Groen, wit en rode stippen. De strijd op de voorlaatste dag van de Tour de France, tijdens de laatste loodzware rit door de Alpen, kende veel kleuren, maar niet het geel. Bergkoning Richard Carapaz pakte de winst op Alpe d’Huez, profiterend van twee valpartijen van Sepp Kuss.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Zou hij zijn handen in de lucht steken? Dat was een vraag die sommige televisiekijkers zich gesteld zullen hebben over Mads Pedersen, met nog 100 kilometer koers voor de boeg in de 20ste etappe. Want daar, in Saint-Julien-Mont-Denis, lag voor de Deen misschien wel de belangrijkste streep van de Ronde van Frankrijk. De lijn waar hij zich definitief van de groene trui kon verzekeren, die hij al sinds de vierde rit – die hij won – droeg.
Was het Richard Carapaz om de etappe te doen of was het bergklassement zijn eerste zorg? Ruim onder de top van de Galibier is die vraag eigenlijk al beantwoord. De demarrage van de Ecuadoraan komt te vroeg om alleen zijn zucht naar bolletjes te dienen. Dit is een verdappering met meer diepgang, al zou het niet deze aanval zijn die Carapaz uiteindelijk naar de zege bracht.
Durfde Isaac del Toro de aanval te kiezen en wat doet zijn kopman en kompaan Tadej Pogacar? De Mexicaan reed in de maillot blanc, de trui voor de best geklasseerde jongere in het algemeen klassement. Zijn naaste belager was het Franse wonderkind Paul Seixas, die voor de rit naar Alpe d’Huez slechts 24 seconden achter hem in de rangschikking stond. Eén aanval van Seixas in de koninginnenrit kon voor Del Toro het einde betekenen van de witte trui en zijn plek op het podium.
Er stond genoeg op het spel in de rit van Le Bourg d’Oisans naar dezelfde finishplaats als vrijdag: Alpe d’Huez. Groen, wit en rode polkadots: dit was de etappe waarin de truien van tijdelijke tenues in permanente souvenirs aan de Tour van 2026 zouden kunnen veranderen.
De enige kleur die geen strijd opleverde, was het geel. Pogacar had niets meer te winnen, kon probleemloos minuten verliezen en stelde zich ten dienste van Del Toro, diens derde plek in het klassement en de jongerentrui.
Pogacar joeg het tempo in de groep met klassementsrenners omhoog, zodat Seixas de benen al voelde bij aanvang van de Col de Sarenne. De Fransman probeerde nog even Del Toro onder druk te zetten, maar moest er daarna zelf vanaf toen de Mexicaan en Pogacar de snelheid verder opvoerden. Als een luxe-knecht bracht de man die zondag in Parijs zijn vijfde Tourzege zal bijschrijven, Del Toro naar de finish op Alpe d’Huez. Dat Remco Evenepoel, die als tweede finishte, nog wat tijd terugpakte op het UAE-duo, was geen enkel punt.
De indrukwekkendste prestatie van de dag was wellicht die van Pedersen, die in Saint-Julien-Mont-Denis de volle 25 punten pakte en daarmee zekerheid had van de groene trui in Parijs. Dat hij daar reed, was een klein wonder op zich. De Deen, breder gebouwd dan de ranke klimmers die hem omringden in de kopgroep, was aanvankelijk net als alle sprinters gelost tijdens de beklimming van de Col de la Croix-de-Fer, maar had zich teruggevochten naar de groep met klassementsrenners om daar vervolgens in zijn eentje te vertrekken.
Solo ging Pedersen over de bergpas, alsof zijn lijf net zo goed tot zijn recht komt in het hooggebergte als in de Vlaamse Ardennen, waar hij steevast tot de besten behoort in de klassieke eendagswedstrijden. Alsof zijn explosiviteit niet enkel was voorbehouden aan massasprints, waar hij zich deze Tour telkens in mengde. En alsof hij niet al dagenlang energie had gestoken in tussensprints, ontsnappingen en inhaalraces. In de afdaling sloot hij aan bij de koplopers en pakte de trui. De Belgische sprinter Jasper Philipsen kan hem in Parijs niet meer achterhalen. Maar Pedersen juichte nog niet. Dat komt morgen pas, na het passeren van de streep op de Champs-Elysées.
Juichen kon Carapaz wel. Voor de tweede keer deze Tour al. Niet op de top van de Galibier, al troefde hij daar definitief Tadej Pogacar en Valentin Paret-Peintre af in de strijd om de bergpunten. Nee, hij kon juichen op Alpe d’Huez, in het ski-oord waar hij vrijdag nog van een afstandje Pogacar had zien winnen en als derde was geëindigd.
De Ecuadoraan had het misschien niet meer verwacht. Op de Col de Sarenne was hij twee keer gelost door Sepp Kuss, de Amerikaan die na het uitvallen van Jonas Vingegaard nog een mooi slot van de Tour wilde creëren voor zijn ploeg Visma-Lease a Bike. Met een bijna geruststellende voorsprong was Kuss over de top gekomen. Hem restte enkel nog een paar aflopende kilometers, afgewisseld met wat vriendelijke stroken bergop. En dan, helemaal aan het eind, de laatste 3,5 kilometer van de klassieke klim naar Alpe d’Huez.
Maar in een van de korte afdalingen ging het mis bij Kuss. Hij kwam ten val in een tunnel, krabbelde op en wist met nog altijd een paar tellen voorsprong op Carapaz zijn weg te vervolgen. Iets later zag de man in de bolletjestrui, die zich nooit gewonnen geeft, de renner voor hem opnieuw onderuitgaan in een bocht naar rechts. Vermoeidheid, angst na de valpartij ervoor – wat de reden ook was – Kuss gleed tegen de vangrail en Carapaz vloog langs. Ook Evenepoel zou Kuss nog passeren terwijl Carapaz op weg ging naar zijn tweede ritzege van deze Tour, naar de bollentrui, naar de beloning voor zijn niet-aflatende strijdlust.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant