is econoom en publicist.
Deze week droomde ik dat de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde (KVS) een crisisteam economen paraat hield om in dringende gevallen uit te kunnen sturen in heel het land. En dat het bestuur van de KVS besloten had het A-team naar het ministerie van Landbouw te sturen. Nee, niet met een helikopter, ofschoon dat wel een dramatisch effect zou hebben gehad. Gewoon met de trein, en dan nog vier minuten lopen.
Prijs, zou het team al bij binnenkomst hebben gezegd. Prijs! En bij aanvang van de bespreking met de ambtelijke staf en de bewindslieden nog een derde keer: prijs! ‘We zijn hier om u nog eens te vertellen over de magie van de juiste prijs.’
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl
Wat is er aan de hand? Het gebeurde me nou net een keer te veel dat ik over landbouw in de krant las en dat het ministerie wéér vergeten was dat de overheid eerst en vooral moet regelen dat de prijzen van spullen goed moeten zijn. Geboden en verboden zijn natuurlijk óók legitieme middelen van landsbestuur, en een minister kan convenanten sluiten en bestuurlijke akkoorden sluiten, maar een verstandige beleidsmaker begint met het nadenken over prijs.
De druppel die me aan het dromen bracht was het ‘hoofdlijnenconvenant gewasbeschermingsmiddelen’ waarover Landbouwstaatssecretaris Silvio Erkens vorige week een brief aan de Tweede Kamer stuurde. Ik las in de krant dat de betrokken natuurorganisaties het niet willen tekenen (‘te vaag en te vrijblijvend’) en dat de betrokken landbouwpartijen ook graag een slag om de arm houden (‘cruciale onderdelen moeten nog worden uitgewerkt’). Dat gaat dus lekker. En dat krijg je er dus van als je begint met ouwenelen over een hoofdlijnenconvenant in plaats van de prijs goed te zetten.
Welke prijs? Nou die van gewasbeschermingsmiddelen dus. Die zijn te goedkoop omdat het gebruik ervan schade toebrengt aan de natuur en aan de mens, en deze schade geen deel uitmaakt van de prijs. De overheid moet daarom de prijs van die middelen belasten, waarbij de stoffen die extra veel milieubelasting veroorzaken ook een extra hoge prijs krijgen. Zie Denemarken voor een praktijkvoorbeeld.
Wat is het effect? Dat de grootgebruikers van gewasbeschermingsmiddelen hun productiekosten zien stijgen, en hun teeltwijze daardoor minder aantrekkelijk wordt. Overstappen naar een andere teeltwijze – biologisch? – of een andere teelt wordt financieel aantrekkelijker. De overheid kan de opbrengst van de belasting bovendien gebruiken om bedrijven te helpen omschakelen naar een andere teeltwijze.
Dan, en pas dan, als deze prijskogel al door de kerk is dus, ga je met betrokken partijen over de uitvoering van een en ander praten. Niet om een ‘hoofdlijnenconvenant’ te sluiten, maar om een lijst uitvoeringsafspraken te maken.
Eerst de juiste prijs! En niet alleen van gewasbeschermingsmiddelen. Het hele boerenbedrijf is vergeven van de slechte prijzen omdat de overheid, in casu het Landbouwministerie, haar werk niet doet. Waarom is vermogenswinst op de verkoop van ‘cultuurgrond’ onbelast (‘de Landbouwvrijstelling’)? Vanwege werkweigering van de ministers van Landbouw. Waarom heeft de overheid wel een ‘eiwitstrategie’ om de consumptie van dierlijke eiwitten te verlagen en die van plantaardige eiwitten te verhogen, maar bestaat er geen vleesbelasting? Werkweigering! Waarom mag de landbouw ongelimiteerd en gratis CO2 uitstoten? En water gebruiken? Idem.
Ja, dat crisisteam zou er wel raad mee weten.
Source: Volkskrant