Vier hulpverleners van GGZ Drenthe gingen in de fout bij het doorbreken van hun beroepsgeheim over een coronaverpleegkundige van het Wilhelmina Ziekenhuis (WZA) in Assen. Dat oordeelt het medisch tuchtcollege vrijdag.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Ggz-medewerkers uitten in 2023 in een brief ernstige beschuldigingen aan het adres van coronaverpleegkundige Theodoor van het WZA, waardoor justitie hem een jaar lang verdacht van betrokkenheid bij de dood van ‘een twintigtal’ patiënten. Verschillende medewerkers praatten ook met de politie. De verpleegkundige spande uiteindelijk een zaak aan tegen zes ggz-medewerkers.
Het medisch tuchtcollege oordeelt nu dat vier hulpverleners van GGZ Drenthe – twee psychiaters en twee GZ-psychologen – ‘onvoldoende zorgvuldig’ handelden. Ze krijgen alle vier een waarschuwing. De klacht tegen een andere psychiater en een verpleegkundige is ongegrond verklaard.
Het tuchtcollege rekent vooral de twee psychiaters, de geneesheer-directeur en de directeur behandeling van GGZ Drenthe, hun handelen zwaar aan. Volgens het college hebben de gewaarschuwde psychiaters onvoldoende onderbouwd dat het doorbreken van het beroepsgeheim daadwerkelijk noodzakelijk was en dat er geen alternatieven waren. ‘Van hen had een meer zelfstandige, kritische en kenbare toetsing van de voorwaarden voor doorbreking van het beroepsgeheim mogen worden verwacht.’
De zaak draait om oud-verpleegkundige Theodoor, die tijdens zijn werk op de corona-afdeling van het WZA door de vele heftige sterfgevallen onder grote druk stond en in geestelijke nood raakte. Toen hij daarop met PTSS-achtige klachten bij GGZ Drenthe aanklopte, werd zijn noodkreet totaal verkeerd begrepen. De ggz-medewerkers raakten er na slechts drie gesprekken van overtuigd dat hij had opgebiecht een twintigtal patiënten uit hun lijden te hebben verlost. Ze besloten hun beroepsgeheim te doorbreken via een brief.
Daarop liep het uit de hand: de verpleegkundige werd met veel vertoon opgepakt en het Openbaar Ministerie deed een jaar lang onderzoek. ‘Hij kwam voor hulp en vertrok in de handboeien’, zeiden zijn advocaten Ronald Knegt en Tjalling van der Goot. Uiteindelijk bleef er niets over van de beschuldigingen: het Openbaar Ministerie seponeerde de zaak.
De oud-verpleegkundige, die altijd heeft ontkend en inmiddels niet meer in de zorg wil werken, spande hierna zijn tuchtzaak aan. ‘Ze hebben te snel een ‘niet-pluisgevoel’ gehad’, zeiden zijn advocaten over de ggz. ‘Ze legden hem woorden in de mond. Ze hebben zich bovendien geen enkel moment verdiept in de gang van zaken op de covid-afdeling.’ Tijdens de zitting bleek hoe aangedaan de verpleegkundige was door alles. Hij zat na de beschuldigingen zes weken in voorlopige hechtenis.
Zorgverleners mogen alleen in uitzonderlijke omstandigheden hun beroepsgeheim doorbreken. Zo moet sprake zijn van een acuut gevaar voor anderen. In de zaak van de psychiaters oordeelt het tuchtcollege dat hier onvoldoende aanwijzingen voor waren. ‘Het recidiverisico werd als laag ingeschat zolang klager niet werkte en in behandeling zou gaan.’ Ook vroegen ze geen toestemming aan de verpleegkundige.
Het tuchtcollege is ook kritisch over het handelen van de twee psychologen. Zij hielden zich te veel bezig met de vraag of de informatie met de politie moest worden gedeeld, en hadden te weinig oog voor het behandelen van hun patiënt. ‘Van een gz-psycholoog mag in een situatie als deze worden verwacht dat hij de belangen bij diagnostiek, risicotaxatie, behandeling en behoud van de behandelrelatie beter bewaakt.’
Het tuchtcollege kon niet vaststellen welke rol de psychologen speelden bij de besluitvorming over het doorbreken van het beroepsgeheim – dit klachtonderdeel werd ongegrond verklaard.
Volgens advocaat Knegt is de verpleegkundige ‘opgelucht’ over de uitspraak. ‘In deze beslissing ziet hij erkenning voor iets wat hij vanaf het begin heeft gezegd: de ggz heeft fouten gemaakt, ze hebben hun beroepsgeheim ten onrechte doorbroken.’
GGZ Drenthe wil niet reageren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant