Festival Kwaku groeide uit van buurtfeest tot grootschalig festival. Door stijgende kosten wordt het te duur, vindt de organisatie. Maar terug naar de kleinschaligheid van vroeger is onrealistisch, zeggen bezoekers. „Dat is sentimenteel denken.”
Kwaku Summer Festival 2026 in het Nelson Mandelapark in Amsterdam Zuidoost.
Toen Weia Schmidt (39) hoorde dat Kwaku na deze zomer mogelijk stopt, kocht ze direct een kaartje. Zaterdag loopt de Oosterhoutse voor het eerst over het festivalterrein in Amsterdam-Zuidoost. Tussen de rook van barbecues en rijen voor de eetkraampjes zoekt ze haar vriendin.
„Het is een stukje cultureel erfgoed”, zegt ze. „Ik voel me hier meer op mijn gemak dan in Oosterhout.”
De organisatie maakte vrijdag bekend dat het festival na deze editie niet meer in de huidige vorm doorgaat. Door stijgende kosten, strengere regels en een steeds complexere organisatie is het volgens de organisatoren niet langer mogelijk het evenement betaalbaar en toegankelijk te houden voor de mensen voor wie het ooit werd opgericht. Wat ervoor in de plaats komt, wordt de komende tijd onderzocht.
Paul Watson (63) staat met een biertje in zijn hand aan een tafeltje. Hij komt al 38 jaar naar Kwaku. Toen hij als twintiger vanuit Suriname naar Nederland verhuisde, namen familieleden hem vrijwel direct mee naar het festival.
„We kwamen vroeger altijd met z’n allen”, zegt hij. „Je kon nog een tentje opzetten.”
In de beginjaren was Kwaku, zegt Watson, een ontmoetingsplaats voor onder meer Surinaamse Nederlanders die zich geen vakantie konden veroorloven. Er werden sporttoernooien georganiseerd: voetbal, slagbal, motorcross. „Maar als het regende was Kwaku een modderpoel.”
Veel mensen uit de buurt kunnen nog steeds niet op vakantie, zegt Watson. „Als je in de zomer naar Suriname wilt met een gezin van drie kinderen ben je duizenden euro’s kwijt. Voor veel mensen is dit hun uitje.” Paul Watson gaat graag naar Kwaku, omdat hij er vrienden en kennissen tegenkomt die hij de rest van het jaar niet ziet.
De afgelopen vijftig jaar is het festival fors gegroeid: er komen bekende artiesten uit binnen- en buitenland, met grotere podia, meer bezoekers. Kwaku trekt jaarlijks circa 120.000 tot 150.000 mensen, en daarmee ook meer beveiliging en steeds meer eetkraampjes.
Tegelijkertijd ziet Watson dat het publiek diverser is geworden. „Vroeger kwamen hier vooral Surinamers. Nu zie je alle bevolkingsgroepen.” „Iedereen komt hier voor de saamhorigheid”, vult zijn maat Henk Lieveld (64) aan.
Lieveld vindt het begrijpelijk dat de organisatie worstelt met oplopende kosten. Er zou geld bespaard kunnen worden door alleen lokale en minder bekende artiesten uit te nodigen. Maar het idee dat het festival terug kan naar een kleinschalige versie van vroeger is onrealistisch, zegt Lieveld. „Dat is sentimenteel denken.”
Hij wijst naar de bezoekers die langslopen en zitten te eten aan de tafeltjes verderop. Het kaartje kostte vanavond meer dan veertig euro, zegt Lieveld. „Wat je hier ziet is de werkende klasse die dit kan betalen.”
Volgens hem verandert Amsterdam-Zuidoost razendsnel. Overal in het stadsdeel wordt gebouwd. Huizen van „vier ton”, zegt Lieveld, die de oorspronkelijke bewoners vaak niet kunnen betalen. Daardoor staat niet alleen het festival onder druk, zegt hij, maar ook een deel van de geschiedenis van de Bijlmer. „Met Kwaku verdwijnt er weer iets van het oude Zuidoost.”
De geschiedenis van Kwaku loopt parallel aan die van Suriname en Amsterdam-Zuidoost. De naam Kwakoe – zoals het festival in het begin heette – verwijst naar woensdag 1 juli 1863, de dag waarop de slavernij werd afgeschaft. De eerste editie van het festival was in 1975, het jaar waarin Suriname onafhankelijk werd. In dezelfde periode verhuisden veel Surinaamse Nederlanders naar Amsterdam-Zuidoost.
Kwaku is veel meer dan een zomerfestival, zegt John Leerdam (65), directeur van het Nationaal Slavernijmuseum in oprichting en vaste bezoeker. Voor Afro-Surinaamse, Caribische en Afrikaanse Nederlanders was het een van de eerste plekken waar zij samen konden komen zonder zich te hoeven voegen naar „de spelregels van de witte samenleving”, zegt Leerdam.
Het festival biedt ruimte om jezelf te zijn, elkaar te ontmoeten en gemeenschapsbanden te versterken, volgens Leerdam. „Het is een maatschappelijk gedreven festival”, zegt Leerdam. „Mensen sparen om naar Kwaku te gaan, net zoals anderen sparen voor een avond in de Ziggo Dome of Paradiso.”
Familie komt soms speciaal voor Kwaku naar Nederland. „Mijn familie is uit Suriname overgekomen voor Kwaku”, zegt Revelino Pinas (34).
Wat maakt Kwaku bijzonder?
„De vibe”, zegt Pinas, terwijl zijn vrienden aan een tafeltje een jointje draaien. „De Afro-Surinaamse en Caribische traditie, het eten, de muziek. Nederlanders leren via Kwaku kennismaken met onze cultuur.” Bovendien is Kwaku een goede plek om een leuke vrouw te ontmoeten, zegt Pinas – of omgekeerd: „De vrouwen komen hier ook omdat ze een man zoeken.” Zijn vrienden schieten in de lach.
De avond vordert. Bij een witte feesttent zingen tienermeisjes in strakke naveltruitjes mee met lokale rappers. Telefoons filmen alle dansjes, vapes worden doorgegeven. Als een jongen met een zonnebril op langsloopt, gillen de meisjes.
Olin Eiloof (49), docent wiskunde, kijkt glimlachend toe. Hij heeft een dochter van dezelfde leeftijd. Het festival is tegenwoordig veel veiliger dan vroeger, zegt hij. Waar vroeger nauwelijks controle was en geregeld vechtpartijen uitbraken, ziet Eiloof nu veel beveiligers, hekken en duidelijke regels. Alcohol wordt geschonken in plastic bekers, je kunt niet meer contant betalen, en alle bezoekers worden bij de ingang van het terrein gefouilleerd.
„Twee weken geleden ging mijn dochter naar Nijmegen voor de Vierdaagse. Dat vond ik spannend”, zegt Eiloof. „Maar op Kwaku komt ze al jaren.”