Tour de France Waar Tadej Pogacar het 31 jaar oude klimrecord van Marco Pantani verbrak en op Alpe d’Huez zijn vijfde etappe in deze Tour won, eindigde de dag voor de Spanjaard Einar Rubio in mineur. Hij botste op een hard remmende volgwagen en haalde de finish niet.
Tadej Pogacar viert de winst op de Alpe d’Huez.
Tadej Pogacar is op jacht. Een voor een slokt hij de vluchters op, terwijl hij door een haag van mensen omhoog klimt naar de Alpe d’Huez. Een van die vluchters is Einar Rubio, een Spaanse renner van Movistar die de hele dag in de ontsnapping heeft gereden en onderaan de berg de kopgroep heeft moeten laten gaan. Voor hem moet de ploegwagen van Pogacars UAE plots hard remmen door onoplettende fans op de weg. Rubio botst met zijn gezicht op de auto voor hem. Het bloed druipt over zijn gezicht.
Zo gebeurde waar renners vooraf voor vreesden. De dubbele aankomst op de iconische Alpe d’Huez, vrijdag en zaterdag, had de potentie om zowel een groot feest te worden als op een drama uit te lopen. Voor de meeste Tourdeelnemers werd het het eerste, voor Rubio niet. De nummer 27 van het algemeen klassement haalt de finish niet.
De Belg Remco Evenepoel, de nummer twee in het klassement, vond het eerder in de week al „angstaanjagend” hoe smal het op sommige stukken op de Alpe zou zijn. „Ze zouden er goed aan doen vanaf de voet touwen op te hangen, en dan in de laatste vijf kilometers hekken.” Richard Plugge, ploegbaas van Visma-Lease a Bike, opperde in meerdere media de introductie van een entreeprijs op populaire aankomsten als de Alpe d’Huez, om zo de toeschouwersstroom in te dammen.
Op de berg stonden vrijdag zo’n half miljoen fans die soms al vorig weekend met tentjes en campers naar de 13,8 kilometer lange klim waren getrokken. De meesten schreeuwden zo hard als ze konden voor elke renner en hielden voldoende afstand. „Mijn oren trillen nog een beetje”, zei Nederlander Thymen Arensman na de finish. „Je ziet echt dat het een feestje is. Het is superspeciaal om daar doorheen te rijden.” Wel kreeg hij een paar keer een tik met een vlag op zijn arm: „Het was een paar keer goed eng, ik wilde niet dat zo’n vlag in mijn wiel kwam.”
De Belg Victor Campenaerts van Visma had dan weer bewust „in niemandsland” gereden om alles in zich op te kunnen nemen – ver achter de koplopers. Hij had nog een boodschap voor fans: „Ze moeten snappen dat het aangenaam is om op je poep een duw te krijgen in de richting die je rijdt. Als je verticaal een slag op je rug krijgt, is dat minder aangenaam”. Hij kon erom lachen: „Misschien is het verschil tussen horizontaal en verticaal na een pint of zes, zeven minder makkelijk te begrijpen.”
Op weg naar de Alpe d’Huez had Arensman lang meegekund met de kopgroep, maar hij moest net als donderdag in de etappe naar Orcières-Merlette vlak voor de finale afhaken. Vorig jaar won hij nog een Touretappe, nu komt hij naar eigen zeggen „een paar procent tekort” voor een ritzege.
In die finale zagen de overgebleven vluchters Sepp Kuss van Visma-Lease a Bike, de Fransman Lenny Martinez en Richard Carapaz uit Ecuador Pogacar met de kilometer dichterbij komen. De man die – mits hij op de fiets blijft zitten – zondag in Parijs voor de vijfde keer de Tour zal winnen, wilde graag winnen op de Alpe. Toen hij door de radio van zijn ploegleider van UAE hoorde dat het drietal voor hem elkaar bestookte met aanvallen, wist hij dat hij de vluchters zou achterhalen.
Drie kilometer onder de top kwam Pogacar Kuss voorbijgereden. Tweehonderd meter later volgde Martinez, die meteen in zijn wiel ging zitten. En een kilometer later was Carapaz, de etappewinnaar van donderdag, ook de klos.
Met groot machtsvertoon reed Pogacar in de slotkilometer weg bij Carapaz en Martinez. Op de finish bleek hij de klimtijd die de Italiaan Marco Pantani in 1995 neer had gezet – 36 minuten en 50 seconden – uit de boeken te hebben gereden. Hij was in 35.26 zelfs anderhalve minuut sneller. „Het is heel cool om hier te winnen”, zei Pogacar. Na een paar dagen met kwakkelende renners in de ploeg bleek UAE op tijd weer fit voor het slotweekend.
Daarin staat zaterdag nog de koninginnenrit van de Tour op het programma, over de Col de la Croix de Fer, de Télégraphe, de Galibier en de Sarenne en opnieuw met aankomst op de drukke Alpe d’Huez. Daar zullen de renners morgen vooral willen overleven, richting de slotdag in Parijs.