Home

Wanneer trappen we er niet meer in?

De lezersbrieven! Over de macht van een handvol giganten, postkoloniale taal, Donald Trump, probleemmensen, waarom kwaliteit verdacht is geworden, festival Kwaku en psychiater en Zomergast Jim van Os.

Ik ben vast niet de enige die met frustratie en bonkende hoofdpijn staart naar de onmacht van gewone mensen tegenover de macht van een handvol giganten. Of het een plofstalgigant is, een fastfashionmerk gebouwd op kinderhandjes, de tabaksindustrie, een chemieconcern of een techbro-mannetje: keer op keer trappen we in dezelfde blauwdruk.

Wanneer zien we in dat dit allemaal dezelfde schadelijke producten zijn, met hetzelfde handboek? De tabaksindustrie schreef ooit dat boekje, en ze leeft de regels ervan nog altijd na. Stap 1: koop toegang, infiltreer de beleidskamers. Stap 2: zelf niet het vuile werk doen, maar front groups en brancheorganisaties die regulering wegzetten als betutteling of eindeloos vertragen. Stap 3: zaai twijfel over schade die al decennia is aangetoond. Stap 4: gooi er een lik groenwas overheen zodat het geweten meteen weer gesust is.

En het doelwit is zeer bewust: wie zich het minst kan verweren. Gezinnen voor wie goedkoop de enige optie is. Boeren die afhankelijk worden gemaakt. Kinderen en jongeren.

De ultrawinst verdwijnt in een paar diepe zakken. De rekening wordt collectief en generaties lang door ons betaald. Rijker dan deze corporaties worden we nooit, maar slimmer wel. Stap 1: niet meer erin trappen, maar de deur intrappen.
Sarah-Manon Blok, Epe

Daar gaan we weer

Sander van Walsum schrijft dat hij tijdens een bezoek aan het Kelvingrove Museum in Glasgow bij de zoveelste postkoloniale disclaimer dacht: ‘Daar gaan we weer.’ Grappig genoeg was dat precies mijn reactie bij het lezen van zijn opiniestuk in de krant van donderdag 23 juli.

Van Walsum presenteert zijn opiniestuk als een inhoudelijke kritiek op postkoloniale taal, maar uiteindelijk draait het vooral om zijn persoonlijke ongemak. Hij ergert zich aan museumteksten en aan veranderende terminologie zoals in het boekje Words Matter. Dat mag natuurlijk, maar persoonlijke irritatie is nog geen argument.

Sterker nog, het stuk zet een karikatuur neer van waar veel musea (en redacties) juist mee worstelen: hoe vertel je een geschiedenis die lange tijd onvolledig is geweest? Dat is een ingewikkelde vraag waar je het inhoudelijk over oneens kunt zijn.

Maar Van Walsum doet alsof musea bezoekers vooral willen inpeperen dat álle Europese welvaart uitsluitend op diefstal en uitbuiting is gebaseerd. De meeste musea proberen juist een completer verhaal te vertellen, waarin kolonialisme en slavernij niet langer worden weggelaten.

Ook de discussie over taal wordt door Van Walsum versimpeld. Zijn bezwaar lijkt te zijn dat taalverandering te veel wordt gestuurd, alsof het alleen legitiem is wanneer die spontaan ontstaat. Maar taal is nooit uitsluitend een natuurlijk proces geweest.

Woorden veranderen óók doordat mensen bestaande normen ter discussie stellen en instituties daar vervolgens op reageren.

Van Walsum heeft een punt waar hij schrijft dat de omgang met het koloniale verleden een open gesprek verdient en dat taal geen dogma moet worden. Daar ben ik het mee eens. Als voorgeschreven formuleringen geen ruimte meer laten voor gesprek, groeit de weerstand en verdwijnt het draagvlak.

Maar juist daarom stelt dit stuk teleur. ‘Blank’ wordt onder meer vervangen door ‘wit’ omdat het woord ‘blank’ ooit ook een neutrale, kleurloze standaard suggereerde. Alsof wit-zijn geen etniciteit is maar de norm waartegen andere etniciteiten worden afgezet.

Die uitleg is bepaald niet nieuw, maar dat Van Walsum er nog steeds overheen leest en marginale voorbeelden op één hoop gooit met deze fundamentele discussie, laat vooral zien waar het bij witte mensen nogal eens aan ontbreekt: oprechte nieuwsgierigheid naar wat inclusiviteit eigenlijk vraagt.

Van Walsum suggereert dat de postkoloniale taaldiscussie als geheel ‘hol’ is geworden, zonder serieus stil te staan bij waarom deze taalveranderingen zijn ontstaan, wie ze hebben bepleit en welke ervaringen eraan ten grondslag liggen. Hij reageert op de uitwassen en irritaties die hij zelf ervaart en bekritiseert zo eerder een karikatuur van het debat dan het debat zelf.

Het probleem zit hem niet in mensen als Van Walsum, en al helemaal niet in wat hij wel of niet mag zeggen. Mijn grootste vraag is aan de opinieredactie van de Volkskrant. Wie besloot dat dit stuk voldoende onderbouwd was om te publiceren? En waarom wordt een bijdrage die grotendeels leunt op persoonlijke ergernis en generalisaties gepresenteerd als een serieuze bijdrage aan een maatschappelijk debat?

Wat ook opvalt, is dat de Volkskrant ervoor kiest het n-woord voluit af te drukken. Je kunt een debat over historische terminologie prima voeren zonder een racistische term letterlijk te reproduceren. Wat zegt het stijlboek van de krant daarover?

Na jaren van maatschappelijke gesprekken, historisch onderzoek naar het koloniale verleden en ervaringen van mensen die lang niet zijn gehoord, mag je verwachten dat de opinieredactie van een landelijke krant de discussie eindelijk eens verder brengt dan: ‘Daar gaan we weer.’
Sanne Breimer, oprichter van Inclusive Journalism en Cracks, Warns

Verademing

Wat een verademing, het opiniestuk van Sander van Walsum. Alsof de zon doorbreekt na de eindeloze monotonie van de steeds maar op dezelfde trom slaande Volkskrant-columnisten. Het zou de krant veel goed doen als ze meer ruimte zou geven aan stemmen met de evenwichtige diepgang als die van Sander van Walsum.
Ad Standaart, Rotterdam

Woorden doen ertoe

Na honderden jaren van slavernij, in Nederland pas afgeschaft in 1863, wordt in Nederlandse musea sinds enige jaren een correcter en inclusiever taalgebruik toegepast. Sander van Walsum is dat echter nu al zat. Sterker nog, hij is bang dat musea verworden tot ‘dorre plaatsen waar veel mensen niets meer te zoeken hebben’.

Ik vermoed dat hij daarmee witte mensen bedoelt zoals hijzelf, die immers de aanduiding ‘blank’ nooit als een koloniale constructie hebben ervaren. Voorts denkt Van Walsum dat onze taal zich vanzelf zal voegen naar veranderende zeden en opvattingen en dat die evolutie niet geregisseerd zou moeten worden.

Ik ben echter minder optimistisch; zo denk ik dat we zonder een stevig stukje regie van Kick Out Zwarte Piet nu nog steeds met Zwarte Pieten zaten opgescheept.
Hella Koffeman, Rotterdam

Koppensnellen

Je hoeft niet, zoals Sander van Walsum, naar Glasgow om een museum te bezoeken dat je het ‘daderschap’ van ons Europeanen in de geschiedenis wil inprenten. Het Museum Volkenkunde in Leiden heet tegenwoordig Wereldmuseum.

Ik was er eens met onze dochter. Telkens kregen wij te zien en te lezen hoe overal in de wereld stammen er oorspronkelijk paradijselijk leefden, tot wij westerlingen de idylle kwamen verstoren. In een van de zalen zei ik tegen haar: ‘Het is toch wel erg dat wij Nederlanders bij de Papoea’s zo nodig een einde moesten maken aan die eeuwenoude traditie van koppensnellen!’

Dat vond onze dochter ook, maar voor de zekerheid vroeg ze nog wel: ‘Pap, wat is dat eigenlijk, koppensnellen?’
Pieter van der Hoeven, Zundert

Bokkensprongen

Volgens de New York Post heeft Donald Trump geopperd dat zijn boezemvriend Gianni (‘Johnny’) Infantino maar de nieuwe secretaris-generaal van de Verenigde Naties moet worden. Een voetbalbobo als hoofd van de belangrijkste internationale organisatie?

Na een tv-presentator als minister van Defensie (of Oorlog), zijn eigen advocaat als minister van Justitie en zijn schoonzoon als bemiddelaar in het Midden-Oosten en Oekraïne zou deze voordracht mij niet moeten verbazen. Maar steeds als de bokkensprongen van Trump mij verbijsterd doen verzuchten dat het toch niet gekker moet worden, volgt weer een nieuw dieptepunt.

Zoals Mark Twain al zei: ‘Truth is stranger than fiction.’
Marie-France Admiraal, Vught

Probleemmensen

De Volkskrant schrijft (tot mijn verdriet) over ‘probleemwolven’ en ‘probleembevers’. Wellicht kunnen jullie dan ook overgaan tot het benoemen van ‘probleemmensen’. Probleemmensen die genocide plegen, de rechtsstaat afbreken, racistische complottheorieën verspreiden, de leefomgeving vervuilen, de klimaatcrisis verergeren, de bio-industrie in stand houden, enzovoort, enzovoort. Dan komen de Volkskrant-lezers vanzelf tot de conclusie dat die wolven en bevers het probleem niet zijn.
Hella Sandberg, Amsterdam

Walvis

Op het Jeugdjournaal werd deze week een prachtig filmpje vertoond. Een verdwaalde walvis die in ondiep water terecht was gekomen werd gered door een groep dolfijnen, die hem naar de diepe zee begeleidden.

Het is natuurlijk heel leerzaam voor kinderen. Maar juist volwassenen zouden hier iets van kunnen opsteken. En dan bedoel ik niet dat ze moeten blijven proberen vissen te redden. Maar naar hun eigen soortgenoten die in nood zijn moeten omkijken, zonder daar iets tegenover te stellen.

Een betere promotie kan de Partij voor de Dieren zich niet wensen. Dit moet zelfs de grootste egoïst aanspreken.
Maria Yperlaan, La Puebla de Castro (Spanje)

Nieuwsmedia

Ons opiniestuk ‘Het is tijd voor een fundamenteel debat over ons mediagebruik’ bevat onbedoeld een ongelukkige formulering die we graag recht willen zetten.

We beschreven de bredere trend dat traditionele nieuwsmedia aan bereik en inkomsten inboeten door sociale media en AI. Deze algemene ontwikkeling wordt ook beschreven in het Digital News Report 2026. Hierbij gebruikten we de NOS en NRC als voorbeeld, waaruit ten onrechte kon worden gelezen dat zij in het bijzonder zouden inboeten.

Dat klopt niet, en dat spijt ons.
Nienke Venema, Kees Kraaijeveld, Stichting Democratie en Media, De Argumentenfabriek, Amsterdam

Kwaliteit is verdacht

Misschien is de grootste prestatie van kunstmatige intelligentie niet dat zij schrijft als een mens, maar dat zij ons heeft afgeleerd mensen te vertrouwen. Een geslaagde vakantiefoto? AI. Een verzorgd portret? AI. Een goed geformuleerde tekst zonder storende taalfouten? Vast ChatGPT. De eerste reactie is steeds minder bewondering en steeds vaker achterdocht. Kwaliteit is verdacht geworden.

Dat wantrouwen is niet onbegrijpelijk. AI produceert inmiddels beelden en teksten die nauwelijks nog van menselijke creaties zijn te onderscheiden. Maar juist daarin schuilt een opmerkelijke paradox. Eeuwenlang gold vakmanschap als bewijs van menselijke bekwaamheid; nu wordt dezelfde kwaliteit opgevat als aanwijzing dat er géén mens aan te pas is gekomen.

Ook deze brief zal bij sommigen wellicht die vraag oproepen: is hij echt? Of slechts slim gecorrigeerd? En als alleen de spelling is gecontroleerd, waar eindigt dan het gereedschap en begint het auteurschap? Schrijven wij nog zelf, of schrijven wij steeds vaker mét AI?

De Franse filosoof Jean Baudrillard waarschuwde dat de kopie uiteindelijk geloofwaardiger kan worden dan het origineel. Misschien beleven we inmiddels de omgekeerde wereld: niet omdat AI de werkelijkheid verdringt, maar omdat wij het echte wantrouwen zodra iets uitzonderlijk goed is.

Dat zou weleens de grootste illusie van het AI-tijdperk kunnen zijn.
Danny Schram, Den Haag

Kwaku

Festival Kwaku moet na dit jaar stoppen, in ieder geval in de huidige vorm. Er is toch een pot voor koloniale ereschuld? Red daarmee Kwaku.
Jaap de Haas, Beverwijk

Jim van Os

Jim van Os zal, zoals het er nu uitziet, als allerlaatste Zomergast de avond van 30 augustus vullen. Deze psychiater heeft samen met anonieme collega’s met hun brief aan het OM drie partijen onherstelbaar beschadigd.

Ten eerste de 17-jarige Milou, die uit haar diepe psychisch lijden verlost mocht worden en als ‘wilsonbekwaam’ werd afgeschilderd. Ten tweede haar ouders, die beschuldigd werden van beïnvloeding. Ten slotte de psychiaters van Milou, die van ‘het aanzetten’ van patiënten tot euthanasie werden beschuldigd.

Aan iemand die aan zoiets misdadigs heeft meegewerkt mag de VPRO geen podium bieden. In ieder geval niet in een programma waarin kritisch interviewen van gasten nooit de opzet is geweest.
Heleen den Beer Poortugael, Soest

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next