Non-fictie Familieruzies en broederlijk geweld, het leidt tot eindeloos veel ellende. Ibe Rossel beschrijft in Bloedspiegel op een originele manier hoe geweld en gender met elkaar vervlochten zijn.
Uitsnede van het schilderij Kaïn doodt Abel (circa 1609) van Peter Paul Rubens
Het is een schilderij dat tot de verbeelding spreekt: twee vrijwel naakte mannen die zijn verwikkeld in een dodelijk gevecht. Een van hen ligt half op de grond, strekt zijn arm smekend omhoog. Uit zijn blik spreekt wanhoop. De ander staat stevig op zijn benen en houdt een dikke stok in zijn opgeheven vuist. Dit schilderij, Kaïn doodt Abel (circa 1609) door Peter Paul Rubens, staat op het omslag van Bloedspiegel, het tweede boek van Ibe Rossel. Deze befaamde bijbelse broedermoord van Kaïn op zijn jongere broertje Abel staat in het eerste hoofdstuk centraal, ook de rest van het boek is een meeslepende reis langs verschillende broedervetes, van Romulus en Remus tot Logan en Jake Paul. En dat terwijl de schrijfster zelf enkel zussen heeft.
Ibe Rossel: Bloedspiegel. Een zusterlijke reflectie op broederlijk geweld. Das Mag, 167 blz. € 22,50.
Rossel, die in 2021 debuteerde met de essaybundel Shakespeare kent me beter dan mijn lief, laat zien dat het thema van broederlijk geweld buitengewoon veelzijdig is. Zo komen we in het tweede hoofdstuk Adolf en Rudolf Dassler tegen: twee Duitse broers die samen een schoenenfabriek hadden. Na een aantal ruzies werd de fabriek opgesplitst. Adolf Dassler, ook wel Adi genoemd, vernoemde het schoenenmerk naar zichzelf: Adidas. Rudolf, Rudi voor vrienden, wilde het zijne graag ‘Ruda’ noemen, maar Puma klonk beter. Zo groeiden de twee bedrijven uit tot internationale schoenenimperia. De broers hielden de rest van hun leven ruzie.
Dit verhaal was op zichzelf al erg beroemd: de BBC wijdde er in 2022 een podcast aan en er is een tv-serie over de gebroeders Dassler in de maak. Rossel weet desondanks een nieuw perspectief aan te dragen. Afgezien van het conflict tussen de twee broers gingen er destijds geruchten dat Rudi met Käthe, de vrouw van Adi, had willen trouwen, wat een deel van de broedervete veroorzaakt zou hebben. Uiteindelijk nam Käthe de leiding bij Adidas, vooral om te voorkomen dat haar zoon de boel zou overnemen.
Zo geeft Rossel aan ieder broederpaar een eigen draai. Ook vergelijkt ze de broedervetes met de ruzies die zijzelf vroeger met haar zussen had, en het geweld dat sommige broederparen elkaar aandoen met het mannelijke geweld waarvan zijzelf later slachtoffer werd. Het resultaat is een afwisselende beschouwing van hoe geweld en gender met elkaar vervlochten zijn. Door het beschrijven van die eigen ervaringen toont Rossel zich geen willekeurige verteller. De passages over haar eigen leven werken meestal erg goed, soms is alleen niet helemaal duidelijk wat ze met broedergeweld te maken hebben. Een reflectie op Rossels vriendschap met haar beste vriendin is bijvoorbeeld alleen verbonden met de gebroeders Dassler doordat Rossel, onderweg in de auto naar Duitsland, aan haar dacht.
Daartegenover staat dat het boek van begin tot eind pakkend is. Rossel is stilistisch begaafd: haar schrijven is grappig en theoretisch goed onderlegd. Ook durft ze zich kwetsbaar te tonen wanneer ze over geliefden en ex-geliefden schrijft. In slechts een paar zinnen weet ze de intieme sfeer van een situatie op te roepen, zoals bijvoorbeeld het moment waarop ze, gekweld door iets waar we het fijne niet van weten, koffie zit te drinken met haar geliefde die op ,,precies de juiste manier” haar hand weet vast te pakken.
Rossel is in Bloedspiegel niet bang om als zelfbewuste vrouw haar eigen leven en perspectief centraal te stellen. De verhalen over broedervetes gaan bovendien niet alleen over de broederparen zelf, maar ook over de „vrouwen, vriendinnen, moeders die betrokken raakten in de strijd”, waardoor de vaak bekende geschiedenissen worden voorzien van een feministische blik. Met haar zusterlijke reflecties op gendergerelateerd geweld en familierelaties geeft Rossel zo een originele draai aan een eeuwenoud thema.