Home

Het zionisme is een ‘ideologie van onderdrukking’ geworden, vindt genocidewetenschapper Omer Bartov

Genocidewetenschapper Omer Bartov schuwt de kritiek op zijn geboorteland Israël niet. Hij vreest dat het geweld tegen Palestijnen nog lang niet ten einde is. ‘Het zionisme is tot staatsideologie verheven, en dat heeft geleid tot Joods suprematiedenken.’

is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.

Israel – What Went Wrong? luidt de titel van het nieuwste boek van de Israëlisch-Amerikaanse genocidewetenschapper Omer Bartov (72). Het is een snoeiharde titel – niet óf er iets misging, maar wát – die zelfs doorgetrokken is in de typografie op het omslag.

Door het woord ‘Israel’ – zwarte letters op een witte achtergrond – loopt een flinke breuk, symbolisch voor de desastreuze verwording van Israël tot een genocidale pariastaat, aldus Bartov, waar grondrechten, democratie en moraliteit in recordtempo worden afgebroken.

‘Als de volgende Israëlische verkiezingen in oktober weer worden gewonnen door Benjamin Netanyahu en zijn gewelddadige, criminele regering, dan zal er een leegloop ontstaan van jonge, hoogopgeleide Israëlische professionals’, zegt Bartov begin juni via een videobelverbinding vanuit Lissabon, waar hij bijkomt van een intensieve boektour die hem door verschillende Europese landen leidde. ‘Op de lange termijn is Israël niet houdbaar als politieke entiteit en zou het kunnen imploderen.’

En wat als de komende verkiezingen door de oppositie worden gewonnen?

‘Ik hoop dat ze winnen. Ze zullen hopelijk iets minder bloeddorstig zijn, minder corrupt en gewelddadig. Maar duidelijke alternatieven biedt de oppositie ook niet. Ze hebben geen plannen voor wat te doen met onze Palestijnse buren, wat toch wel de belangrijkste politieke kwestie van Israël is.’

Dat is geen opbeurend vooruitzicht.

‘Ik denk zelfs dat we nog niet het einde van het geweld tegen Palestijnen door de huidige regering hebben gezien. Wat ze nu proberen te doen, is een intifada, een opstand, uitlokken op de Westoever, zodat ze er net zo kunnen tekeergaan als in Gaza.’

Bartov zit achter zijn laptop in een appartement waar de zon voluit naar binnen schijnt. Het is een vriendelijke, grijze man, brilletje op, die met kalme maar ook dwingende stem ongenadig hard over zijn geboorteland oordeelt.

Vooral het zionisme – de politieke beweging die eind 19de eeuw opkwam in Europa en vervolgde Joden het vooruitzicht bood op een veilige thuishaven, een eigen land waar ze vrij zouden zijn van discriminatie en geweld – kan op zijn kritiek rekenen. Volgens Bartov heeft het nut gehad als reddingsboei voor Joden die voor, tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog hun leven niet zeker waren. Maar inmiddels, meent Bartov, is het zionisme in handen gekomen van de Israëlische staat, en uitgemond in een ‘ideologie van onderdrukking’ die vooral Joodse suprematie dient.

Het zijn pittige woorden van een man die werd geboren in een gezin van Poolse Joden met een heilig geloof in de humanistische aspecten van het zionisme; de nadruk die het legt op de soevereine rechten en vrijheden van iedereen, ongeacht religie of afkomst.

Bartovs moeder, Yehudit Shimmer, was de dochter van gevluchte Poolse Joden van wie de in Polen achtergebleven familie geheel werd uitgemoord door de nazi’s.

Zijn vader, de journalist Hanoch Bartov, werd in de jaren twintig geboren in het Britse mandaatgebied Palestina – wat nu Israël en de Palestijnse gebieden is – en diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Britse leger. Als soldaat trof hij de verschrikkelijkste taferelen aan in de Europese concentratiekampen, een ervaring die hem des te sterker deed geloven in universele mensenrechten.

‘Ik ben blij dat mijn vader is overleden en niet meer hoeft te zien hoe het zionisme is veranderd in een ideologie van genocide. Het zou zijn hart breken.’

Bartov heeft veel vrienden in Israël wonen, en ook een zoon en een kleinzoon. Hij bezoekt het land regelmatig. Maar sinds begin jaren negentig brengt hij de meeste tijd door in de Verenigde Staten, waar hij zijn academische carrière opbouwde.

Sinds 2000 is hij als hoogleraar Holocaust- en genocidestudies verbonden aan de Amerikaanse Brown-universiteit. Bekend is vooral zijn onderzoek naar de betrokkenheid van de Wehrmacht, de reguliere nationale krijgsmacht van nazi-Duitsland, bij oorlogsmisdaden en genocide.

De afgelopen drie jaar paste hij zijn kennis over genocide vooral toe op het Israëlische legeroptreden in Gaza. Vorig jaar juli liet hij nadrukkelijk van zich horen toen hij voor The New York Times een geruchtmakend essay schreef met de titel ‘I’m a Genocide Scholar. I Know It When I See It’.

Daarin betoogde Bartov dat het Israëlische leger, waarin hij nog als jongeman had gediend, na de terreuraanval van Hamas op 7 oktober 2023 een genocidale oorlog is begonnen in Gaza. Bewijs voor deze ‘pijnlijke conclusie’ vond Bartov in de moordzuchtige uitspraken van Israëlische leiders over Palestijnen – zij werden onder andere ‘menselijke beesten’ genoemd – gecombineerd met de nietsontziende bommencampagne op Gaza.

Bartov was zeker geen roepende in de woestijn. Andere genocidewetenschappers en mensenrechtenorganisaties, van het Israëlische B’Tselem tot een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties, hadden al voor publicatie van het essay, of vlak daarna, publiekelijk verkondigd dat Israël zich schuldig maakte aan genocide.

Maar Bartovs essay, geschreven in klare taal en gepubliceerd door de gerenommeerde opinieredactie van The New York Times, maakte van de genocidebeschuldiging een onontkoombaar gegeven voor een breed, internationaal publiek. Het essay ontketende een felle polemiek.

Begin deze week klom Bartov opnieuw in de pen voor The New York Times met een essay waarin hij waarschuwt dat het begrip genocide obsoleet dreigt te worden als juridische en politieke consequenties voor het Israëlische genocidale geweld uitblijven.

‘Dat Israël genocide pleegt, was voor mij al duidelijk in de lente en zomer van 2024’, zegt Bartov. ‘Er waren de uitspraken van politici en legerleiders na 7 oktober 2023 waaruit een genocidale intentie sprak. Sommige mensen zeiden: dat zijn uitspraken die in het heetst van de strijd zijn gedaan. Maar op die uitspraken volgde wel een systematische en doelbewuste vernietiging van Gaza.

‘Gaza werd onbewoonbaar gemaakt, Gazanen werden gedood en verwond, fysiek en mentaal, het werd ze onmogelijk gemaakt om hun identiteit uit te dragen, en ook de geboorte van Gazaanse kinderen werd onmogelijk gemaakt. Daarmee voldoet het Israëlische legeroptreden grotendeels aan de voorwaarden die een genocide definiëren uit het Genocideverdrag van 1948.’

Veel genocidewetenschappers delen uw conclusie. In uw boek voert u vooral een polemiek met Holocaustdeskundigen die vinden dat het te ver gaat om Israël van genocide te beschuldigen. Waaruit bestaat het verschil van mening?

‘Inmiddels zijn er de nodige Holocaustdeskundigen, onder wie enkele Israëliërs, die het Israëlische optreden in Gaza ook als een genocide bestempelen, en dat is erg moedig van ze. Terughoudendheid is er vooral van instituten die in het leven zijn geroepen om de herinnering aan de Holocaust levend te houden, zoals het Yad Vashem in Jeruzalem en het Holocaust Memorial Museum in Washington.

‘Een voorbeeld van een deskundige die het te ver vindt gaan om Israël van genocide te beschuldigen, is Norman Goda. Hij schreef vorig jaar het artikel ‘The Genocide Libel: How the World Has Charged Israel with Genocide’. Daarin wordt een van de bekendste antisemitische complottheorieën aangehaald, het bloedsprookje, dat Joden ervan beschuldigt christelijke kinderen te vermoorden. Iedereen die Israël van genocide beschuldigt, zou die antisemitische complottheorie verspreiden.’

In uw boek waarschuwt u dat deze opvatting de universele betekenis van de Holocaust bedreigt.

‘De Holocaust is ons altijd – terecht – voorgehouden als een universele les: hoe xenofobie, racisme en homofobie kunnen leiden tot een genocide. Maar als diezelfde lessen niet kunnen worden toegepast op wat er in Gaza gebeurt, dan dreigt de herdenking en bestudering van de Holocaust te verdwijnen in een etnisch getto, alleen nog van belang voor Joden.’

In Israel – What Went Wrong? richt Bartov zich niet alleen op de misstanden in het hedendaagse Israël, maar keert hij ook terug naar 1948, het jaar waarin Israël als natiestaat ontstond. In de collectieve verbeelding wordt dat voorgesteld als een moment van triomf, de voltooiing van een ideaal van een eeuwenlang vervolgd volk.

Maar al bij de oprichting in 1948, zo betoogt Bartov, nam het land verschillende afslagen – er werden nooit duidelijke landsgrenzen vastgelegd, noch is er ooit een geschreven grondwet opgesteld – die de weg effenden voor de creatie van een etno-nationalistische staat waarin Palestijnen steeds verder zouden worden gemarginaliseerd.

‘Sinds zijn oprichting houdt de Israëlische staat er een soort geografische flexibiliteit op na. Volgens het verdelingsplan van de Verenigde Naties moest Israël grenzen vastleggen, maar ook dat is nooit gedaan. Iedere leider sinds David Ben-Gurion, de eerste premier van Israël, heeft gezegd: waarom zouden we nu grenzen vastleggen, wie weet wat we in de toekomst nog kunnen veroveren? In 2018 werd die gedachte geformaliseerd middels een wet die stelt dat Israëliërs zich ook op de Westoever kunnen vestigen, gebied dat oorspronkelijk is toegewezen aan Palestijnen.’

In Israel – What Went Wrong? is veel ruimte gewijd aan het grondwettelijke falen in het land. Dit vormt boeiend, maar soms ook taai materiaal. In het kort komt het erop neer dat Israël na de oprichting in 1948 bewust heeft afgezien van de creatie van een eenduidige grondwet, met universeel geldende burgerrechten, omdat dit ook gelijke rechten zou inhouden voor Palestijnen in (veroverd) Israëlisch gebied.

In plaats daarvan telt Israël vijftien zogeheten basiswetten, een quasigrondwet die vooral in de rechten en vrijheden van Israëlische burgers voorziet.

‘Israël had een ander land kunnen worden als het al in het begin een universeel geldende grondwet had gehad. Dat had het leidende principe kunnen worden, iets waarop we onze loyaliteit hadden kunnen richten. Maar in plaats daarvan werd het zionisme tot staatsideologie verheven, en dat leidde uiteindelijk tot het Joodse suprematiedenken.’

Israël heeft een hooggerechtshof, een gezaghebbend juridisch orgaan dat het handelen van de regering toetst. Je zou denken dat in elk geval zo’n hooggerechtshof de rechten en vrijheden van iedereen op Israëlisch en bezet Palestijns gebied waarborgt.

‘Kijk, als het op de behandeling van Palestijnen in Israël aankomt, dan is het met name interessant om te kijken naar het handelen van liberale Israëliërs. Dat zijn de mensen van wie je zou kunnen verwachten dat zij vooruitstrevende gedachten hebben over de juridische status van Palestijnen in Israël en de bezette gebieden. Maar dat valt bitter tegen.

‘Een goed voorbeeld hiervan is Aharon Barak, voormalig voorzitter van het Israëlisch hooggerechtshof. Hij geldt als een liberaal boegbeeld, iemand die verschillende pogingen heeft ondernomen om meer democratische, liberale basiswetten door te voeren. Maar tegelijkertijd is hij ook in belangrijke mate verantwoordelijk voor de legitimering van de bezette Palestijnse gebieden door Israël. Enerzijds door te verklaren dat het hooggerechtshof niet kan oordelen over de bezetting an sich, anderzijds door het creëren van een juridisch systeem dat burgerschap verleent aan Israëlische burgers in datzelfde bezet gebied.’

Tussen januari en oktober 2023 gingen duizenden Israëliërs de straat op om te protesteren tegen het voornemen van Netanyahu’s regering om de macht van het hooggerechtshof ingrijpend te beperken. Daaruit spreekt toch een verlangen naar juridische rechtvaardigheid?

‘Al die honderdduizenden Israëliërs die de straat opgingen om te demonstreren tegen de hervorming van het hof deden dat vooral om hun eigen rechten te beschermen. En toen sommigen, onder wie ik, aangaven dat de olifant in de kamer de Israëlische bezetting van Palestijns gebied is, kregen we te horen dat het niet het moment was om het daarover te hebben; het belangrijkste is de bescherming van ónze rechten.

‘Het wrange is dat het huidige hof veel rechtser en religieuzer is geworden sinds de tijd van Aharon Barak. Sommige rechters in dit orgaan zijn zelfs kolonist op de Westoever. Dit hooggerechtshof heeft zich nog geen enkele keer uitgelaten over de misdaden die Israël heeft gepleegd in Gaza, het heeft niks gezegd over de miljoen ontheemde mensen in Libanon, het heeft niks gezegd over de mishandeling van Palestijnen in Israëlische gevangenissen. Ik zie eigenlijk geen enkele reden om dit hof te verdedigen.’

U bent waarschijnlijk wel bekend met de frase ‘Israël is de enige democratie in het Midden-Oosten’. Hoe ziet u dat?

‘Als je het bekijkt vanuit het perspectief van Israëliërs dan is Israël absoluut een democratie. En ergens klopt dat wel: Israël is altijd het land geweest van levendige politieke debatten, van politieke strijd tussen verschillende sociaal-economische agenda’s.

‘Maar het is een democratie zoals Frankrijk zichzelf ook als een democratie beschouwde in de jaren vijftig en zestig, toen het een bloederige oorlog in Algerije voerde om het koloniale regime daar te handhaven. Weet je, de meeste Israëlische burgers denken nauwelijks aan Palestijnen, en als ze dat wel doen, dan vooral als mensen die geen gelijke rechten verdienen.’

De ontgoocheling van Bartov over zijn geboorteland reikt diep. Hij heeft de hoop opgeven dat verandering ooit nog van binnenuit zal komen en gelooft dat alleen hevige externe druk het land in een andere richting kan duwen.

‘Het enige dat een verschil zou kunnen uitmaken zijn sancties: politieke en economische. Het moet Israël duidelijk worden gemaakt dat het land zal worden geëxcommuniceerd uit de internationale gemeenschap als het op deze weg doorgaat. Als Israëliërs hier maar lang genoeg onder lijden, dan zullen ze hopelijk beseffen dat ze niet verder kunnen op dit pad van escalerend geweld tegen Palestijnen.’

Ziet u al pogingen om Israël te isoleren?

‘Van de Europeanen zal het niet komen, die zijn veel te timide richting Israël. Maar in de Verenigde Staten zie je wel een verschuiving, in zowel Democratische als Republikeinse kringen. Daar is de kritiek op Israël na de gruwelijkheden in Gaza aan het groeien. Het is heel goed mogelijk dat een volgende Amerikaanse regering een ingrijpende herziening ten aanzien van Israël zal doorvoeren.’

Bent u al terug geweest in Israël?

Ik weet niet of het voor mij, als uitgesproken criticus van Israël, veilig is om het land op dit moment te bezoeken. Ik ben er anderhalf jaar geleden voor het laatst geweest en ondertussen is er veel veranderd. Er is op dit moment geen sprake van een rechtsstaat, en ik heb geen enkele intentie om in de handen te vallen van de Israëlische politie die wordt geleid door de extreemrechtse minister Itamar Ben-Gvir. Ik wacht de verkiezingen van oktober af. Wint Netanyahu toch, dan blijf ik er weg.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next