diepte kan ik geen vergelijking bedenken. Het is alsof een badkuip verticaal aan de muur is gehangen. In theorie – in theorie – zou je je penis niet eens vast hoeven te houden, maar gewoon met je handen in je zij kunnen staan en nederig knikken. Meer mausoleum dan urinoir. Een plek waar je niet alleen komt om je behoefte te doen, maar ook om even met je voorouders te zijn en je veilig en geborgen te wanen in een porseleinen omhelzing.
Daarom, Spanje.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant