Als de Doomsday Clock bijna op twaalf uur staat en crisis na crisis voorbijtrekt op onze schermpjes, biedt de tijd geen troost meer. Maar gen Z mist nog steeds een vaste plek aan tafel om die urgentie als gelijkwaardige gesprekspartner te uiten.
Ramses Shaffy schreef in zijn liedje Zo triest: 'Ik haal mijn troost uit de tijd.' De troost die hij uit de tijd haalde, beangstigt mij. Toen de Doomsday Clock in 1947 werd geïntroduceerd – Shaffy was destijds 13 – stond de klok op zeven minuten voor twaalf. De tachtig jaar die sindsdien zijn verstreken, hebben ons niet verder van middernacht gebracht, maar juist dichterbij. Volgens het Bulletin of the Atomic Scientists staat de klok nu op 85 seconden voor twaalf. Nooit eerder stond zij zo dicht bij het einde.
De Doomsday Clock is een metafoor die wetenschappers gebruiken om te waarschuwen voor het einde der mensheid dat door de mens zelf is veroorzaakt. Nucleaire dreiging, klimaatverandering en ontwrichtende technologie worden allemaal in die metafoor meegenomen. Maar symbolisch of niet: die klok tikt door in de hoofden van mijn generatie. En dat verandert fundamenteel hoe we naar tijd kijken.
Over de auteur
Maud Stamsnijder is student interdisciplinaire sociale wetenschap. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De uitdrukking ‘de tijd heelt alle wonden’ gaat voor ons namelijk niet meer op. We hebben simpelweg het gevoel geen tijd meer te hebben. Gen Z groeit op met een bijna constante stroom aan crisisbeelden van klimaat, oorlog en ongelijkheid op hun schermpjes.
Het is dan ook geen toeval dat jongeren wereldwijd steeds vaker de straat op gaan voor hun eigen toekomst. Wereldwijd protesteren ze tegen corruptie en gebrek aan perspectief. In hun wanhoop om meer tijd te winnen gooien sommigen soep op schilderijen, wapperen anderen met ‘One Piece’-piratenvlaggen tijdens massale demonstraties en radicaliseren weer anderen, zoals uit onderzoek blijkt. Mijn generatie heeft het gevoel dat wachten geen optie meer is. Treuzelen is letterlijk levensgevaarlijk geworden.
En daar wringt het systemische probleem: we praten óver gen Z, zelden mét gen Z. Onze onrust wordt geframed als kenmerk van een generatie die ‘alles nu wil’ of als verwennerij. Maar wie op 85 seconden voor twaalf leeft, kán niet dezelfde tijdshorizon hanteren als wie nog zeven minuten had. Gen Z mist een vaste plek aan tafel om die urgentie als gelijkwaardige gesprekspartner te uiten. Er wordt te weinig ruimte gemaakt om ons te horen, laat staan serieus te nemen.
Het vastlijmen of radicaliseren lijken vaak de enige kanalen die overblijven wanneer de reguliere gesprekstafel gesloten blijft. Onderzoek naar radicalisering onder jongeren laat keer op keer zien dat het zelden bij ideologie begint; het begint bij het gevoel achtergesteld te worden, nergens bij te horen of geen invloed te hebben op een toekomst die wel over jou beslist. Wie zich buitengesloten voelt van het gesprek, zoekt een ander podium. En dat is soms een schadelijk podium.
Waar Shaffy nog troost haalde uit de tijd, heb ik die luxe niet meer. Ik haal troost uit een goed gesprek, als ik het gevoel heb dat iemand daadwerkelijk luistert en mij ziet als een gelijkwaardige gesprekspartner. En dat is wat we structureel moeten inrichten: geen extra jongerenpanel als excuustafel, maar echte, terugkerende zeggenschap. In gemeenteraden, klimaatbeleid en in de bedrijven en instituties die nu beslissingen nemen over een wereld waarin wij nog decennia moeten leven.
Dus lieve mensen en bedrijven: geef gen Z meer ruimte om zich structureel uit te spreken. We zijn zoveel meer dan die ‘verwende‘ generatie, het etiket waarmee we voortdurend beschuldigd worden. We zijn een generatie die opgroeit met de klok mee, en die juist daarom niet stil kan blijven zitten. Alleen samen komen we verder.
Dus laten we meer naar elkaar luisteren voordat de tijd, die ons ooit troostte, ons alleen nog maar inhaalt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant