Wie met de auto naar het buitenland gaat, wordt geconfronteerd met grote verschillen in de prijzen voor brandstof en elektriciteit. Niet alleen benzine en diesel verschillen sterk per vakantieland, ook de kosten voor laden lopen uiteen. Daardoor is elektrisch rijden niet overal automatisch goedkoper.
Miljoenen Nederlanders reizen deze zomer met de auto naar landen als Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië. Bij de voorbereiding kijken veel vakantiegangers naar tol, overnachtingen en de route. Maar de kosten voor brandstof en stroom kunnen onderweg ook flink oplopen.
Vooral bij elektrische auto's is de vergelijking ingewikkeld. Een laag laadtarief klinkt voordelig, maar zegt op zichzelf weinig. In een land waar benzine en diesel goedkoop zijn, moet stroom ook goedkoper zijn om financieel voordeel op te leveren.
Een vaste grens van bijvoorbeeld 60 of 70 cent per kilowattuur bestaat daarom niet. Het omslagpunt verschilt per land en hangt af van de plaatselijke brandstofprijs. Ook maakt het uit of een automobilist normaal laadt of gebruikmaakt van een snellader.
NU.nl vergeleek de actuele adviesprijzen voor benzine en diesel en de gemiddelde laadprijzen op de website van de ANWB. Daaruit blijkt dat Spanje voor benzine- en dieselrijders het voordeligste land is. Elektrische rijders zijn met normaal laden vooral in Nederland relatief goedkoop uit. Snelladen is met de gemiddelde tarieven in geen van de onderzochte landen goedkoper dan diesel.
Een benzinerijder betaalt in Spanje op basis van de adviesprijs ongeveer 9,13 euro per 100 kilometer bij een gemiddeld verbruik van 1 op 18. Met een dieselauto kost dezelfde afstand ongeveer 7,80 euro, gerekend met een gemiddeld verbruik van 1 op 22. Zoals je hieronder kunt zien, is Spanje in beide gevallen het goedkoopste van de onderzochte landen.
Luxemburg volgt bij benzine met ongeveer 9,79 euro per 100 kilometer. Oostenrijk is met 10,38 euro daarna het voordeligst. Nederland is veruit het duurst: 100 kilometer op benzine kost op basis van de adviesprijs ongeveer 13,11 euro.
Diesel is in alle negen landen goedkoper dan benzine. Na Spanje is Luxemburg het voordeligst, met 8,58 euro per 100 kilometer. In Nederland loopt de rekening op tot 10,80 euro.
Bij elektrisch rijden is vooral het tarief per kilowattuur bepalend. Toch bestaat er geen algemeen omslagpunt waarbij laden duurder wordt dan tanken. Dat hangt ook af van de benzine- en dieselprijs in het land.
Uitgaande van een verbruik van 1 kWh per 6 kilometer mag elektriciteit in Nederland bijvoorbeeld ongeveer 79 cent per kilowattuur kosten voordat elektrisch rijden duurder wordt dan benzine. Vergeleken met diesel ligt die grens rond 65 cent.
Normaal laden kost volgens onderzoek van de ANWB gemiddeld 50 cent en is daardoor goedkoper dan beide brandstoffen. Snelladen kost in Nederland gemiddeld 79 cent per kWh en is het daarmee ongeveer even duur als benzine, maar duurder dan diesel.
In Spanje liggen de grenzen veel lager doordat benzine en diesel er goedkoop zijn. Laden is daar alleen goedkoper dan benzine als een kilowattuur minder dan ongeveer 55 cent kost. Bij diesel ligt het omslagpunt zelfs rond 47 cent.
Normaal laden kost in Spanje gemiddeld 51 cent. Daarmee is het iets goedkoper dan benzine, maar duurder dan diesel. Bij het gemiddelde snellaadtarief van 60 cent kost 100 kilometer ongeveer 10 euro. Dat is bijna 90 cent meer dan met benzine en ruim 2 euro meer dan met diesel.
Frankrijk is het enige onderzochte vakantieland waar het gemiddelde snellaadtarief lager is dan het omslagpunt voor benzine. Bij 61 cent per kilowattuur kost elektrisch rijden daar ongeveer 10,17 euro per 100 kilometer. Benzine kost 11,24 euro.
Diesel blijft ook in Frankrijk goedkoper, met ongeveer 9,86 euro per 100 kilometer. Om diesel te verslaan, zou het laadtarief onder ongeveer 59 cent moeten liggen.
In België, Duitsland, Italië, Oostenrijk en Zwitserland is zowel normaal laden als snelladen met de gemiddelde tarieven duurder dan benzine en diesel. Oostenrijk valt op: normaal laden kost daar gemiddeld 1,04 euro per kilowattuur, goed voor ruim 17 euro per 100 kilometer. De ANWB baseert de laadtarieven op gegevens uit zijn Onderweg-app van juli 2026.
Elektrische rijders kunnen de kosten soms flink verlagen met een tijdelijk abonnement bij een snellaadaanbieder. Zo'n abonnement kost volgens de ANWB ongeveer 6 euro per maand. Het stroomtarief kan daardoor dalen tot ongeveer 55 cent per kilowattuur of minder.
Bij een tarief van 55 cent kost elektrisch rijden ongeveer 9,17 euro per 100 kilometer. Dat is in acht van de negen landen goedkoper dan benzine. Alleen in Spanje is benzine dan enkele centen goedkoper.
Diesel blijft lastiger te verslaan. Een laadtarief van 55 cent is goedkoper dan diesel in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Zwitserland. In Luxemburg en Spanje moet de stroomprijs verder dalen.
De goedkoopste laadpaal is niet altijd de beste keuze, benadrukt Paul van Selms van UnitedConsumers. "Elektrische rijders moeten niet alleen naar de prijs kijken. Ook de laadsnelheid, de locatie, de drukte en de vraag of een laadpaal werkt, spelen een rol."
Ook een korte omweg kan lonen. Goedkopere tankstations en laadpunten zijn volgens Van Selms vaak niet langs de snelweg of een doorgaande route te vinden. De ANWB adviseert ook om vooraf de tarieven te vergelijken. In onder meer Frankrijk zijn relatief voordelige laadpunten te vinden bij grote supermarkten.
Source: Nu.nl economisch