De begintune van Zomergasten brengt je meteen in de stemming voor een warm en spannend gesprek. Hoe kreeg de Noorse pianist Bugge Wesseltoft dat voor elkaar?
is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.
Bijna alles is loom aan de begintune van Zomergasten. Twee zoemende synthesizerakkoorden wiegen de kijker zachtjes heen en weer, als in een hangmat. De bas geeft er steeds achteloos een zwaai aan en de akoestische piano geeft in het speels dalende melodietje af en toe een knipoog.
Toch broeit er iets. Steeds verstoort een spookachtig elektronisch geluid als een bliksemschicht de idylle.
‘Dat is een sample van het woord eksistens’, zegt de Noorse jazzpianist en componist Bugge Wesseltoft. ‘Ik schreef de muziek oorspronkelijk voor een korte film, een liefdesverhaal met veel onderhuidse spanning. Op een sleutelmoment zegt de hoofdpersoon met nadruk ‘eksistens’ – het bestaan in het Noors. Dat heb ik onherkenbaar vervormd.’
Het nummer, uitgebracht onder de titel Existence, kwam uit in 1998 en kort daarna koos de redactie het als nieuwe muziek voor de leader van het programma – de aanloop in de eerste minuten die je in de stemming moet brengen voor een drie uur durend interview. Bij de VPRO kunnen ze niet meer een-twee-drie achterhalen wie op dat idee kwam. Maar het was ‘een slimme keuze’, zegt eindredacteur Keshia Hederman, omdat het ‘niet alleen maar feelgoodmuziek is’.
De 62-jarige Wesseltoft wist niet dat Existence in 28 jaar is uitgegroeid tot een iconische tune in de Nederlandse tv-geschiedenis. Maar hij is blij verrast over het aantal manieren waarop het nummer is opgepikt, vertelt hij kort in een hotellounge op de Kop van Zuid in Rotterdam, een paar uur voor hij op het North Sea Jazz Festival optreedt. ‘Het is misschien wel mijn beroemdste track.’
Het vijfenhalve minuut durende nummer bereikte na verschijnen namelijk niet alleen het VPRO-gebouw in Hilversum, maar ook strandbar Café del Mar op Ibiza. Als je daar als muzikant in het fin de siècle van de 20ste eeuw doorbrak, lag de wereld aan je voeten.
De dj van Café del Mar, de in 2020 overleden José Padilla, had een naam opgebouwd met jaarlijkse cd-compilaties van relaxt groovende nummers en introduceerde Existence op aflevering zes in 1999 aan een miljoenenpubliek in beachclubs van Sydney tot Los Angeles. In de remix zetten toegevoegde conga’s het tropische gevoel wat meer aan. ‘Zo is het’, zegt Wesseltoft grinnikend, ‘de soundtrack is bij talrijke zonsondergangen geweest.’
Het is verleidelijk om in Existence de essentie te willen zien van het oeuvre van Wesseltoft, dat veel luchtig groovende episodes kent. Toch doet het zijn veelzijdige werk geen recht: de Noor bracht meer dan dertig albums uit, solo en in allerlei muzikale samenwerkingen, en dat is niet allemaal jazz om bij te chillen. Op North Sea Jazz speelt hij na het gesprek met het Scandinavische trio Rymden op zondagavond een zaal plat met stevig rockende jazz, waarbij ze harde dissonanten niet schuwen.
Maar Existence markeert wel een kantelpunt in zijn loopbaan. Halverwege de jaren negentig maakte Wesseltoft in de Noorse hoofdstad Oslo deel uit van een kleine kring aan jazzmuzikanten die zich aangetrokken voelden tot de technobeat. Ze bewonderden de energie die dj’s tijdens clubnachten bij het publiek wisten los te maken.
Zelf experimenteerde Wesseltoft al met het combineren van elektronische en akoestische muziek sinds hij in de jaren tachtig een Atari-computer had gekocht. Als jonge muzikant mocht hij al zijn kunsten vertonen in de marge van de platen van de saxofonist Jan Garbarek, destijds de wereldster van de Noorse jazz. Maar het was de drive van de dansvloer die hem uiteindelijk in het goede spoor trok.
Zijn eerste plaat met de crossover bracht hij precies dertig jaar geleden uit onder de titel New Conception of Jazz (1996). ‘Ik grasduinde in die tijd in muziekwinkels en vroeg me af: wat maakt dat een plaat me opvalt?’, zegt hij. ‘Ik wilde graag opgepikt worden, zodat ik buiten Noorwegen kon optreden. De belofte van iets nieuws moet er wel een beetje vanaf spatten, concludeerde ik toen. Dan mochten ze het uiteindelijk lelijk vinden, als we maar een kans kregen gehoord te worden.’
Het was een wilde bedoening, zoals je dat wel vaker hoort bij musici die een nieuwe wereld betreden. In het titelnummer mixte hij bijvoorbeeld gesamplede bigband-uitspattingen met een ‘four to the floor’-beat uit de house en een klarinetsolo die zo uit de freejazz kwam aanslingeren.
De missie slaagde. Uit Frankrijk en Duitsland rolden bestellingen binnen en met het tweede album Sharing (1998) – waarop Existence het derde nummer is – nestelde Wesseltoft zich in de voorhoede van wat toen hip de ‘nu jazz’ heette. Succesalbums uit het genre als Tourist van het Franse St. Germain en The Remixes 1997-2000 van het Duitse Jazzanova luidden het nieuwe millennium in. Wesseltoft was daarbij ook een pionier van het met synthesizers live vervormen van het geluid van een piano. Voor millennials onder jazzpianisten was dat daarna de normaalste zaak van de wereld.
Met de muzikale magie die hij toen ontdekte heeft Zomergasten zijn voordeel gedaan. ‘Als je elektronische en akoestische muziek samenbrengt, zit daar altijd spanning tussen. Beats uit een drumcomputer waar echte muzikanten overheen spelen, dat past nooit helemaal op elkaar. Van die frictie hou ik nog steeds.’
Source: Volkskrant