Ingeborg Klarenberg | ecoloog Korstmossen zijn levensvormen die tot de verbeelding spreken. „En natuurlijk zijn ze ook gewoon mooi, door al die verschillende vormen en kleuren.”
Ingeborg Klarenberg zoekt korstmossen in het Amsterdamse Vondelpark.
Drie paar handschoenen droeg ecoloog Ingeborg Klarenberg (1988) over elkaar tijdens haar veldwerk op Antarctica: twee paar om haar handen warm te houden en daartussen een paar blauwe, steriele latex handschoentjes om korstmossen mee te verzamelen. Zelfs in de Antarctische zomer is de luchttemperatuur rond het Britse onderzoeksstation zelden hoger dan enkele graden boven nul. „Die buitenste laag moest dus regelmatig uit voor het bemonsteren. Gelukkig was er tussen de stenen een aangenaam microklimaat, met temperaturen die konden oplopen tot 25 graden Celsius.”
Klarenberg verzamelde de korstmossen om meer te weten te komen over de soorten die ermee samenleven. Want in en rond die millimeter- tot centimetergrote organismen blijkt het vaak een drukte van belang, met springstaarten, mijten, beerdiertjes en andere piepkleine bewoners die van het korstmos eten en zich erin verschuilen. „De diversiteit aan soorten is zo groot dat sommige biologen een korstmos niet langer als een individueel organisme beschouwen, maar als een ecosysteem op zich.”
Ook los van die extra bewoners spreken korstmossen tot de verbeelding. In weerwil van de naam zijn het geen mossen, geen planten zelfs, maar een combinatie van levensvormen: een schimmel, een alg en soms nog een cyanobacterie als derde partij. „De schimmel biedt structuur, de alg is nodig voor de fotosynthese en de cyanobacterie kan zorgen voor snellere groei door extra stikstof. Recent blijkt die symbiose nóg weer complexer: er kunnen ook nog andere schimmels en bacteriën bij betrokken zijn.”
Korstmossen roepen de vraag op wat een individu eigenlijk is, aldus Klarenberg tijdens een wandeling door het Amsterdamse Vondelpark. Vanuit die invalshoek besloot ze, samen met beeldend kunstenaar Suzette Bousema, tot een korstmosexpositie. Tot eind oktober is in Het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam hun foto- en videotentoonstelling Complex individuality te zien. „Zo willen we mensen in verbinding brengen met korstmossen, en ze aan het denken zetten.”
„Ze inspireren als vanzelf tot filosofische vragen. Ook wij mensen zijn niet zo eenduidig als we zelf denken – net als korstmossen bieden we onderdak aan een uitgebreid microbioom. Hoe verhouden we ons tot al die microscopisch kleine levensvormen op en in ons lichaam? Wat is eigenheid? Waar ligt de grens tussen een organisme en de buitenwereld? Daarnaast kun je korstmossen zien als metafoor voor samenwerking. Korstmossen kunnen onder uitzonderlijke omstandigheden overleven – denk aan extreme droogte, of aan extreme hitte. Dat kan alleen door hun onderlinge verbondenheid. Daar kunnen we als mensen een voorbeeld aan nemen. Maar we willen met de tentoonstelling óók de geweldige schoonheid en diversiteit van korstmossen laten zien. Als je ze van dichtbij bekijkt, gaat er een geheel nieuwe wereld voor je open.”
„We hebben hier in Amsterdam bomen bemonsterd en takjes met korstmossen verzameld. Om ze goed, scherp in beeld te krijgen moet je – vanwege het kleine formaat – een speciale fotografiemethode toepassen die stacking wordt genoemd. Dat hebben we in het lab gedaan. Voor de geluidsopnames en de videobeelden zijn we de duinen ingetrokken, om zo ook de geluiden te kunnen laten horen van de soorten die in, op en rond het korstmos leven. We organiseren ook workshops listening to lichen – je spreekt het uit als ‘laiken’ – waarbij we deelnemers zelf laten luisteren.”
„Ja, je zou ze ook ‘lichenen’ kunnen noemen, op z’n Nederlands uitgesproken. Lang niet elke soort ziet eruit als een korst. Je hebt ook struikvormige korstmossen, zoals IJslands mos, en baardmossen. Dat zijn draadvormige structuren die aan takken hangen. Maar die varianten zie je minder in Nederland, omdat ze vooral gedijen bij weinig stikstof.”
Nu en dan blijft Klarenberg staan om met haar loep de bast van een beuk of eik te bestuderen. „Kapjesvingermos!” zegt ze bij een kleine, grijze rozet. „Physcia adscendens. Heel algemeen in Nederland. Die doet het juist goed bij heel veel stikstof.”
Steden zijn sowieso vaak korstmosrijke omgevingen, benadrukt ze. „Door de grote verscheidenheid aan micromilieus – dankzij alle verschillende planten en stenen – is er voor allerlei soorten wel een plek te vinden. Het microklimaat kan in zo’n stenige omgeving wel extreem zijn, met temperaturen tot 70 graden Celsius, maar dat kunnen ze goed aan.”
„Ik keek specifiek naar de bacteriën die voorkwamen op IJslands mos en op wollige bisschopsmuts, een mossoort – wél een plant dus. In beide gevallen veranderde het microbioom met opwarming, maar bij het mos was dat veel sterker het geval dan bij het korstmos. Heel kort door de bocht zou je daaruit kunnen concluderen dat korstmossen beter bestand zijn tegen klimaatopwarming dan mossen.”
„Bij de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, ging ik vroeger al mee op korstmossenkamp in Drenthe Maar tijdens mijn promotieonderzoek op IJsland, en daarna als postdoc op Antarctica, is de liefde pas echt gegroeid. Ik vind het leuk dat er nog zoveel open vragen zijn: hoe komt het bijvoorbeeld dat we in een petrischaaltje nog geen korstmos kunnen creëren als we een schimmel, een alg en een cyanobacterie bij elkaar zetten? Wat is de missing link? In hoeverre vindt er concurrentie plaats tussen verschillende korstmossoorten die samen, mozaïeksgewijs, op één steen groeien? En natuurlijk zijn ze ook gewoon mooi, door al die verschillende vormen en kleuren. Als fotograaf kijk ik weer met een heel andere blik dan als wetenschapper.”
„Nee, dat bungelt te veel. Maar ik houd wel altijd mijn ogen open voor bijzondere korstmossen. Volgende week hoop ik in de Zwitserse Alpen de Weissmies te beklimmen, een berg van 4.023 meter hoog die in het lokale dialect ‘wit mos’ schijnt te betekenen. Dat maakt me extra nieuwsgierig.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin