In de gele trui kwam Tadej Pogacar als eerste boven op Alpe d’Huez en met akelige precisie achterhaalde hij de kopgroep en liet hij de andere klassementsrenners staan.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Is het zelfbedrog of hopen tegen beter weten in? In de dagen voor de 19de rit van de Tour, met de eerste van twee aankomsten op Alpe d’Huez, leek de ploeg van Tadej Pogacar kwetsbaar. Er heerste iets, helpers werden ziek, moesten al vroeg in de zwaardere ritten hun kopman laten gaan. Het wakkerde iets aan in het peloton, onder de wielervolgers: misschien zou Pogacar toch te kloppen zijn op de iconische klim. Wie weet was hij ook ziek, of had hij te weinig steun.
De hele weg tussen Gap en de voet van de slotklim bleef die hoop flakkeren, om vervolgens door de geletruidrager met dodelijke precisie uitgeblazen te worden. De Sloveen begon met een achterstand van 3 minuten en 20 seconden op sterke koplopers aan de klim, maar kwam met een paar tellen voorsprong en twee uitgespreide armen boven over de meet.
‘Ik vierde het zoals altijd’, zei Pogacar met een grijns in het flashinterview. De vragensteller meende gezien te hebben dat de geletruidrager uitgelatener was dan bij zijn andere ritzeges en zinspeelde erop dat de enorme drukte op de flanken van de berg daar iets mee van doen had. De Sloveen wilde niet onmiddellijk mee in het cliché dat dat winnen op Alpe d’Huez extra bijzonder maakt. Toch prees hij even later de sfeer en het publiek.
Maar hij benadrukte ook dat deze zege als een cadeau aan zijn ploeggenoten gezien moest worden. Een presentje aan de mannen die het lastig hadden in de afgelopen dagen. Adam Yates en Tim Wellens waren ziek, moesten in voorgaande ritten al vroeg lossen. Brandon McNulty moest zelfs opgeven in de 18de etappe, daags voor de rit naar Alpe d’Huez.
Toch zag Pogacar hoe zijn ploeggenoten zich op vrijdag weer voor hem uitwrongen. Yates kwam hij onderweg naar boven, op weg naar de finish, nog tegen. De Brit was meegegaan in de grote kopgroep, die al op de eerste beklimming van de dag was ontstaan. Hij had de schiftingen onderweg overleefd en kon zijn kopman tussen enkele van de 21 bochten nog even op sleeptouw nemen. ‘Ik kreeg daar een mentale boost van’, zei Pogacar.
En onder aanvoering van Nils Politt had de UAE-ploeg ook al veel eerder het tempo onderhouden in het peloton. ‘We hebben de hele dag vol gas gereden’, blikte Pogacar terug op de etappe. Ze kregen daarbij hulp van Red Bull-Bora-Hansgrohe van Remco Evenepoel, die kennelijk ook ambities koesterde op de beroemde Alpe. Toch was het gat met de kopgroep relatief groot geworden. Meer dan vier minuten.
Wonderlijk was de rol die de ploeg van Lidl-Trek vervulde. Die had de eerste 90 kilometer tempo gemaakt voor Mads Pedersen, die mee was in de kopgroep en zijn zinnen had gezet op de punten die bij de tussensprint te verdienen waren. Maar niet veel later reed Pedersen op kop van het peloton om het gat met de kopgroep, dat hij voor een flink deel zelf had gecreëerd, weer te verkleinen voor zijn ploeggenoten Juan Ayuso en Mattias Skjelmose.
Voor Pogacar was het mooi meegenomen, want toen Pedersen als eerste van de groep met klassementsrenners de beklimming naar Alpe d’Huez opdraaide was het gat teruggebracht tot minder dan drieënhalve minuut. En niet veel later vond de Sloveen dat het nog wel sneller kon. ‘Ik voelde in de eerste kilometer dat ik goede benen had en wist dat er weinig renners waren die met me mee zouden kunnen.’ Hij demarreerde en niemand kon mee.
Evenepoel moest uiteindelijk 2 minuten en 29 seconden toegeven op Pogacar en kwam als zesde over de streep. Hij pakte op zijn beurt wel weer wat tijd op zijn naaste belagers Isaac del Toro en Paul Seixas.
Zonder een beetje geluk vaart niemand wel, en ook Pogacar niet. Vooraan waren drie man samen overgebleven: Sepp Kuss, Richard Carapaz en Lenny Martinez. De Amerikaan, Ecuadoraan en Fransman waren in een onderling gevecht verwikkeld, en werkten niet geweldig samen. Dat kan ook bijna niet, want elke trap die een renner te veel doet, kan hem in de eindsprint fataal worden. Maar ze wisten ook dat hun ingehouden rijden, hun demarrages, het hollen en stilstaan, Pogacar zou helpen.
Carapaz rukte zich in de slotfase los van zijn medevluchters, maar zag Martinez ondanks een serieuze versnelling later terugkeren, in het wiel van Pogacar. Toen, op twee kilometer van de aankomst, was de uitkomst wel duidelijk. Wie kan er tegen de moderne kannibaal op? Niemand. Hij moest er twee keer voor aanzetten, maar toen was het gelukt. Pogacar won zijn vijfde rit van deze door hem gedomineerde Tour de France.
En morgen? Als de renners via de Col de Sarenne opnieuw naar Alpe d’Huez koersen? ‘Morgen zullen we wel weer zien. We kiezen ons eigen plan, trekken ons verder nergens iets van aan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant