Home

Het was een gok, Atte Jongstra de biografie van Leo Vroman te laten schrijven – maar die pakt verrassend goed uit

De biograaf Jongstra ging te werk als een schrijver, intuïtief en nieuwsgierig rondgrazend. Misschien was het een voordeel dat hij zonder kennis van Leo Vroman aan de biografie begon; al werkende werd hij een bewonderaar van de innemende dichter en bioloog.

schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.

Zouden veel lezers weten wat het ‘Vroman-effect’ is? Ik wist het niet, en na het lezen van Inkt, bloed & liefde, Atte Jongstra’s biografie over Leo Vroman, weet ik het wel, al begrijp ik er weinig van.

Het gaat over bloedstolling, over de competitie tussen eiwitten als bloed een kunstmatig oppervlak raakt, zoals plastic. Goed om te weten voor wie een kunsthartklep plaatst. Zelf noemde Vroman het in een in memoriam dat hij over zichzelf schreef zijn ‘enige ontdekking’. Als hem gevraagd werd wat hij het meest was, tekenaar, dichter of bioloog, koos hij voor het laatste. Een leven lang turen naar bloedcellen door een microscoop had tenminste iets opgeleverd: ‘Zijn Effect is blijvend.’ Bij poëzie is dat maar de vraag.

In Nederland is Vroman (1915-2014), die bijna zeventig jaar in de Verenigde Staten woonde en werkte, vooral als dichter bekend, zeg maar gerust: beroemd en onomstreden. Hij werd veel gelezen – voor een dichter. Zijn optredens tijdens bezoeken aan Nederland waren een succes. Zijn poëzie is toegankelijk, associatief, speels, grappig en vaak ontroerend. Sympathieke gedichten waarin niets – mens, rat, vogellijkje, bloedlichaampje of getallenreeks – te onbeduidend wordt gevonden.

De allermooiste en beste

Hij was een onconventionele man, maar wel hondstrouw aan de vrouw die hij als 23-jarige zijn grote liefde verklaarde, Tineke Sanders. Zij was zijn Ene, de allermooiste en beste. Vromans liefde ging zo ver, beschrijft Jongstra, dat hij, als zij weg was, met zijn hoofd in haar klerenkast dook om haar geur op te snuiven. Boven elk hangertje met een kledingstuk zag hij haar gezicht.

Zo’n man, deze dichter. Een lieverd. Iemand die overal het goede en het mooie in wil zien – dat was het Vroman-effect in de poëzie.

Vroman had de gewoonte, ook al zo innemend, om zijn brieven te ondertekenen met een schets van zijn gezicht, eigenlijk één grote neus. Met die neus werd hij, toen hij als Joods jongetje opgroeide in Gouda, gepest. Jaren later werd hem in Amerika gezegd dat iemand met zo’n neus nooit een behoorlijke baan zou vinden. Zelfs over antisemitisme kon Vroman luchtig doen.

Jongstra en Vroman?!

Toen bekend werd dat Atte Jongstra Vromans biografie zou gaan schrijven, wekte dat verbazing. Jongstra stond niet bekend als Vroman-kenner, zelfs niet als poëzieliefhebber. Hij had romans en non-fictie geschreven (onder meer over de door hem bewonderde Multatuli), maar geen biografie, alleen over de fictieve Henry II Fix.

Hij werd ervoor gevraagd, vertelde hij in een interview in de Volkskrant, door de voorzitter van de Vroman Foundation, en wilde het wel proberen. Hij kreeg de beschikking over een grote hoeveelheid documenten, waaronder de onlangs vrijgegeven liefdesbrieven van Leo en Tineke; ook had hij contact met de dochters Geri en Peggy.

Uit het resultaat blijkt dat je niet een half leven bezig hoeft te zijn met een literaire held om een goede biografie te schrijven. De biograaf Jongstra ging te werk als een schrijver, intuïtief en nieuwsgierig rondgrazend. Misschien was het een voordeel dat hij er zonder voorkennis aan begon; al werkende aan het boek werd hij een bewonderaar.

Rattenguillotine

In 291 korte, leesbare hoofdstukjes verkent hij alle hoeken van zijn onderwerp. Als een ouderwetse auctoriale verteller, die zichzelf soms ‘we’ noemt, neemt hij de lezers mee, naar Vromans jeugd, zijn jeugdliefdes, de Utrechtse studententijd, zijn vlucht voor de nazi’s in 1940 (waarbij Tineke van haar moeder niet mee mocht en ze elkaar zeven jaar niet zouden zien), zijn verblijf in gevangenkampen in Nederlands-Indië en Japan, zijn nieuwe leven in de Verenigde Staten, zijn serene laatste jaren in Texas. Maar er zijn ook uitstapjes naar Joan Baez, Reagan, Mies Bouman, grizzlyberen en de rattenguillotine. Zelfs Multatuli weet Jongstra erin te moffelen.

Toen realiseerde ik me dat de fragmentarische aanpak deze biografie, net als eerdere boeken van Jongstra, op Multatuli’s pak van Sjaalman doet lijken: faits divers over Vroman, ogenschijnlijk zonder veel samenhang. Ik heb me er geen moment mee verveeld. Als je de 800 pagina’s hebt gelezen (en wie zin heeft de 3.000 noten), staat er een overtuigend beeld van Vroman.

Biograaf en zijn onderwerp passen wonderwel bij elkaar. Ook Jongstra is een springerige, associatieve en grillige schrijver, dol op feiten. En hij leeft zich sterk in. Hij nuanceert het beeld van Vroman als hypergevoelige ziel. Vroman leefde voor de liefde en had ongetwijfeld een scherpe radar voor gevoelens van anderen, en hij had een afkeer van geweld, maar een sentimentele zwijmelaar was hij niet.

Altijd beminnelijk

Hij was, laat Jongstra zien, vooral hyperintelligent, snel in het zien van verbanden én handig in het opbergen van emoties. Hij beet zich hartstochtelijk vast in zijn bloedonderzoek. Hij stortte in zijn literaire werk zijn liefde gul uit over mensen, dieren en dingen, in het echt over zijn vrouw en zijn dochters, en in het verzorgingshuis over zijn broze medebewoners. Altijd beminnelijk, altijd een kwinkslag. Maar wat hem ten diepste had verwond, roerde hij niet aan.

Niet dat Jongstra uitgebreide analyses van Vromans karakter maakt: hij citeert veel (soms te veel) en laat het concluderen aan de lezer. Tijdens zijn gevangenschap in Japanse kampen (nooit ‘Jappen’ zeggen, vond hij, er waren ook menselijke bewakers) hield hij zich bezig met een slangencollectie. Door zich af te sluiten hield hij de angst eronder, maar ook door grappen te maken.

Al in 1939 schreef Vroman aan Tineke: ‘Het is een beetje een tweede natuur van me geworden om overal het gekke achter te voelen, ook achter de meest akelige dingen. (…) Geestig zijn en gek doen tot er van de werkelijkheid nog maar een heel zwak gepiep aan de horizon over is, het zijn de makkelijkste methodes om je achter te verstoppen (…).’ Dat is dan weer ontstellend eerlijk.

Atte Jongstra: Inkt, bloed & liefde – Leo Vroman (1915-2014). De Arbeiderspers; 1.000 pagina’s; € 49,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next