Home

Na de val van Karim Khan vanwege beschuldigingen van seksueel wangedrag moet het Strafhof ook zichzelf zien te redden

Internationaal recht Door het wegsturen van Karim Khan als hoofdaanklager vanwege beschuldigingen van seksueel wangedrag hoopt het Internationaal Strafhof zijn bevlekte blazoen te zuiveren. Zijn opvolger krijgt niet alleen een verziekte afdeling, maar ook Amerikaanse sancties, politieke druk en een groeiende uittocht van lidstaten op het bord.

Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag.

Met een stevige meerderheid hebben de 125 lidstaten van het Internationaal Strafhof (ICC) vrijdag de van seksueel wangedrag beschuldigde hoofdaanklager Karim Khan uit zijn ambt gezet. Khan had zich schuldig gemaakt aan „ernstig wangedrag en plichtsverzuim” jegens een Maleisische juriste die onder hem werkte, zo lichtte Païvi Kaukoranta namens het bestuursorgaan van het ICC het besluit toe na afloop van de stemming in New York.

Met dit besluit hopen de lidstaten het bevlekte blazoen van het hof in Den Haag te zuiveren. Weliswaar ontkent Khan dat hij zich seksueel zou hebben opgedrongen aan de vrouw en heeft hij aangekondigd in beroep te gaan, maar het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat hij alsnog zou kunnen aanblijven.

„Het is heel goed dat Khan is weggestemd”, zegt ook Kenneth Roth aan de telefoon vanuit de Verenigde Staten. Als oud-directeur van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch is hij nog altijd een gezaghebbende stem op dit terrein. „Khan heeft zich verachtelijk gedragen. Ondanks de bewijzen die er waren bleef hij hardnekkig ontkennen. Een aanklager dient aan de hoogste morele normen te voldoen en de waarheid te spreken. Op beide punten faalde Khan. Zo heeft hij alle geloofwaardigheid verloren. Hij had al maanden eerder moeten vertrekken.”

Vier jaar voor het aflopen van Khans ambtstermijn moet het Strafhof nu op zoek naar een nieuwe kandidaat voor deze belangrijke baan. Dat zal nog niet zo makkelijk zijn. Terwijl het ICC tien jaar geleden nog gold als een aantrekkelijke werkgever, waar belangwekkende pionierswerk werd verricht op het terrein van het internationaal recht, is het sindsdien zowel intern als extern in zwaar weer terechtgekomen.

Gepolitiseerd klimaat

De nieuwe hoofdaanklager moet opereren in een klimaat waarin veel van de zaken die bij het Strafhof dienen nog veel sterker zijn gepolitiseerd dan voorheen. Van een rustige afhandeling van zaken, waarbij louter juridische argumenten worden gewisseld, is dikwijls geen sprake meer. Veel landen, ook staten die zelf geen lid zijn van het ICC, aarzelen niet om het hof en zijn medewerkers al dan niet openlijk onder zware druk te zetten.

Vooral de nog lopende arrestatiebevelen tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en zijn voormalige minister van Defensie Yoav Gallant, die op initiatief van Khan in 2024 werden uitgevaardigd, zijn een bron van onrust. Beiden worden verdacht van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de Gaza-oorlog. Khan oogstte hiermee zowel enthousiaste reacties van critici van Israël als felle tegenstand van vooral Israël en zijn voornaamste bondgenoot, de Verenigde Staten.

In verband hiermee kondigden de VS sancties af tegen Khan, waardoor allerlei bedrijven werden gedwongen hun dienstverlening aan hem (en ook aan enkele andere, eveneens met sancties getroffen rechters en aanklagers van het ICC) te staken. De gesanctioneerden konden daardoor onder meer niet langer gebruikmaken van hun creditcards en allerlei internetverbindingen.

Als gastland voor het ICC kost het Nederland moeite zich hiertegen te wapenen. Den Haag heeft zijn hoop vooral gevestigd op Europese samenwerking om betaalsystemen en internetdiensten voor betrokkenen ook in zo’n geval te kunnen laten blijven functioneren.

Van Israël zelf is bekend dat het al voor de Gaza-oorlog soms ICC-personeel probeerde te intimideren via agenten van de Mossad, Israëls inlichtingendienst. Ook Khans voorganger Fatou Bensouda (2012-2021) had hiermee naar eigen zeggen te kampen.

Sommige medestanders van Khan suggereerden dat juist hij onmisbaar was om de aanklachten tegen Netanyahu en Gallant verder te behandelen. Roth gelooft daar niet in. Daarvoor was Khans reputatie volgens hem te zeer bezoedeld. „Je hebt daarvoor een geloofwaardige aanklager nodig. Khan was dat niet.”

Opvolger wacht belangrijke besluiten

Om de opvolging te bespoedigen, suggereert Roth om een van de huidige twee plaatsvervangers van Khan te kiezen, die het afgelopen jaar de zaken al hebben waargenomen nadat hun baas vorig jaar op non-actief was gesteld. Roth: „Dit is destijds ook gebeurd met Bensouda en dat werkte goed.”

Volgens Roth is het wel zaak haast te maken. „Ze zitten al ruim een jaar zonder en er wacht een reeks belangrijke beslissingen die alleen een hoofdaanklager kan nemen, bijvoorbeeld om de Russische president Poetin aan te klagen voor de bombardementen op burgerdoelen in Oekraïne, maar ook om Netanyahu aan te klagen wegens aanhoudende bombardementen op Gaza en het plegen van genocide. Nu zijn Gallant en hij nog alleen aangeklaagd wegens uithongering van mensen in Gaza. Er zou ook moeten worden gekeken naar de rol van de Verenigde Arabische Emiraten in de oorlog in Soedan.”

De succesvolle kandidaat wordt verder opgescheept met een verziekte werksfeer op Khans afdeling op de zesde etage van het ICC-gebouw in de Haagse duinen. Hoewel Khans scherpzinnigheid en doortastendheid op bewondering konden rekenen onder zijn medewerkers, stoorden velen zich aan zijn autoritaire leiderschap. Tegenspraak viel zelden in goeden aarde. Sommigen namen daarom vrijwillig ontslag, anderen bleven maar voelden zich steeds ongemakkelijker.

Het vermeende seksuele wangedrag zorgde voor nog meer onbehagen op de afdeling. De Maleisische juriste, die slechts bekend is onder haar voornaam Sarah, werd door andere medewerkers van Khan onder druk gezet om te zwijgen en bepaalde verklaringen te tekenen.

Ook het klimaat buiten het Strafhof is aanzienlijk ruiger geworden dan voorheen. Dit is in het bijzonder te wijten aan de onverzoenlijke opstelling van de regering-Trump, die in het algemeen geen enkel respect toont voor het internationaal recht. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio kondigde begin vorige week zelfs een nieuwe diplomatieke campagne aan om het Strafhof te ontmantelen. De Amerikanen zullen het Strafhof zo nodig „steen voor steen” afbreken, beloofde hij.

Zoals verwacht waren de VS er vrijdag ook snel bij om het Strafhof opnieuw zwart te maken in verband met de affaire-Khan. „Karim Khan is een toonbeeld van de corruptie van het ICC en het misbruik dat het maakt van zijn vermeende gezag”, aldus Tommy Pigott, woordvoerder van Rubio’s ministerie op X. „Het is goed dat hij weg is maar hij is slechts een klein radertje in deze onverbeterlijk corrupte instelling.” De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar liet zich op soortgelijke wijze uit.

Het Strafhof, vorige maand nog omschreven door Tomoko Akane, de Japanse president van het ICC als „een van de belangrijkste prestaties van de menselijke beschaving”, is hoe dan ook veel kwetsbaarder dan het eveneens in Den Haag gevestigde Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis. Dat laatste is een volwaardige VN-instelling, die zich buigt over conflicten tussen staten. Alle 193 staten zijn er automatisch bij aangesloten.

Het Strafhof geniet die VN-status niet. Bij het hof, waar het om individuele oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid gaat die lidstaten zelf niet kunnen of willen berechten, is vanaf het begin in 2002 een grote handicap geweest dat geen van de supermachten er lid van is. Niet alleen ontbreken de VS, ook Rusland, China en India zijn er niet bij aangesloten en dat geldt eveneens voor landen als Israël, Iran, Saoedi-Arabië, Pakistan en Indonesië.

Neokoloniale repressie

Sommige landen aarzelen ook of ze wel lid willen blijven. De Filippijnen hebben hun lidmaatschap bijvoorbeeld opgezegd, hoewel de voormalige president Duterte nog in een Haagse cel zit. Hij kan worden berecht omdat zijn land nog lid was ten tijde van de hem tenlastegelegde misdrijven in het kader van de ‘oorlog tegen drugs’. Ook drie Afrikaanse landen, Burkina Faso, Niger en Mali, kondigden vorige herfst na militaire staatsgrepen aan zich uit het ICC terug te trekken omdat dit huns inziens diende voor „neokoloniale repressie”.

Enige uren na de stemming in New York vrijdag liet ook Venezuela, sinds begin dit jaar min of meer onder controle van de VS, weten dat zich terug te trekken uit het Strafhof. De instelling zou zich te veel op Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse zaken richten. De ironie is dat ook de door Washington afgezette vorige Venezolaanse leider Nicolas Maduro al had gedreigd uit het ICC te treden. Net als Trump stond ook hem de bemoeienis van het Strafhof met zijn regime niet aan.

„Trump haat het ICC”, zegt Roth. „Maar waarom zou een Amerikaan die ergens oorlogsmisdaden begaat niet bij het Strafhof mogen worden aangeklaagd? Dat zou alleen maar Amerikaanse straffeloosheid in de hand werken.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next