Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Ana van Es moet op de weegschaal stappen voordat ze in Zuid-Soedan een propellervliegtuigje betreedt. Dat dit nodig is, blijkt uit een reeks vliegtuigongelukken.
is Afrika-correspondent voor de Volkskrant. Ze woont in Naïrobi.
Ik ben toch al niet dol op vluchten met kleine propellervliegtuigen, en in een vluchtelingenkamp in Zuid-Soedan verloopt de check-in anders dan gebruikelijk. De weg naar de onverharde ‘airstrip’ in de bush, waar het vliegtuig zal vertrekken, voert langs een weegschaal. Een ouderwetse, analoge personenweegschaal met een wijzer die uitslaat.
Wij, de vijf passagiers, worden gewogen. Eerst wijzelf, daarna onze bagage. Nee, ons gewicht is geen geheim, dat wordt hardop voorgelezen en genoteerd in een schrift. Het wordt opgeteld, besproken en doorgebeld aan degene die verantwoordelijk is voor de vliegveiligheid.
‘Stap jij nog eens op de weegschaal?’
Mijn handtas en ik wegen samen 67 kilo. Alle vijf de passagiers en hun bagage mogen maximaal 400 kilo wegen. Elders ter wereld is overgewicht een privéprobleem. Maar op een binnenlandse vlucht in Zuid-Soedan kan te zwaar zijn de dood betekenen van jezelf en je medepassagiers. Ik ben in het jongste land ter wereld, het bestaat deze zomer precies 15 jaar. Helaas storten hier bovenmatig vaak vliegtuigen neer.
Op de heenweg mocht een forse passagier van ongeveer 100 kilo alléén instappen omdat hij vrijwel geen bagage had (hij begreep dat zijn lichaam eigenlijk al ongewenste ballast was, laat staan dat er nog meer bij zou komen). Anderen in het gezelschap waren lichter. Dat compenseerde zijn buikje.
Met in totaal 416 kilo gewicht, vijf passagiers en onze bagage, lopen we uiteindelijk naar de airstrip. ‘Vijf passagiers?’ De piloot van de Cessna 208 Caravan kijkt moeilijk. Ze had op slechts vier passagiers gehoopt. Het liefst neemt ze zo min mogelijk mee. Flessen drinkwater gaan haastig van boord. ‘Te veel gewicht kan betekenen dat we neerstorten.’
De afgelopen nacht heeft het voor het eerst in weken geregend. De airstrip is modderig, ‘in een slechte staat’. De modder blijft plakken aan de wielen van het vliegtuig. Om te kunnen opstijgen, moet ze snelheid maken. Maar dat kan niet met modder en overgewicht. ‘Het wordt sowieso een hobbelige start.’
Terwijl we in een even trage als angstaanjagende bocht omhoog vliegen, houdt Sven Torfinn, de fotograaf van deze krant, zich bezig met andere zaken: kan deze Cessna misschien nog een extra rondje maken? Dat zou mooi zijn voor het beeld. Ik ben bang, fluister ik tegen een Congolese medepassagier. In de cockpit piept een alarm. Een lampje begint te flikkeren. Dit gaat twee uur zo door, totdat ons vliegtuig veilig landt in Juba, de hoofdstad van Zuid-Soedan.
Dat is op vrijdag. Vier dagen later, op maandag, stort vlak bij Juba een propellervliegtuig neer van het type waarin ook wij vlogen: een Cessna 208 Caravan, het werkpaard van de Zuid-Soedanese bush. Dit verongelukte toestel bleek volgestouwd met niet vijf, maar veertien passagiers. Mogelijk ontbrak de weegschaal bij het instappen.
Zeker is dat alle inzittenden om het leven zijn omgekomen. Het stortregent die dag, met harde windstoten. Deze jongste vliegtuigramp in Zuid-Soedan, officieel vanwege ‘de slechte weersomstandigheden’, is de laatste in een lange reeks.
Onder de slachtoffers zijn twee journalisten. Vivan Nadege Olfonso was een jonge radiomaker. Op foto’s zit ze stralend van trots achter de microfoon. Ze voerde actie tegen meisjesbesnijdenis. Op haar Facebookaccount vertelt ze over de ‘kracht van radio’, vooral in ‘moeilijk bereikbare plaatsen’ zoals de afgelegen streek in Zuid-Soedan, aan de grens met Oeganda, waar ze secretaris was van de plaatselijke journalistenvereniging.
De andere omgekomen journalist is Hawa Adams, ongeveer 38 jaar. Ze zette zich in haar gemeenschap in tegen verkrachting en veediefstal. Ze was dol op voetbal. Olfonso en Adams waren beiden journalist in een land waar de persvrijheid onder grote druk staat. Desondanks probeerden ze gewoon hun werk te doen.
De vliegtuigramp waarbij ze het leven lieten is internationaal nu alweer bijna vergeten. Hun namen verdienen het om te worden genoemd.
Source: Volkskrant