Home

Hijs Hokij en ZZ Leiden vierden er prijzen, maar hoe houdbaar zijn de BeNeLeagues? - Omroep West

REGIO - Hijs Hokij besloot vorige maand om de CEHL (Central Europe (ice)Hockey League) de rug toe te keren, Basketbalclub ZZ Leiden zag drie Nederlandse teams vertrokken uit de BNXT-league. Zit er nog wel toekomst in de Belgisch-Nederlandse sportcompetities?

'Absoluut', zegt sportmarketeer Bob van Oosterhout. De Brabander was jarenlang eigenaar van basketbalclub Heroes Den Bosch en is een van de aanjagers van de BNXT League.

'Ik geloof dat we, als we de handen ineenslaan en onze krachten bundelen, een grotere markt kunnen bedienen en er een sterkere competitie ontstaat. Het spel wordt dan sneller, het niveau hoger en het salaris voor de spelers beter.'

Hijs Hokij-voorzitter Harry Vlaardingerbroek zag de afgelopen jaren dat de argumenten van Van Oosterhout hout snijden. Volgens de ijshockeybestuurder zal de stap van de CEHL naar de eredivisie zijn club financieel en sportief niet vooruithelpen.

'We spelen volgend seizoen minder wedstrijden tegen iets minder goede teams', zegt hij daarover. 'Dat betekent ook dat er minder thuiswedstrijden zijn, waardoor er minder inkomsten zijn.'

Toch besloot Hijs Hokij begin juni om de CEHL de rug toe te keren. Een beslissing die was gebaseerd op de toekomst. 'We begonnen tien jaar geleden met zestien teams', verklaart Vlaardingerbroek. 'Toen was het nog een echte Belgisch-Nederlandse competitie.'

'Dat er vervolgens een paar clubs afvallen, is niet erg. Dat hebben we zelfs opgelost door Duitse teams toe te laten. Clubs die daar tussen het derde en vierde niveau in vielen, het niveau waarmee de CEHL ook te vergelijken is.'

In het seizoen 2025/2026 bestond de competitie uiteindelijk uit één Duitse, vier Belgische en drie Nederlandse clubs. Na afloop veranderde het deelnemersveld opnieuw.

Kampioen EHC Die Bären, dat een spannende finale van Hijs won, achtte zich sportief sterk genoeg voor een overstap naar het derde Duitse niveau, terwijl Heerenveen zich vanwege financiële problemen terugtrok en terugkeerde naar de eredivisie. De ontwikkelingen waren voor Hijs aanleiding om zich eveneens op de toekomst te beraden.

'Wij hadden samen met Geleen en Luik een andere ambitie dan de andere drie clubs', zegt Vlaardingerbroek eerlijk. 'Daarnaast nam de competitie in waarde af. Het werd veel minder interessant voor sponsoren en fans. Er is een groot kwaliteitsverschil tussen de clubs en het is ook niet leuk om elke drie weken tegen hetzelfde team te spelen.'

'We hebben nog actief Franse en Duitse clubs benaderd om toe te treden', vervolgt hij. 'Toen die niet toehapten, dachten we dat het beter was om terug te keren naar de eredivisie.'

Ook bij de basketballers besloten de afgelopen maanden drie Nederlandse clubs de Belgisch-Nederlandse competitie vaarwel te zeggen. Een logische verschuiving als je naar de sportieve prestaties kijkt.

Sinds 2021 wordt er gebasketbald in de BNXT League, een competitie die ZZ Leiden na aan het hart ligt. In de eerste drie edities stond de club in de finale, waarvan er twee werden gewonnen.

In de laatste twee edities namen de Belgische ploegen echter steeds meer het voortouw. De finales waren Vlaamse onderonsjes en in de reguliere competitie eindigde de beste Nederlandse ploeg achtereenvolgens op de achtste en de zesde plaats. Beide keren was dat Den Bosch.

Leiden knokte zich afgelopen seizoen wel tot de finale om de Nederlandse titel, maar verloor van Landstede uit Zwolle.

De voornamelijk Vlaamse clubs lijken de professionaliseringsslag die vanuit de competitieorganisatie wordt geëist financieel te kunnen dragen. Voor de Nederlandse clubs is dat lastiger. Daarom hebben LWD Basket uit Leeuwarden, Den Helder Suns en PrismaWorx BAL uit Weert geen licentie aangevraagd. Zij gaan spelen in de promotiedivisie, het hoogste Nederlandse niveau onder de BNXT League.

Volgens Van Oosterhout ligt het iets genuanceerder. 'De belangrijkste reden dat we met deze competitie zijn begonnen, is om het niveau een boost te geven. Het samengaan van de competities zorgt ervoor dat het leuker en spannender wordt en er meer goede wedstrijden zijn.'

'Eén ding weet je dan ook: als de lat omhoog gaat zullen er partijen afvallen. Dat moet je op de koop toenemen.' Dat juist de Nederlandse clubs afvallen, is volgens de sportmarketeer ook te verklaren. In België is volgens hem alles wat robuuster en is er wat meer budget, waardoor een tegenvaller je niet meteen de kop kost.

Als voorbeeld noemt hij de terugtrekking van Den Helder en Leeuwarden. 'Die hadden een afspraak met een woningcorporatie over het onderbrengen van spelers, maar dat ging voor komend seizoen niet meer door.'

'Dat kan je als club zomaar 100.000 euro kosten. Op een begroting van een paar ton kan dat je nekken, terwijl je zoiets met een begroting van zeven ton iets makkelijker opvangt.'

'Het vertrek van de Nederlandse clubs gaat volgens Van Oosterhout niet voor minder animo zorgen. 'Wij hebben gemerkt dat basketbalfans het liefst spannende wedstrijden zien', zegt basketbalbestuurder Van Oosterhout

'Neem bijvoorbeeld een thuiswedstrijd tegen Den Helder. Voor Heroes is de kans dat er wordt gewonnen 99 procent. Spelen we goed, dan winnen we met dertig punten verschil. Is het een matige wedstrijd, dan wordt het vijftien punten. En spelen we slecht, dan winnen we misschien nog met zes punten. Voor de gemiddelde basketballiefhebber is daar weinig aan. Fans willen wedstrijden zien waarin het tot het einde spannend blijft.'

Ook Vlaardingerbroek verwacht dat er voor Hijs in de eredivisie soms weinig sprankelende wedstrijden tussen zullen zitten. Daarnaast speelt de club daar vaak maar één duel per weekend, in plaats van twee.

'We moeten de begroting bijstellen. Dat betekent aan de ene kant minder inkomsten, omdat we minder wedstrijden spelen. Aan de andere kant krijgen spelers ook een lagere vergoeding, omdat we minder vaak een beroep op hen doen.'

Bij Hijs ziet men ook dat er meer aandacht was voor Nederlandse wedstrijden dan voor CEHL-duels. 'De NOS vond het veel interessanter om de beker en de Nederlandse landstitel (daar werd los van de CEHL om gestreden, red.) uit te zenden.'

'Dat zag je overigens ook bij een deel van de sponsoren', gaat Vlaardingerbroek verder. 'Die vinden wedstrijden tegen een Nederlandse tegenstander interessanter. Niet de lokale bedrijven, maar bedrijven die heel Nederland als markt hebben.'

Van Oosterhout denkt op zijn beurt dat de huidige staat van de wereld terug te zien is in de sponsoring van kleinere sporten. 'De situatie is al langere tijd broos. Dat heeft ook te maken met de geopolitieke situatie en met een maatschappij die onder druk staat.'

'Bedrijven zijn voorzichtiger geworden met hun geld. Daarnaast spelen de woning- en asielcrisis een rol en voeren woningcorporaties een ander beleid. Over de hele linie is het daardoor niet makkelijk om geld binnen te halen.'

'Bedrijven willen bovendien steeds beter weten wat een investering oplevert', vervolgt hij. 'Als ze jaarlijks een miljoen euro in Google steken, krijgen ze voortdurend rapportages en kunnen ze precies zien wat het effect daarvan is.'

Bij sportmarketing is dat veel moeilijker aan te tonen', is hij van mening. 'Je moet daarom steeds harder werken om geld uit het bedrijfsleven binnen te halen. Dat speelt zeker mee.'

Geld is daardoor mede van invloed op de levensvatbaarheid van de BeNeLeagues. Vlaardingerbroek blijft neutraal in zijn oordeel over een duurzame BeNeLeague. 'We hebben tien jaar meegedaan in zo'n competitie. Op de lange termijn was het voor ons niet meer houdbaar, maar alles bij elkaar heeft het ons heel wat gebracht.'

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next