Snackgroenten lijken ideaal om je groente-inname op te krikken tot de voorgeschreven 250 gram. Maar tellen de snoeptomaten en mini-paprika’s daarvoor wel volwaardig mee?
schrijft voor de Volkskrant vooral over praktische vragen op het terrein van wetenschap en gezondheid
Zijn snoeptomaatjes en paprikareepjes eigenlijk wel gezond, zoet als ze zijn? Jazeker: qua voedingswaarde bestaan tussen snackgroenten en hun grote varianten hooguit kleine verschillen, vertelt voedingswetenschapper Guido Camps van de Wageningen Universiteit. ‘De term snack heeft een negatieve connotatie, maar het is gewoon een marketingterm voor kleine paprika’s of tomaatjes. Dat zijn gewoon groenten.’ Groenten zijn gezond, ook als ze niet bitter maar zoet zijn, en snackgroenten daarmee ook. ‘Ze bevatten weinig vet en suiker, ook niet zoveel eiwitten, maar vooral vezels, water en micronutriënten.’
Daarmee lijken snackgroenten een relatief makkelijke route naar genoeg groenvoer, zonder verdere eetgewoonten om te gooien. Maar ondanks de gelijke voedingswaarde staat rauwe paprika tussendoor niet gelijk aan precies dezelfde paprika in de avondmaaltijd, vertelt Simone van Breda, onderzoeker naar voeding en gezondheid aan de Universiteit Maastricht. Als onderdeel van een maaltijd levert groente namelijk meer op. ‘Je zit eerder vol, waardoor je minder van andere, ongezondere delen van je maaltijd eet, zoals vlees of gebakken aardappels.’ Bovendien verteer je het diner dankzij vezels gelijkmatiger. ‘Die vertraagde vertering heeft een gunstig effect op het bloedsuikerniveau en op wanneer je weer honger krijgt.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Omgekeerd ligt ook de gezondheidswaarde van groenten hoger tijdens een warme maaltijd, vertelt Van Breda. Koken helpt om de taaie celwanden van groenten te breken, waarna je lichaam voedingsstoffen makkelijker opneemt (al gaat door verhitting ook een deel verloren). En vet heeft wellicht geen al te gezond imago, maar de aanwezigheid van vetten in een maaltijd verbetert de opname van nuttige stoffen als bètacaroteen, zegt Van Breda. ‘Je hebt andere stoffen in de maaltijd nodig om belangrijke voedingsstoffen uit groente zo efficiënt mogelijk op te nemen.’
Via snackgroente kun je de totale inname van nuttige stoffen wel relatief eenvoudig verhogen. Behalve vezels, vitaminen en mineralen gaat dat ook om zogeheten bioactieve stoffen, zoals carotenoïden en glucosinolaten. ‘Zulke stoffen hebben geen voedingswaarde en leveren dus geen energie’, zegt Van Breda. ‘Maar ze zijn wel betrokken bij veel metabole processen en beschermen op lange termijn tegen ziekten.’
Toch leidt het eten van veel snoeptomaatjes of paprikareepjes niet automatisch tot een afdoende dosis bioactieve stoffen. Niet enkel kwantiteit, ook variatie is namelijk belangrijk, legt Van Breda uit. ‘De bioactieve stoffen geven vaak ook de kleur aan groenten. Voor een diversiteit aan bioactieve stoffen helpt het om verschillende kleuren groente en fruit te eten.’ Snackgroenten dragen vermoedelijk weinig bij aan zulke afwisseling. Ze vallen hoofdzakelijk in dezelfde geelrode categorie en staan bovendien allemaal in de top 10 van meest gegeten groenten. Tenzij je gewoonlijk vooral op aubergine, spinazie en spruitjes leunt, bieden de extra carotenoïden uit snoeptomaat en -paprika daarmee relatief beperkte meerwaarde.
Voor de gezondheid telt dus meer dan enkel het halen van 250 gram. Daardoor vormen snackgroenten geen alles-in-één-superoplossing, constateert Van Breda. ‘Als je verder niks aan je voedingspatroon verandert, is het effect gewoon veel minder dan als je groenten onderdeel maakt van een gezond eetpatroon. Je kunt niet zeggen: overdag heb ik al genoeg groente op, dus tijdens de avondmaaltijd hoef ik ze niet meer.’
Ondanks die nuances moeten we het grotere plaatje niet uit het oog verliezen, vindt Camps. ‘Het grote probleem is dat mensen niet aan de 250 gram groente komen. Ik ben allang blij als ze meer groenten eten. Daarna kunnen we ons zorgen maken over zaken als variatie en bereidingswijze.’ De gemiddelde groenteconsumptie in Nederland is volgens de recentste cijfers 153 gram per dag, ruimschoots minder dan de aanbevolen 250 gram. Snackgroenten vereenvoudigen het halen van die dosis flink: tien snoeptomaatjes leveren bijvoorbeeld al 100 gram extra op. Voor verreweg de meeste Nederlanders zou een dagelijkse dosis snackgroenten een flinke stap vooruit zijn in termen van vezels en andere nuttige voedingsstoffen, al kan het dus nóg gezonder.
Snackgroenten vormen werkelijk een manier om de groente-inname stevig te verhogen, toonde een studie uit 2026 waaraan Camps meewerkte. Kinderen van 3 tot 7 jaar kregen daarbij thuis in de middag een schaal snackgroenten voorgeschoteld. Het onderzoek richtte zich op verschillende presentatievormen, waarbij een divers aanbod bijvoorbeeld bijdroeg aan meer animo om ze te eten, maar ook over de gehele linie veroorzaakten de komkommertjes, paprikaatjes en worteltjes een flinke stijging in groenteconsumptie. Gemiddeld aten de 44 onderzochte kinderen 164 gram snackgroenten per dag, dat is al meer dan de aanbevolen groente-inname voor jonge kinderen. Groentesnacks hebben dus grote potentie om tekorten te dichten, in elk geval kwantitatief. Wel tekent Camps aan dat het effect in een doorsneegezin mogelijk kleiner uitpakt dan onder de enthousiaste proefpersoontjes uit de studie.
Voor de dagelijkse praktijk bieden snackgroenten dus wel degelijk uitkomst. Ook Van Breda geeft haar kinderen geregeld snoeptomaatjes mee naar school. Bij kinderen tot 5 jaar is het wel verstandig die in stukjes te snijden, om verstikkingsgevaar te voorkomen. De snackgroenten vormen geen vervanging van een gezonde avondmaaltijd, maar zijn wel een nuttige toevoeging, vooral als ze ongezondere snacks verdringen. Elk beetje extra is mooi meegenomen, benadrukt Van Breda. ‘Groenten eten is altijd beter dan geen groenten eten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant