Home

Zomerliefde: ‘Ik trok hem naar me toe en probeerde hem zo dichtbij mogelijk te voelen’

Ze leerden elkaar kennen op een camping en in een café, ze trouwden en kregen drie kinderen. Later volgde een scheiding, toch zijn ze nooit écht van elkaars zijde geweken. ‘We zijn begonnen als vrienden en we eindigen als vrienden.’

is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.

Toos, 72:

‘Het was 1969. Zoals elk jaar brachten we met ons hele gezin en een grote vriendengroep de zomer door op een camping in de Ardennen, aan de Ourthe. Het dorp bestond uit wat huizen, een kerk en vijf cafés, waaronder de Blaisse, dat wij de Bles noemden. De Bles was de plek waar alle jongeren samenkwamen, waar je buiten het blikveld van je ouders seksueel kon dansen, zoals wij dat noemden, schuifelen dus. De dansvloer was klein, dus we moesten wel.

Dat jaar streek een Duitse padvindersclub neer op een veld buiten het dorp, en toen die jongens ’s avonds in de Bles verschenen, leek het vanzelfsprekend dat ik Uli kreeg toebedeeld, alsof ze dat zo met zijn allen snel bedisseld hadden: jij die, ik die, hij die.

Ik droeg een jurk van badstof met een rits van boven tot beneden. Er zat zo’n ring aan en het was het uniform van elk hippiemeisje. Uli had lang krullerig haar en blauwgrijze ogen en was een stuk meer timide dan ik. We dansten op Demis Roussos en op Aphrodite’s Child met Rain and Tears. Ik trok hem naar me toe en probeerde hem zo dichtbij mogelijk te voelen. Diezelfde avond zoenden we buiten, op het onverlichte terras van De Bles.

De rest van de warme zomer brachten we samen door, meestal in het gezelschap van alle andere jongens en meisjes. Als mijn moeder ’s avonds laat voor de tent zat te kletsen met haar vriendinnen, klom ik langs een hoge lantaarnpaal ongezien naar boven en dan was het via de weg nog maar een paar minuten naar Uli. Overdag speelden we met zijn allen voetbal, Nederland tegen Duitsland, met mijn moeder als topscoorder. Riet Cruijff noemde iedereen haar.

Uli was grappig en slim, hij wist veel van muziek en boeken. Daar spraken we over in de uren dat we verkoeling zochten in de bocht van de Ourthe, daar waar het water net diep genoeg was om te zwemmen. ‘Ga je mee naar de bocht’ is zo’n zin vol zomerwarmte en geplons. Ik dacht niet: deze jongen wil ik nooit meer kwijt. Ik dacht ook niet: wat ben ik ineens verliefd. ‘Toos’, zei mijn moeder, ‘je hebt nu al zoveel vriendjes gehad, nu is het even genoeg geweest.’

Ze had gelijk, ik ging naar de Bles om te scoren. Een keer had ik er per ongeluk met twee jongens tegelijk afgesproken, stonden ze daar allebei voor de deur op me te wachten.

Ik nam het niet zo nauw met de liefde op mijn 17de en het was mijn bedoeling niet om van Uli mijn vriendje te maken. Hij woonde bovendien in Duitsland, dat veel te ver weg was. Tegen het einde van de zomer, toen het afscheid naderde, beloofden we elkaar wekelijks te schrijven, daarin toonden we ons heel trouw. Al denk ik dat ik in die begintijd meer van het schrijven zelf hield dan van hem.

Ik probeerde Uli’s gevoeligheid te imiteren door goed op te letten welke lieve woordjes hij gebruikte. Zijn brieven stonden bol van verliefdheid en blije toekomstplannen. Hij schreef dingen als: wij gaan alles anders doen dan onze ouders en onze kinderen gaan een zorgeloos leven tegemoet, en ik ging daar moeiteloos en vanzelfsprekend in mee.

Op een of andere manier was het niet meer dan logisch dat we een paar maanden later officieel verkering kregen en trouwplannen maakten, mijn zus ging immers ook trouwen met een jongen van de camping, en ik kende er nog veel meer die hun man of vrouw in de Bles hadden ontmoet. Dat er honderd andere levens mogelijk waren, daar stond ik niet bij stil. Zes jaar na de eerste kus was ons huwelijk. Ook al hadden we elkaar nooit langer dan een paar weken of een weekend achtereen gezien.

Ik was naïef en optimistisch en de eerste jaren waren geweldig. Maar daarna voelde ik me steeds minder op mijn gemak. Ik begreep het niet, we hadden alle mogelijkheden om gelukkig te zijn, een groot huis, leuke kinderen, genoeg geld om op vakantie te gaan, en toch was ik bedrukt. Ik dacht, ik moet gewoon nog beter koken, nog meer geld verdienen, een nog betere moeder worden, dan word ik misschien meer gewaardeerd. Maar het kwam niet goed.

De scheiding was in 1995. Bij Uli sloeg mijn besluit in als een bom. Hij was heel boos, en toch kwam al snel het besef: we kunnen nog zo teleurgesteld zijn in elkaar, met geruzie doen we onze kinderen geen plezier. We gaan uit elkaar maar blijven netjes iedere kinderverjaardag en kerst als gezin vieren. Zo is het altijd gebleven, ook toen we later allebei een andere partner kregen. Vijftig jaar na onze huwelijksdag kwam Uli langs met champagne en toen mijn tweede man plotseling overleed, was het Uli die ik als eerste belde. We zijn begonnen als vrienden en we eindigen als vrienden. Over twee maanden gaan we zelfs weer samen op vakantie. Naar Sardinië. We hebben een tweepersoonskamer geboekt, vooral uit zuinigheid.’

Ulrich, 72:

‘De eerste keer dat ik Toos zag, was in café de Bles. Ik was een bleue Duitse jongen; zij was met haar 16 jaar een vrouw. Een vrouw met lang haar en een gebreide hotpants, als ik me niet vergis. Helmut, mijn beste vriend, danste met haar zusje, en ik danste met haar. Dat was meteen een uitgemaakte zaak. De Ardennen ervoer ik als een exotische plek. In het Ruhrgebied waar ik vandaan kwam, had je alleen zuipkroegen met statafels en schlagermuziek, hier draaiden ze Led Zeppelin.

In de twee weken dat we elkaar in het dorp overlapten, ik met de padvinders, zij met haar familie en vrienden, zijn we veel samen geweest. Veel geschuifeld in de Bles, maar ook veel gepraat. We hielden van dezelfde boeken en muziek en waren dol op films. Van liefde op het eerste gezicht was geen sprake, zo ver dachten we niet vooruit, wel was ik vanaf het eerste moment vol bewondering voor haar. Zo vrij als ze was en zoals ze zich kleedde, dat kende ik niet.

Tussen haar zus en Helmut was het meteen stevig aan. Toen haar zus in november naar Duitsland kwam, mocht Toos mee als chaperonne. Toen hebben we voor het eerst gezoend. Het was in het Alsenhof in Hamm, waar ik woonde. Een grauwe omgeving die bestond uit een paar oude en nieuwe huizen en naoorlogse flatgebouwen van drie verdiepingen hoog. Vreugde golfde door mijn lichaam; wat was ik ongelofelijk gelukkig.

Vanaf dat moment hadden we verkering, al gebruikte niemand dat woord. Een officiële titel was niet nodig, iedereen in haar omgeving kende ik van de vakantie, ik hoorde er al bij voor ik erbij hoorde. En seks was zoiets vanzelfsprekends tussen jongeren, daar deed niemand flauw over, haar moeder al helemaal niet. Dus we sliepen al snel bij elkaar in bed.

Ze sprak goed Duits, dat had ze op school geleerd. We schreven elkaar vijf brieven in de week, grapten over de tweeling die we zouden krijgen. Een keer per maand schraapte ik mijn zakgeld bij elkaar en zocht ik haar op in mijn oude kever. Tot ons huwelijk in 1975 hadden we nooit meer dan een paar weken achter elkaar doorgebracht, maar dat weerhield me er niet van om naar Nederland te emigreren.

Ik had bovendien meer dan genoeg van het Duitse politieke klimaat, dat in 1970 in het teken stond van het geweld van de Rote Armee Fraktion en de strijd daartegen. De eerste vijf jaar van ons huwelijk waren geweldig. Ik woonde met mijn prachtige grote liefde op een kleine zolderkamer in Breda, wat wilde ik nog meer?

Het leven overkwam me, alles gebeurde gewoon en het gebeurde goed. Ik was econoom en werkloos, deed het huishouden en kookte, Toos verdiende de kost en op vrijdagavond kwamen al haar vrienden eten en op zaterdag gingen we uit. Maar toen ons eerste kind kwam, veranderde er iets, ik voelde de drang iets echts te gaan doen met mijn leven, er moest brood op de plank.

Voor mijn werk verhuisden we naar Tilburg, wat voor iemand als Toos, geboren en getogen in Breda, een enorm offer was. We gingen wonen in een mooie wijk met veel groen. Het ging mis toen ik een nog betere baan in Rotterdam kreeg. Ons gezin, dat inmiddels drie kinderen telde, wilde niet weg uit Brabant, waardoor ik iedere dag uren reisde. Dat was uitputtend, maar erger: ik vertrok in het donker als de kinderen nog sliepen en kwam thuis in het donker als ze alweer op bed lagen. Ik heb veel gemist. De baan was zwaar, maar de Rotterdamse mentaliteit deed me denken aan die van het Ruhrgebied, dus ik had het ook naar mijn zin.

Ons huwelijk eindigde in 1996. We waren met het hele gezin die zomer naar de VS geweest, waar we een prachtige tocht hadden gemaakt, en tijdens de rit in dat busje begon Toos over iets wat ze later wilde doen met de kinderen, alsof ik al niet meer meedeed. Het was een geweldige vakantie, maar tussen ons schuurde het overduidelijk en toen we thuiskwamen zei ik: we moeten even praten.

Ja, zei ze onmiddellijk, ik stop ermee. Dat heeft me enorm geraakt. Ik was er helemaal vanuit gegaan dat we er wel uit zouden komen. Het leven is vol pieken en dalen, maar opgeven? Toos was vastbesloten. Drie afspraken hebben onze vriendschap toen gered. Ik heb meteen een huis voor haar gekocht, de kinderen mochten zelf kiezen waar ze wilden wonen en we besloten alle feestdagen samen te vieren. Toen haar grote liefde onverwacht overleed, riep ze meteen mij erbij, want jij, zei ze, kent mij het beste, wij hebben zo’n diepe band.

Soms, als ik in mijn eentje op een jazzconcert ben, denk ik weleens: hoe fijn zou het zijn als Toos er nu bij was. Dit najaar gaan we voor het eerst weer met zijn tweeën op vakantie. Samen op een kamer, samen in een bed, puur om economische redenen.’

Vakantieliefde is de zomerrubriek over een vakantieliefde van kort of langer geleden. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next