Ook voor de NRC-redactie is de zomer een tijd waarin er opeens weer met een schuin oog wordt gekeken naar die boekenstapel op het nachtkastje, en getwijfeld over welke boeken het extra gewicht in de koffer rechtvaardigen (we vergeten de e-reader even omwille van het romantische beeld). En als er geen stapel is, nog beter: kom maar met die verse boekentips.
Deze zomerleeslijst hadden we natuurlijk aan onze eigen boekenredactie kunnen overlaten, maar we dachten nu: we doen het eens anders. Want onze hele redactie zit vol met enthousiaste lezers die het geweldig vinden om een geliefd boek aan te raden. We vroegen redacteuren van zestien verschillende redacties welk boek ze iedereen zouden aanbevelen. Het liefst in de geest van jullie eigen redactie, zeiden we, en dat leverde mooie aanraders op.
Zo tipt filmredacteur Sabeth Snijders de grappige (en sappige) autobiografie van regisseur Lena Dunham, die een bijzonder inkijkje geeft in plotselinge roem. Karel Berkhout van de redactie Wetenschap raadt aan de zomerrust te gebruiken om te lezen over het mysterie van pijn. En politiek redacteur Guus Valk wil graag mensen laten weten dat het mogelijk is om een meeslepend verhaal te schrijven over de fusie van twee politieke partijen.
Voor ieder wat wils, hopen we. Namens de redactie van NRC: veel leesplezier deze zomer.
Een haas in huis, Chloe Dalton. Prometheus, 288 blz. € 23,99
In de wei waar mijn paarden wonen, bivakkeren ook verschillende hazenfamilies. Terwijl ze in de omliggende weilanden te vrezen hebben van maaimachines en jagers, weten de hazen dat ze tussen de paarden veilig zijn. In het hoge gras brengen ze al generaties lang hun jongen groot. Na een drukke dag op de redactie is er niets zo ontspannend als te kijken naar hun sierlijke capriolen in de avondzon.
Dankzij het prachtige, poëtische boek Raising Hare van Chloe Dalton ben ik de hazen met nog meer aandacht gaan bekijken. Dalton is politiek speechschrijver en een echt stadsmens, als in 2020 de pandemie uitbreekt en haar hectische leven tot stilstand komt. Ze besluit Londen te verruilen voor het Engelse platteland, waar ze in een tragere versnelling terechtkomt.
Tijdens een wandeling vindt ze een pasgeboren haasje, dat ze mee naar huis neemt, met als doel het weer vrij te laten zodra het is aangesterkt. Maar de haas besluit te blijven en neemt haar huis geleidelijk steeds meer over. Wat volgt is een tedere beschrijving van hoe een mens samenleeft met een wild dier en uiteindelijk rust vindt in die vriendschap. „Ik heb de haas niet getemd, de haas heeft mij tot bedaren gebracht”, schrijft Dalton.
Er gebeurt heel weinig, maar dat is nu juist zo heerlijk aan dit dromerige boek: een perfecte vorm van onthaasting.
Het Pijn Boek. De wetenschap achter het gevoel dat iedereen kent maar niemand begrijpt, Esmeralda Blaney Davidson en Hans Timmerman. Prometheus, 384 blz. € 25,99
Wrijven op een pijnlijke plek vermindert de pijn. Net als aardige woorden van een zorgverlener, verblijven in de natuur, luisteren naar je favoriete muziek en – misschien onverwacht – acute stress in een noodsituatie. Dit zijn enkele van de vele weetjes in Het Pijn Boek – De wetenschap achter het gevoel dat iedereen kent maar niemand begrijpt van pijnwetenschappers Esmeralda Blaney Davidson en Hans Timmerman.
Hierin vertellen de onderzoekers in gewonemensentaal over alle mogelijke aspecten van pijn, van de verwerking van pijn in de hersenen tot pijnbeleving van mensen met autisme. Van de ergste ervaren pijn – nierstenen in urinewegen – tot het genot dat BDSM-beoefenaars door pijn ervaren. Van pijn door afwijzing tot de afbraak van grijze hersenmassa door chronische pijn.
En passant rekent het boek af met pasklare ideeën, zoals het idee dat vrouwen een hogere pijngrens hebben dan mannen. In werkelijkheid is het andersom, maar krijgen mannen eerder pijnstillers dan vrouwen. De boodschap luidt: iedereen zijn eigen pijnbeleving. Daarom staan er ook testjes in het boek, waarmee iedereen de eigen pijn kan onderzoeken.
Ducks, Newburyport, Lucy Ellmann. Galley Beggar Press, 1.020 blz. € 25,68
Bijna een jaar geleden verhuisde ik voor NRC naar de Verenigde Staten als economisch correspondent. Sindsdien moet ik vaak denken aan Ducks, Newburyport van Lucy Ellmann.
Deze roman, die de shortlist van de Booker Prize haalde, bestaat bijna volledig uit één lange zin – van meer dan duizend pagina’s, dat wel. We lezen de gepikeerde, grappige, interne monoloog van een naamloze moeder van vier in Ohio, die non-stop taarten bakt. Ondertussen probeert ze grip te houden op de absurditeit van het leven in de VS: ze maakt zich druk over school shootings, over hoge ziekenhuisrekeningen, over Trump (het boek speelt tijdens zijn eerste termijn), over historische massamoorden op Native Americans, maar ook over vreemde architectuurkeuzes van Frank Lloyd Wright, de leefwijze van de Amish en hoe ongelofelijk het is dat iemand daadwerkelijk de hoofden van presidenten bij Mount Rushmore heeft uitgehakt.
De tekst lijkt soms op een gedicht, soms op een encyclopedie van alles wat Amerikaans is – in ieder geval op niks anders. Ellmann beschrijft de VS door de ogen van een vrouw die zich eindeloos verbaast over haar eigen land. Wat is dit voor een plek? Voor wie volhoudt tot aan die ene punt, smelten vorm en inhoud samen tot een antwoord.
Zomerboek, Tove Jansson. De Geus, 114 blz. € 15,-
Wie Zomerboek van Tove Jansson leest, weet op elk moment welke kleur de zee heeft, welke planten door elkaar heen groeien en hoe ze ruiken, hoe warm of koel het is op het eiland waar Sophia, haar grootmoeder en haar vader hun zomers doorbrengen. Dat naamloze eiland in de Finse bocht – het water tussen Finland, Estland en Rusland – waarop zij alléén lijken te wonen en waar de zon nooit ondergaat.
De brutale Sophia leert er over bijgeloof en God, over stormen, en wat er met wormen gebeurt als ze doormidden gaan – een soort Pippi Langkous tussen de grote mensen. Samen met haar grootmoeder zwemt ze in doodkoud water, plukt ze champignons en zoekt ze botten.
Deze zomer vul ik het hitteblog op de NRC-site met berichten over bosbranden en temperatuurrecords. Ik trok met mijn niet-hittebestendige vrienden een grens ter hoogte van München: zuidelijker gaan we niet meer in juni, juli en augustus. Terwijl ik Janssons sprookjesachtige Zomerboek las, dacht ik aan de koele Zweedse zomers uit mijn eigen kindertijd, toen mijn zusje en ik zelfgemaakte medailles kregen omdat we de bergwandeling vol hadden gehouden (we waren niet echt een wandelfamilie). In augustus begon daar de herfst al. Zullen de Scandinavische zomers onze zomervakanties van de toekomst zijn?
Je Moeder, Rosalie Dielesen. Zwartjes & Labovic, 240 blz. € 22,99
Schrijver Rosalie Dielesen (28) gaat in deze debuutroman op zoek naar de betekenis van ‘spijtmoederschap’, vanuit het perspectief van het kind. De zoektocht van het hoofdpersonage, dat ook Rosalie heet, is aangrijpend.
De roman begint met een jonge Rosalie die opgroeit op een wijndomein in Zuid-Frankrijk. Het zit vol levendige momenten waarin Rosalie’s onzekerheid tijdens het lezen onder mijn huid kroop: van het frummelen aan haar bikinibandjes, tot het gissen of haar moeder haar die dag wel of niet naar school zal brengen. Rosalie lijdt onder de kritische blik van haar moeder, voor wie ze nooit goed genoeg lijkt te zijn. Dan gaat haar moeder er plots vandoor. Rosalie is nog maar 15 jaar.
Wat volgt is een zoektocht naar de betekenis van familie en liefhebben zonder ouderfiguur. Is een moeder die je baart, maar vervolgens niet blijft, wel een echte moeder? En is weggaan altijd een bewuste keuze? De vragen die Dielesen in deze roman opgooit bleven nog lang rondspoken in mijn hoofd. Als je, net als ik, deze zomer met je familie op vakantie gaat: dit boek geeft stof tot nadenken over hoe je je tot elkaar verhoudt. Én over hoe veel verschillende vormen liefde kan aannemen.
Elke vriendschap met mij is verderfelijk – Brieven 1927-1938, Joseph Roth en Stefan Zweig. De Arbeiderspers, 420 blz. € 29,99
Oké, eerlijk gezegd: de gebundelde brieven tussen de Joods-Oostenrijkse schrijvers Joseph Roth en Stefan Zweig zijn soms vermoeiend. Als Roth (1894-1939) voor de zoveelste keer om geld vraagt („Ik durf de kamerverhuurder niet in de ogen te kijken”), zich wéér aan een nieuw boekcontract bindt terwijl hij een ander boek nog niet af heeft, of zijn drankprobleem ontkent („Ik drink alleen nog witte wijn. Ik ben volkomen nuchter”), vraag je je soms af: waar haalt Zweig (1881-1946) het geduld vandaan.
Misschien omdat Roth – de jonge, wat meer onbezonnen auteur – hem een spiegel voorhield. Hij waarschuwt Zweig in mei 1933 dat zijn boeken in Duitsland in de ban gaan „als de Hitlerij aanhoudt”, en stelt zijn vriend in november dat jaar een ultimatum: breek met het Derde Rijk, met je Duitse uitgever, óf breek met mij. Dus als je het geduld hebt, bijvoorbeeld omdat je op zomervakantie bent, is het de moeite waard de briefwisseling van 1927-1938 te lezen tussen de twee auteurs, gebundeld in Elke vriendschap met mij is verderfelijk, omdat je ziet, heel precies, hoe de twee Duitstalige Joodse auteurs zich staande proberen te houden terwijl de wereld die ze kenden, waarin ze groot werden, verdwijnt.
Brooklyn, Colm Tóibín. De Geus, 320 blz. € 18,99
Niet met spanning en sensatie, maar op een weergaloze literaire manier neemt schrijver Colm Tóibín ons lezers mee naar het Ierland van de jaren vijftig waar de jonge Eilis Lacey op het punt staat naar Amerika te emigreren, een betere toekomst tegemoet. We zijn erbij als Eilis haar geboortedorp Enniscorthy verlaat, en daarmee ook haar moeder en zus, en bij haar Ierse hospita in Brooklyn haar intrek neemt. Daar in het verre New York krijgt haar leven langzaam vorm.
Eilis werkt in een groot warenhuis, bezoekt de dansavondjes georganiseerd door een katholieke geestelijke en ze wordt verliefd, op de Italiaanse Tony. Op de kalme, Tóibín zo eigen toon, ontspinnen zich een aantal gebeurtenissen die ik hier niet ga verklappen, maar die je te snel naar het einde van dit boek dirigeren. Te snel, want Eilis Lacey blijft daarna nog lang bij je in de buurt. Ook schrijver Tóibín kon nog geen afscheid van haar nemen en schreef vijftien jaar na het verschijnen van dit boek Long Island. En daar is ze weer, Eilis Lacey. De draad wordt opgepakt en weer op kalme toon uitgesponnen. Verslavend.
Een links verhaal: Hoe GroenLinks en de PvdA ondanks alles één werden, Coen van de Ven. Das Mag, 272 blz. € 24,99
Roggebrood met pindakaas. Dat is de associatie in mijn hoofd als ik nadenk over het fusieproces van GroenLinks en PvdA in de nieuwe partij Pro. Een belangrijk verhaal, zeker, en een verhaal om veel belangwekkende journalistiek over te bedrijven, o ja hoor, wat u zegt. Maar héél diep van binnen denk ik ik ook altijd: taaie kost, die fusie. Breng dit maar eens tot leven.
Coen van de Ven, journalist van De Groene Amsterdammer, bewees dat het wel degelijk kan, een spannend en meeslepend boek schrijven over de linkse fusie. Hij neemt je mee naar congressen en achterkamers, en zag daar bevlogenheid en gekrenkte ego’s. Zijn boek, Een links verhaal – Hoe GroenLinks en de PvdA ondanks alles één werden, zou iedereen moeten lezen die het ontstaan van Pro wil begrijpen. Maar het is ook een boek over een politieke stroming in de verdrukking, over idealen en werkelijkheid, en over de eeuwige strijd tussen goed willen doen voor de mensheid en goed willen zijn voor de mens. Pluspunt: Van de Ven heeft veel gevoel voor humor. Die humor laat hij met succes los op dit gortdroge onderwerp.
Atmospheric Disturbances, Rivka Galchen. HAPE, 272 blz. € 12,73
Wat doe je als man als je vrouw ineens je vrouw niet meer is? Als je heel zeker weet dat je innemende, mooie, jonge vrouw – innemender en mooier en jonger dan jij, daar ben je altijd wat onzeker over geweest – is vervangen door iemand die precies op haar lijkt, maar haar niet ís?
Het zou het uitgangspunt kunnen zijn van een horrorverhaal, maar Atmospheric Disturbances is geen horror. Wat het dan precies wél is, valt moeilijk te zeggen. Hoofdpersoon Leo Liebenstein vertelt de lezer dat een indringer de plek van zijn geliefde Rema heeft ingenomen, waarna je hem volgt op zijn zoektocht naar de ‘echte’ Rema. De speurtocht, die op het oog enkel draait om Rema, legt uiteindelijk vooral de psyche van Leo bloot.
Je kunt Atmospheric Disturbances lezen als liefdesverhaal, of als zwarte komedie, of als psychologisch drama, of als alles inéén. Dat maakt het zo’n intrigerend boek. Het is geestig, verontrustend en – bij vlagen – waanzinnig verwarrend. Ik ga het deze zomer voor de derde keer lezen.
Citroeninkt, Maral Noshad Sharifi. Prometheus, 256 blz. € 13,99
In Citroeninkt laat Maral Noshad Sharifi vanuit de pientere en alles absorberende kinderogen van een meisje zien wat het effect van xenofobie is. Vooral op kinderen. Het verhaal gaat over Talar, die met haar moeder – zwanger van haar broertje – gevlucht is uit Iran en in Nederland terechtkomt. En over hun zoektocht naar een nieuw thuis terwijl herinneringen haar ouders blijven beheersen.
Ik heb zelf geen migratieachtergrond, en door dit verhaal kreeg ik een nieuw besef van de impact die ik onbewust kan hebben op anderen, ook als het voelt alsof iemand ver van je afstaat. Dat kan in kleine dingen zitten: de moeder van Talars eerste vriendje kookt shoarma voor haar, want daar zal ze wel van houden – maar shoarma komt niet uit de Iraanse keuken. Terwijl Talars buurvrouw haar juist helemaal niet wezenlijk anders behandelt, waardoor Talar zich geaccepteerd en veilig voelt in haar buurt.
Daarnaast maakt Sharifi pijnlijk zichtbaar hoe het verantwoordelijkheidsgevoel dat kinderen voelen naar hun ouders ervoor zorgt dat zij met zich meedragen wat eigenlijk niet van hen is, ook al proberen ouders dat te voorkomen. Dat bleef me nog lang bij. Net als de motivatie om me voortaan bewuster te zijn van het – soms vluchtige – contact dat ik heb met buren, mensen in ‘mijn supermarkt’ of zomaar iemand in de trein.
Famesick, Lena Dunham. J.M. Meulenhoff, 432 blz. € 24,99
Hollywood-memoires maken je zelden aan het lachen, maar bij het lezen van Lena Dunhams Famesick zat ik soms luidop te grinniken. En besefte ik dat ik vergeten was hoe grappig en scherp de Amerikaanse kan schrijven en observeren. Er was de afgelopen jaren geregeld kritiek op de bedenkster, regisseur en hoofdrolspeelster van de populaire tv-serie Girls (2012-2017): ze zou te veel aandacht op zichzelf vestigen, was te geprivilegieerd, slingerde te veel ondoordachte meningen de wereld in. Hierdoor raakte haar onmiskenbare talent wat ondergesneeuwd, maar in de vaak treffende zinnen van Famesick komt het weer aan de oppervlakte. Zo balt Dunham het centrale conflict van Girls samen als: ‘These girls had come to the city looking for ‘Sex and the City’ and gotten dead-end internships, bedbugs, and HPV.’
Dunham beschrijft in haar memoires de ontstaansgeschiedenis van Girls en wat er gebeurde toen de serie een hype werd. Ze belicht daarbij vooral het effect op haar privéleven, haar relaties én haar lichaam. Het levert enkele sappige roddels op – zo beschrijft Dunham tegenspeler Adam Driver als behoorlijk opvliegend. En veel – soms misschien net iets te veel – omschrijvingen van haar mentale en fysieke problemen als OCD, endometriose, extreme uitputting en een pijnstillerverslaving. Maar vooral is het een inkijkje in het leven van een naïeve twintiger die plots het sterrendom in wordt gekatapulteerd.
De Nederlandse vertaling (voluit ‘Famesick – Over succes, ziekte, roem, seks en alles daartussenin‘) verschijnt in september.
Schaaknovelle, Stefan Zweig. Van Oorschot, 88 blz. € 16,-
Je moet enigszins gek zijn om schaakmeester te worden. In Stefan Zweigs Schaaknovelle (1941), binnen twee uurtjes verslonden, blijken er meerdere types schaker te bestaan: van de norse, gedachteloze dromer die geen eigen wil of motivatie heeft behalve het spel beheersen, tot aan het talent dat dit pas ontdekt als hij niets anders omhanden heeft. Maar elke schaker zal de koortsachtige staat herkennen waarin je een wedstrijd speelt, met meer mogelijke zetten dan het aantal atomen in het hele universum. Zelfs bij mij als amateurschaker wordt de focus en spanning tijdens een potje soms zo hevig dat de wereld nog slechts bestaat uit 64 vakjes.
Schaaknovelle is het allerlaatste verhaal van de Joods-Oostenrijkse Stefan Zweig, voordat hij er samen met zijn vrouw voor koos om zijn leven te beëindigen. Daarmee geeft het ook een indruk van zijn eigen mentale toestand en staat het bol van symboliek voor grote krachten. Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog, op een intercontinentaal passagiersschip. De wereldkampioen schaken verslaat iedereen op de vaart met gemak, tot er een mysterieuze figuur opduikt die in gevangenschap eindeloos tegen zichzelf heeft gespeeld. Het schaakbord als een zwart-witte metafoor voor de wereld. Met altijd de strijd tussen hogere machten en de menselijke psyche – en een wens om aan die strijd te ontsnappen.
Mathilde, Kijk ons dansen en Neem het vuur mee, Leïla Slimani. Nieuw Amsterdam, 320 blz. € 20,99
„Deze familiekroniek smeekt erom verfilmd te worden”, staat op de achterflap van Mathilde, het eerste deel van de imposante trilogie van Leïla Slimani (1981) – alsof dat het hoogst haalbare is voor literatuur. Maar, toegegeven, de Marokkaanse schrijver laat de lezer in hoog tempo kennis maken met onvergetelijke personages. Le pays des autres is de originele Franse titel, het land van de anderen. Hoofdpersoon Mathilde wordt geboren in de Elzas maar nestelt zich na de Tweede Wereldoorlog in Marokko, het land van haar man. Hun kinderen Aïcha en Selim ontvluchten hun snel veranderende land voor werk en studie. Daar volgt in deel twee – Kijk ons dansen – weer een zoektocht naar identiteit: wie ben ik en waar pas ik? Kleindochter Mia, om wie deel drie – Neem het vuur mee – draait, ontwikkelt zich in een francofone bubbel die ontkoppeld lijkt van haar geboortegrond. Of zijn die twee juist diep vermengd?
De boeken gaan over het opzoeken, overgaan, opwerpen en verwerpen van persoonlijke, culturele en fysieke grenzen. Het is daarom de ultieme trilogie voor inwoners van een land als het onze dat worstelt met het onbekende. Slimani zei in een interview met NRC: „Het grootste deel van de tijd vergissen we ons in de ander. Daarom moet je boeken lezen.” Die verfilming is overbodig en heb ik zelf al gemaakt, in mijn hoofd.
Hoe te leven: Het leven van Montaigne in één vraag en twintig pogingen tot een antwoord, Sarah Bakewell. Ten Have, 320 blz. € 26,99
Eens in de zoveel tijd landt er weer een nieuw boek in de bestsellerlijsten dat zegt hét levensadvies te hebben dat al je problemen zal oplossen, van Miracle Morning tot The Art of not Giving a Fuck. Ongetwijfeld is er een les uit elk van die boeken te halen, maar die stelligheid vind ik zo irritant: alsof er één antwoord is op de vraag hoe je zou moeten leven.
Daarom werd ik zo blij van Hoe te leven – Het leven van Montaigne in één vraag en twintig pogingen tot een antwoord van Sarah Bakewell: een boek over Michel de Montaigne, de 16de-eeuwse godfather van het essay en zowel een interessant denker als een levensgenieter. De Montaigne deed pogingen om het leven te doorgronden door essays te schrijven vanuit zijn persoonlijke ervaringen (essay komt van het Franse essayer, proberen), maar stelde vrolijk vast dat hij er nooit in zou slagen echte antwoorden te vinden. Bakewell schrijft met zoveel kennis en zoveel plezier over De Montaigne dat ik na het lezen het gevoel had dat ik de man zelf heb gekend in een vorig leven. ‘Mon métier et mon art c’est vivre’, schreef hij. Je zou het the art of giving a fuck kunnen noemen.
Olive Kitteridge, Elizabeth Strout. Olympus, 336 blz. € 18,99
Ik herlees boeken graag. Elke zomer trek ik een paar favorieten uit de kast om nog een keer van te genieten. Dit jaar ligt Olive Kitteridge van Elizabeth Strout op de stapel, omdat ik me enorm verheug op haar nieuwste, dit voorjaar verschenen boek: Wat ongezegd blijft – dat ook meegaat in de koffer. Strout, een van mijn lievelingsschrijvers, is geniaal in het subtiel beschrijven van het menselijk onvermogen en op de een of andere manier levert dat altijd een meesterlijke combinatie op van herkenning, ergernis en ontroering.
Over ontroering gesproken: ik ga Bernlefs Hersenschimmen (uit 1984) deze zomer herlezen. Vond ik jaren geleden al een prachtig boek, omdat het je vanaf de eerste zinnen meesleurt in de gedachtenstroom van hoofdpersoon Maarten Klein. In schitterende bewoordingen beschrijft Bernlef de steeds dikker wordende mist in Maartens hoofd, zijn groeiende onmacht en verbijstering over wat er met hem gebeurt. Nu, met een dementerende vader, hoop ik er een beetje troost in te vinden en wat meer begrip van wat er zich in zijn hoofd afspeelt.
She Said, Jodi Kantor en Megan Twohey. Penguin Press, 320 blz. € 13,-
She Said is geschreven in 2019, maar nog altijd een enorme aanrader voor wie van onderzoeksjournalistiek houdt. In het boek beschrijven Jodi Kantor en Megan Twohey, twee journalisten van The New York Times, hun onthullende onderzoek naar de Amerikaanse filmproducent Harvey Weinstein, die uiteindelijk ten val kwam na publicaties van het duo.
De journalisten beschrijven stap voor stap hoe ingewikkeld het is om van zo’n precair onderwerp – seksueel misbruik door een van Hollywoods machtigste figuren – verslag te doen. Dat gaat tot in detail: hoe ze bronnen (veelal door Weinstein misbruikte actrices) benaderen, die van elkaar niet mogen weten dat ze met de journalisten spreken. En hoe Weinstein, die op een bepaald moment aanbelt bij de krant om verhaal te halen, alles in het werk stelt om publicaties te voorkomen. Tot hij uiteindelijk wordt geconfronteerd met niet te ontkennen feiten.
Het levert een fantastisch en inspirerend boek op, dat prachtig laat zien hoeveel werk, moed en doorzettingsvermogen er nodig is om informatie boven tafel te krijgen.