Het bestandsakkoord van 17 juni tussen de VS en Iran ondermijnt zichzelf. Het was zo vaag dat beide partijen met geweld hun interpretatie ervan willen doordrukken. Intussen breidt het speelveld van de schemervrede zich uit tot een tweede zeestraat.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Wat zich op dit ogenblik afspeelt tussen de VS en Iran is zo’n beetje het tegenovergestelde van de drôle de guerre, de schemeroorlog na de Duitse invasie van Polen in september 1939 tot het grote offensief van Hitlers legers in mei 1940. Frankrijk en Groot-Brittannië hadden Duitsland de oorlog verklaard, maar er gebeurde niets. Nu is het andersom: Iran en de VS hebben formeel een staakt-het-vuren, maar over en weer wordt driftig geschoten. Drôle de paix.
Het speelveld van de schemervrede dreigt zich zelfs verder uit te breiden, nu de Houthi’s in Jemen een blokkade van de Straat van Bab el-Mandab hebben afgekondigd, speciaal voor Saoedische olietankers. Ongetwijfeld gebeurt dit in overleg met de Iraniërs. Het maakt hun afsluiting van de Straat van Hormuz alleen maar effectiever.
Persbureau Reuters meldt dat Teheran deze maand commandanten van zijn Revolutionaire Garde, militaire adviseurs en materieel voor raketten en drones naar Jemen heeft gevlogen. Bedoeling zou zijn de Houthi-bondgenoten beter in staat te stellen de scheepvaart op de Rode Zee te bedreigen.
Intussen is ook de andere partij niet vies van escalatie. De Amerikaanse president Donald Trump dreigt keer op keer dat de VS zo nodig alles uit de kast zullen halen om Iran te treffen. ‘Ik overweeg een massale aanval, groter dan ooit tevoren’, zei hij donderdag tegen nieuwssite Axios. ‘Ik sta op het punt een besluit te nemen. We zijn er helemaal klaar voor.’
Dit wat betreft het bestand, dat eigenlijk een dubbel staakt-het-vuren is. Op 17 juni tekenden Trump en zijn Iraanse collega Masoud Pezeshkian het Islamabad Memorandum, een poging te redden wat er nog over was van een eerder staakt-het-vuren, dat op 8 april werd gesloten na 39 dagen oorlog en op 21 april door Trump voor onbepaalde tijd werd verlengd.
In het memorandum werden, anders dan op 8 april, al bepaalde afspraken gemaakt, of in ieder geval de contouren geschetst van waarover een nog – in zestig dagen! – uit te onderhandelen definitief akkoord zou moeten gaan. Dat was slikken voor de Israëliërs, want van hun verlanglijstje was weinig overgebleven. Geen woord over Irans ballistische raketten en geen woord over de steun van Teheran aan Hezbollah, Hamas en de Houthi’s, terwijl de Iraniërs wél sanctieverlichting in het vooruitzicht werd gesteld.
Waar het Islamabad Memorandum vooral over ging, was de Straat van Hormuz. De zeeverbinding is in korte tijd uitgegroeid tot hét twistpunt in de confrontatie tussen de VS en Iran, zodanig dat Irans nucleair programma naar de achtergrond is geschoven. Voor de Amerikanen is de zeestraat hun achilleshiel gebleken, voor de Iraniërs hun sterkste troef.
Het memorandum was vaag genoeg om beide partijen akkoord te laten gaan. ‘Constructieve ambiguïteit’, noemt de International Crisis Group dat. Het was de kracht van het memorandum, maar tevens de zwakte. Zowel Teheran als Washington grijpt de vaagheid in de tekst aan om – met escalatie als instrument – de eigen interpretatie ervan te kunnen doordrukken.
Dat betreft met name de afspraak dat de Islamitische Republiek ‘zich naar beste vermogen zal inspannen om de veilige doorgang van commerciële schepen te waarborgen’. De Amerikanen pikten daar ‘veilige doorgang’ uit, door hen opgevat als ‘vrije doorgang’, de Iraniërs zagen zich bevestigd in hun opvatting dat het aan hen is de gang van zaken in de Straat van Hormuz te regelen.
Vandaar dat de confrontatie juist daar weer oplaaide, rond schepen die er volgens Iran niet mochten varen. De VS reageerden met beschietingen op doelen aan de Iraanse kust, waarop Iran uiteraard niet achterbleef en opnieuw Amerikaanse doelen in de Golfstaten in het vizier nam. Volop oorlog is het nog niet, maar van iets dat met een beetje goede wil ‘bestand’ genoemd kan worden, is geen sprake meer.
Is er nog een uitweg? Daarvoor moeten niet alleen de wapens zwijgen, ook de onderhandelingen moeten weer op gang komen én ergens toe leiden. ‘Om dat te laten gebeuren zou Washington moeten erkennen dat het de oorlog niet gewonnen heeft’, zegt Rouzbeh Parsi, Iran-expert aan de Universiteit van Lund in Zweden. ‘Het zou moeten erkennen dat er dingen zijn die het niet kan bereiken en dat er compromissen gesloten moeten worden. Een deel van de reden voor de vaagheid in het memorandum is dat Trump dat niet onder ogen wil zien.’
De vraag is ook of de Iraniërs onder ogen willen zien dat compromissen onvermijdelijk zijn. Langs diverse kanalen werd de afgelopen weken duidelijk dat in het Iraanse leiderschap sprake is van twee kampen. Het ene kamp kan dat van de ‘pragmatici’ worden genoemd (van ‘gematigden’ is in Teheran geen sprake meer). Zij menen dat onderhandelingen met de VS in Irans voordeel kunnen uitpakken. Het andere kamp bestaat uit ijzervreters die louter heil zien in confrontatie met de vijand.
Niet duidelijk is welke rol in dit spel de deze week bekend geworden nucleaire samenwerking tussen de VS en Saoedi-Arabië speelt. Een direct verband met het conflict met Iran lijkt er niet te zijn. Wel zal het de ijzervreters sterken in hun overtuiging dat zij niet kunnen instemmen met een akkoord dat Iran de mogelijkheid ontzegt uranium te verrijken.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant